Eiseres betwist de vaststelling van haar WIA-dagloon door het UWV en stelt dat juli 2020 een loonloze periode is die buiten de dagloonberekening moet blijven. Zij voert aan dat het bedrag van €399,65 in juli 2020 geen regulier loon is, maar een uitbetaling van niet-opgenomen bovenwettelijk verlof, en dat dit een onevenredig nadeel oplevert.
Het UWV baseert de dagloonberekening op de polisadministratie en volgt de jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep (CRvB), waarbij een maand waarin sv-loon is betaald niet als loonloos wordt aangemerkt. De rechtbank oordeelt dat het UWV terecht uitgaat van de polisadministratie en dat juli 2020 geen loonloze maand is omdat er sv-loon is betaald.
De rechtbank wijst het beroep op het evenredigheidsbeginsel af omdat het besluit een gebonden besluit is en geen bijzondere omstandigheden zijn aangevoerd die een afwijking rechtvaardigen. Het beroep tegen de eerdere besluiten wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat deze zijn gewijzigd. De rechtbank draagt het UWV op het griffierecht aan eiseres te vergoeden, maar wijst een proceskostenvergoeding af.