Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen de definitieve beschikking kinderopvangtoeslag over meerdere jaren en stelt dat verweerder niet tijdig heeft beslist op dit bezwaar. De rechtbank beoordeelt dat verweerder de beslistermijn, die uiterlijk op 3 september 2024 zou moeten zijn verstreken, heeft overschreden. Eiser heeft verweerder op 18 oktober 2024 in gebreke gesteld en sindsdien zijn twee weken verstreken zonder besluit.
De rechtbank stelt op grond van artikel 8:55d Awb een nadere beslistermijn vast van zestig weken na ontvangst van het bezwaarschrift, conform een eerdere lijn van de rechtbank in soortgelijke zaken. Dit betekent dat verweerder uiterlijk 9 juli 2025 een besluit moet nemen. Daarnaast wordt een dwangsom van €100 per dag opgelegd voor elke dag dat verweerder de beslistermijn overschrijdt, met een maximum van €15.000.
Omdat het beroep kennelijk gegrond is, wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten aan eiser. De rechtbank wijst het verzoek van verweerder af om een lagere dwangsom of een afwijkende wegingsfactor toe te passen. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 6 februari 2025.