Uitspraak
1.[eiser 1]
1.de vennootschap onder firma [gedaagde 1] V.O.F.
[gedaagde 2]
[gedaagde 3]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Eisers zijn jarenlang in dienst geweest bij een vennootschap onder firma die haar onderneming overdroeg aan een BV van de zoon van de vennoten. Na faillissement van de BV heeft de curator de arbeidsovereenkomsten opgezegd. Eisers vorderen loonbetaling en toegang tot werkplek, stellende dat geen overgang van onderneming heeft plaatsgevonden.
De kantonrechter oordeelt dat het spoedeisend belang ontbreekt omdat een eiser een uitkering ontvangt en de ander elders werkt, zonder financiële problemen. Daarnaast is de vraag over overgang van onderneming onderwerp van een lopende bodemprocedure, waardoor vooruitlopen op het oordeel daarvan niet passend is.
De vorderingen worden daarom niet-ontvankelijk verklaard en eisers worden veroordeeld in de proceskosten. De beslissing is gebaseerd op artikel 7:663 BW Pro en jurisprudentie van de Hoge Raad.
Uitkomst: Eisers worden niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken spoedeisend belang en lopende bodemprocedure.