Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen de definitieve beschikking herbeoordeling kinderopvangtoeslag over de jaren 2005 tot en met 2009. Verweerder, de Dienst Toeslagen, heeft niet binnen de wettelijke termijn op dit bezwaar beslist. Eiseres stelde verweerder vervolgens in gebreke, waarna zij beroep instelde bij de rechtbank.
De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk gegrond is omdat verweerder niet binnen de wettelijke beslistermijn heeft gehandeld. De rechtbank legt een nadere beslistermijn op van uiterlijk 22 juli 2025, aansluitend bij een eerder door deze rechtbank geformuleerde lijn waarbij een termijn van zestig weken na ontvangst van het bezwaarschrift geldt.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van € 100,- per dag met een maximum van € 15.000,- voor elke dag dat verweerder te laat is met het nemen van het besluit. Tevens stelt de rechtbank de reeds door verweerder verschuldigde bestuurlijke dwangsom vast op € 1.442,-. Verweerder wordt ook veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten aan eiseres. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt via Rechtspraak.nl.