ECLI:NL:RBZWB:2025:4752

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
21 juli 2025
Publicatiedatum
22 juli 2025
Zaaknummer
11762494 \ AZ VERZ 25-41 (E)
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • Swaanen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 71 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwijzing ontslagzaak bestuurder naar rechtbank wegens onbevoegdheid kantonrechter

De zaak betreft een geschil over het ontslag van een bestuurder, waarbij de kantonrechter zich op 21 juli 2025 onbevoegd verklaarde om de zaak te behandelen. Na een tussenbeschikking van 27 juni 2025 hebben partijen via e-mail laten weten geen bezwaar te hebben tegen verwijzing van de procedure naar de rechtbank.

De kantonrechter heeft vervolgens conform artikel 71 Rv Pro de zaak in de huidige stand verwezen naar de rechtbank Zeeland-West-Brabant, Cluster 2 Team Handelsrecht. Partijen zijn geïnformeerd dat zij niet in persoon of bij gemachtigde kunnen procederen, maar zich moeten laten vertegenwoordigen door een advocaat.

Verder is bepaald dat de reeds betaalde griffierechten door verzoeker niet opnieuw verschuldigd zijn en dat de verwerende partij bij het indienen van een verweerschrift een griffierecht van € 2.995,00 moet betalen. De proceskosten worden gecompenseerd zodat iedere partij haar eigen kosten draagt.

Uitkomst: Kantonrechter verklaart zich onbevoegd en verwijst de ontslagzaak naar de rechtbank, waarbij partijen zich via advocaat moeten laten vertegenwoordigen.

Uitspraak

RECHTBANKZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Bergen op Zoom
Zaaknummer / rekestnummer: 11762494 \ AZ VERZ 25-41
Beschikking van 21 juli 2025
in de zaak van
[verzoeker],
te [plaats],
verzoeker,
hierna te noemen: [verzoeker],
gemachtigde: mr. M.L. de Bruijn,
tegen

1.GRM EXPERTISES B.V.,

te Roosendaal,
2.
NEWCO H. B.V.,
te Rotterdam,
3.
BFAMILY B.V.,
te Rotterdam,
verweerders,
gemachtigde: mr. R. Wagenaar-Bakker.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit de tussenbeschikking van 27 juni 2025. Partijen hebben zich daarna door middel van een e-mailbericht uitgelaten.
1.2.
Vervolgens is beschikking bepaald op vandaag.

2.Het geschil en de beoordeling

2.1.
In voornoemde tussenbeschikking zijn partijen in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over het voornemen van de kantonrechter om de procedure te verwijzen naar de rechtbank (Cluster 2 Team Handelsrecht).
2.2.
Partijen hebben in hun e-mailbericht medegedeeld dat zij geen bezwaar hebben tegen dan wel instemmen met verwijzing van de procedure naar de rechtbank.
2.3.
Gelet op het voorgaande zal de kantonrechter zich onbevoegd verklaren en conform het eerste lid van artikel 71 Rv Pro de zaak, in de stand waarin deze zich op dit moment bevindt, verwijzen naar de rechtbank (Cluster 2 Team Handelsrecht) van deze locatie.
2.4.
Partijen kunnen aldaar niet in persoon dan wel bij gemachtigde procederen. Zij dienen zich te laten vertegenwoordigen door een advocaat.
2.5.
[verzoeker] heeft reeds € 90,00 aan griffierecht betaald. Hij is na verwijzing om die reden geen griffierecht verschuldigd. Verwerende partij is, indien zij alsdan een verweerschrift indient, een griffierecht van € 2.995,00 verschuldigd.
2.6.
De kantonrechter ziet aanleiding om de proceskosten tussen partijen te compenseren, zodat iedere partij de eigen kosten draagt.

3.De beslissing

De kantonrechter
3.1.
verklaart zich onbevoegd om de zaak in behandeling te nemen,
3.2.
verwijst de zaak, in de stand waarin deze zich bevindt, naar de rechtbank Zeeland-West-Brabant, Cluster 2 Team Handelsrecht, aan de Kousteensedijk 2 te Middelburg (postbus 5015, 4330 KA), partijen worden in de gelegenheid gesteld om schriftelijk een advocaat voor zich te laten stellen, waarna zij kunnen voortprocederen,
3.3.
compenseert de proceskosten tussen partijen, zodat iedere partij de eigen kosten draagt.
Deze beschikking is gegeven door mr. Swaanen en uitgesproken op 21 juli 2025.