ECLI:NL:RBZWB:2025:489
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Bodemzaak
- Swaanen
- Rechtspraak.nl
Vordering achterstallig loon en verrekening tussen werknemer en werkgever
In deze bodemzaak vordert de werknemer betaling van achterstallig loon van zijn werkgever over de periode van oktober 2018 tot oktober 2021. De arbeidsomvang is vastgesteld op 141,75 uur per maand. De werknemer kon echter geen volledige loonberekening overleggen vanwege ontbrekende loonstroken, die verloren zijn gegaan bij de overgang van de onderneming.
De werkgever stelde een beroep op verrekening van teveel betaald loon over de jaren 2019 en 2020. De kantonrechter oordeelde dat de werknemer onvoldoende onderbouwing gaf voor zijn loonvordering en dat de werkgever als opvolgend werkgever verantwoordelijk is voor het bewaren van de loonadministratie.
De rechter stelde vast dat de werknemer over 2019 geen achterstallig loon heeft, over 2020 is de vordering volledig verrekend met teveel betaald loon, en over januari tot oktober 2021 is de werkgever veroordeeld tot betaling van €873,08 bruto plus wettelijke rente en een wettelijke verhoging van 25% wegens vertraging. Proceskosten worden gecompenseerd, zodat partijen ieder hun eigen kosten dragen.
Uitkomst: Werkgever veroordeeld tot betaling van €873,08 bruto achterstallig loon over januari tot oktober 2021, vermeerderd met rente en wettelijke verhoging.