ECLI:NL:RBZWB:2025:2164
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluiten lagere vaststelling NOW-2 subsidie wegens strijd met evenredigheidsbeginsel
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde de beroepen van drie BV's tegen de definitieve berekening van de NOW-2 tegemoetkomingen, waarbij de minister de subsidie voor twee BV's op nihil stelde en voor één BV op €14.885. De lagere vaststelling was vooral het gevolg van een reorganisatie waarbij werknemers binnen de groep werden verschoven, wat leidde tot een lagere loonsom per loonheffingennummer en daarmee een lagere subsidie.
Eisers voerden aan dat deze herindeling logisch was en geen wijziging in bedrijfsvoering of arbeidsvoorwaarden met zich meebracht, en dat de lagere vaststelling onevenredig was. De minister handhaafde zijn standpunt, verwijzend naar het beleid en de NOW-2 regelgeving, maar erkende dat in individuele gevallen maatwerk mogelijk is.
De rechtbank oordeelde dat de minister onvoldoende had gemotiveerd waarom in deze zaak geen uitzondering werd gemaakt, terwijl vergelijkbare gevallen wel maatwerk kregen. De besluiten waren daarom in strijd met het motiverings-, zorgvuldigheids- en evenredigheidsbeginsel en werden vernietigd. De minister moet binnen acht weken een nieuw besluit nemen en de proceskosten van eisers vergoeden.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de besluiten van de minister en draagt op tot hernieuwde besluitvorming binnen acht weken met vergoeding van proceskosten aan eisers.