ECLI:NL:RBZWB:2025:3072
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering aanslag inkomstenbelasting saldolijfrente wegens individuele en buitensporige last
Belanghebbenden maakten bezwaar tegen de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) over het jaar 2020, waarbij de inspecteur de waarde van een saldolijfrenteverzekering van ruim € 600.000 in de heffing betrok. De rechtbank beoordeelde of deze aanslag in strijd was met het eigendomsrecht zoals beschermd in artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) en of de belastingrente in strijd was met het evenredigheidsbeginsel.
De rechtbank stelde vast dat de regelgeving omtrent de saldomethode en de overgangsregeling voor saldolijfrenten voldoende duidelijk en voorzienbaar is en een legitiem algemeen belang dient. Echter, in het concrete geval van erflater was sprake van een individuele en buitensporige last, omdat de heffingsgrondslag bijna negen keer hoger was dan de daadwerkelijk genoten uitkeringen en de nalatenschap onvoldoende middelen bevatte om de aanslag te voldoen. Bovendien was de correspondentie over de afrekenverplichting niet tijdig op het juiste adres ontvangen, wat de voorbereiding bemoeilijkte.
De rechtbank besloot daarom de aanslag te verminderen met het verschil tussen de waarde van de aanspraak en de genoten uitkeringen, en daarnaast met het bedrag van ingehouden dividendbelasting. Ook werd de belastingrentebeschikking overeenkomstig aangepast. Tot slot werd de inspecteur veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan belanghebbenden.
De uitspraak biedt rechtsherstel aan belanghebbenden vanwege de schending van het eigendomsrecht en bevestigt de ruime beoordelingsvrijheid van de wetgever, mits geen individuele en buitensporige last ontstaat.
Uitkomst: De aanslag inkomstenbelasting en belastingrente worden verminderd wegens individuele en buitensporige last, met toekenning van proceskosten aan belanghebbenden.