Uitspraak
uitspraak van de meervoudige kamer van 25 april 2025 in de zaken tussen
[belanghebbende] , uit [plaats] , belanghebbende,
de inspecteur van de belastingdienst, de inspecteur.
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Feiten
Conclusie:
Gezien de uitkomst van de privé kasopstellingen over 2018 tot en met 2021 moeten er meer contante opbrengsten zijn geweest. De kasopstelling geeft alleen een indicatie dat er meer opbrengsten moeten zijn geweest, er sprake is van een minimumtekort. Het exacte tekort is moeilijk vast te stellen.”
Motivering
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart de beroepen met zaaknummers BRE 23/12338, 23/12339 en 23/12340 ongegrond;
- verklaart de beroepen met zaaknummers BRE 23/12337, 23/12341 en 23/12342 gegrond;
- vernietigt de uitspraken op bezwaar die betrekking hebben op de navorderingsaanslagen IB/PVV en Zvw 2020 en de bijbehorende boete- en belastingrentebeschikkingen;
- vernietigt de uitspraken op bezwaar die betrekking hebben op de boetes bij de navorderingsaanslagen IB/PVV 2018 en 2019;
- vermindert de navorderingsaanslag IB/PVV 2020 tot een navorderingsaanslag berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 16.279 en vermindert de bijbehorende belastingrentebeschikking dienovereenkomstig;
- vermindert de navorderingsaanslag Zvw 2020 tot een bijdrage-inkomen van € 1.177 en vermindert de bijbehorende belastingrentebeschikking dienovereenkomstig;
- vernietigt de boete bij de navorderingsaanslag IB/PVV 2018;
- vermindert de boete bij de navorderingsaanslag IB/PVV 2019 tot € 2.136;
- vernietigt de boete bij de navorderingsaanslag IB/PVV 2020;
- veroordeelt de inspecteur tot betaling van € 1.814 aan proceskosten aan belanghebbende;
- gelast dat de inspecteur het door belanghebbende betaalde griffierecht van € 50 aan haar vergoedt.