Uitspraak
[verweerder],
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De werkgever heeft bij verzoekschrift ontbinding van de arbeidsovereenkomst met de werknemer gevraagd wegens verwijtbaar handelen en een verstoorde arbeidsverhouding. Tijdens de procedure bleek dat de werknemer onder bewind stond, maar de werkgever had de bewindvoerder niet als partij betrokken, wat leidde tot aanhouding van de procedure om het verzoekschrift aan te passen.
Na ontvangst van het aangepaste verzoekschrift trok de werkgever het verzoek tot ontbinding in, omdat zij geen belang meer had bij voortzetting gezien de langdurige arbeidsongeschiktheid van de werknemer en de ingediende WIA-aanvraag. De bewindvoerder verzocht daarop om proceskostenvergoeding.
De kantonrechter oordeelde dat de werkgever als in het ongelijk gestelde partij moest worden beschouwd vanwege de late intrekking zonder wederpartij te informeren en het niet direct betrekken van de bewindvoerder. De werkgever werd veroordeeld tot betaling van proceskosten van €1.150,00 plus betekenkosten, uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Werkgever wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten van €1.150,00 wegens late intrekking en niet betrekken bewindvoerder.