ECLI:NL:RBZWB:2025:4285
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bezwaar en verzuimboete inkomstenbelasting 2020
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) 2020 en tegen een verzuimboete van €5.514 wegens het niet tijdig indienen van de aangifte. De inspecteur had het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard en het bezwaarschrift behandeld als een verzoek om ambtshalve vermindering, waarbij de aanslag werd verlaagd naar een belastbaar inkomen van €12.059.
De rechtbank oordeelt dat het bezwaar terecht niet-ontvankelijk is verklaard omdat het bezwaarschrift te laat is ingediend. De beroepstermijn voor het instellen van beroep was weliswaar overschreden, maar het beroepschrift werd geacht tijdig ter post te zijn bezorgd. De rechtbank stemt in met de prorogatie, waardoor het beroep inhoudelijk wordt behandeld.
De verzuimboete is volgens de rechtbank terecht opgelegd omdat belanghebbende niet binnen de gestelde termijn aangifte heeft gedaan ondanks uitnodiging en aanmaning. De omstandigheden zoals coronatijd en financiële problemen leiden niet tot matiging van de boete. De boete is passend en niet te hoog vastgesteld, mede vanwege stelselmatig verzuim in voorgaande jaren.
Het beroep wordt ongegrond verklaard, de boetebeschikking blijft in stand en belanghebbende krijgt geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter M.M. de Werd op 7 juli 2025 en openbaar gemaakt.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de verzuimboete van €5.514 blijft in stand.