Belanghebbende maakte bezwaar tegen de WOZ-beschikking 2023 en kreeg een kostenvergoeding toegekend van €672. Hij ging in beroep tegen de hoogte van deze vergoeding, stellende dat deze op grond van een recent arrest van de Hoge Raad hoger moest zijn.
De rechtbank oordeelde dat de vergoeding per punt inderdaad moest worden aangepast naar €647, conform het Besluit proceskosten bestuursrecht en de indexering. Hierdoor komt de totale kostenvergoeding in bezwaar op €1.346. Daarnaast werd een vergoeding voor de kosten in beroep toegekend, rekening houdend met samenhang van meerdere zaken.
De rechtbank wees verzoeken af om betaling van de vergoeding rechtstreeks aan de gemachtigde te laten plaatsvinden, omdat zij niet bevoegd is hierover te oordelen. Ook werd het griffierecht van €51 aan belanghebbende toegekend. De uitspraak bevestigt de toepassing van artikel 30a Wet WOZ en volgt recente jurisprudentie van de Hoge Raad.
De heffingsambtenaar wordt veroordeeld tot betaling van de verhoogde kostenvergoeding, de kosten in beroep en het griffierecht, met wettelijke rente bij niet-tijdige betaling.