Eiseres heeft op 28 juli 2021 een aanvraag ingediend voor herbeoordeling van haar situatie met betrekking tot de kinderopvangtoeslag. Verweerder heeft niet tijdig op deze aanvraag beslist, ondanks ingebrekestelling op 27 februari 2023. De rechtbank verklaart het beroep kennelijk gegrond en vernietigt het niet tijdig genomen besluit.
De rechtbank legt een termijn van negen weken na verzending van de uitspraak op voor het verzenden van een vooraankondiging door verweerder. Vervolgens heeft verweerder twee weken na ontvangst van een eventuele zienswijze of na het verstrijken van de termijn voor het indienen daarvan om een besluit te nemen. De rechtbank acht deze termijn redelijk gelet op het grote aantal aanvragen dat verweerder moet behandelen.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag bij overschrijding van de termijnen, met een maximum van €15.000. Verweerder wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten van €437,50 en het griffierecht van €50 aan eiseres. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 16 februari 2024.