ECLI:NL:RBZWB:2025:1765
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen herziening en terugvordering bijstandsuitkering wegens niet gemelde werkzaamheden als dansleraar
Eiser ontvangt sinds januari 2019 een bijstandsuitkering. Het college heeft zijn recht op bijstand herzien en een terugvordering ingesteld omdat eiser sinds het begin van zijn uitkering onbetaalde of zwartbetaalde werkzaamheden als dansleraar verrichtte en dit niet had gemeld, waarmee hij de inlichtingenplicht schond.
Het onderzoek werd gestart na een anonieme melding en omvatte een administratief onderzoek, gesprekken en het bestuderen van sociale media. Eiser gaf aan vijf uur per week danslessen te geven tegen een tarief van € 15,- per uur, zonder vrijwilligersovereenkomst en zonder administratie. Het college schatte het inkomen op € 10.390,- netto over de relevante perioden en herzag de uitkering dienovereenkomstig.
Eiser betoogde dat het om vrijwilligerswerk ging en dat hij slechts onkostenvergoeding ontving, maar kon dit niet aannemelijk maken. De rechtbank oordeelde dat het college terecht uitging van op geld waardeerbare werkzaamheden en dat eiser de inlichtingenplicht had geschonden. De terugvordering was daarom terecht en het beroep ongegrond.
De rechtbank wees ook het beroep op beleidsregels en het evenredigheidsbeginsel af vanwege gebrek aan onderbouwing en omdat het een gebonden bevoegdheid betrof. De onzekerheden over het exacte inkomen en de werkperiode kwamen voor rekening van eiser, die geen bewijsstukken overlegde.
De uitspraak is gedaan door rechter M. Snoeks op 4 april 2025 en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de herziening en terugvordering van zijn bijstandsuitkering wordt ongegrond verklaard.