Eiser heeft een omgevingsvergunning aangevraagd voor het bouwen van een loods van 250 m2 op zijn perceel, in strijd met het bestemmingsplan. Het college verleende aanvankelijk de vergunning, maar na bezwaar van omwonenden werd deze herroepen en alsnog geweigerd vanwege de omvang en het gebruik van de loods, die niet als bijbehorend bouwwerk kan worden beschouwd.
De rechtbank oordeelt dat het college binnen haar bevoegdheid heeft gehandeld bij de heroverweging en dat de loods vanwege het dominante bedrijfsmatige gebruik niet planologisch gerelateerd is aan het hoofdgebouw, de woning. Ook is de afwijking in omvang en locatie significant, waardoor de ruimtelijke uitstraling wezenlijk verandert.
Eiser stelde dat het college het vertrouwensbeginsel schond door eerder medewerking toe te zeggen, maar de rechtbank vindt dat de brief van het college geen welbewuste standpuntbepaling bevatte en dat de aanvraag te laat is ingediend. Ook had het college niet de verplichting om alternatieve locaties voor de loods te onderzoeken.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en eiser krijgt geen vergoeding van proceskosten of griffierecht terug. De uitspraak is gedaan door rechter A.G.J.M. de Weert op 24 september 2025.