ECLI:NL:RBZWB:2025:6757

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
8 augustus 2025
Publicatiedatum
8 oktober 2025
Zaaknummer
11715195 AZ VERZ 25-29 (E)
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • Zander
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toekenning vergoedingen wegens beëindiging arbeidsovereenkomst ondanks onduidelijkheid werkgever

Verzoeker heeft bij de rechtbank Zeeland-West-Brabant een verzoek ingediend tot toekenning van diverse vergoedingen in verband met de beëindiging van zijn arbeidsovereenkomst. Hij vordert aanzegvergoeding, transitievergoeding, buitengerechtelijke kosten, proceskosten en wettelijke rente. De verweerders, twee BV’s die mogelijk als werkgever kunnen worden aangemerkt, zijn niet verschenen en hebben geen verweer gevoerd.

De kantonrechter oordeelt dat de stellingen van verzoeker onweersproken zijn gebleven en dat de onduidelijkheid over wie de werkgever is, voor rekening en risico van de verweerders komt. Daarom worden de vergoedingen hoofdelijk toegewezen tegen beide BV’s. De buitengerechtelijke kosten worden toegekend op een forfaitair bedrag, rekening houdend met de vermindering van de transitievergoeding.

De proceskosten worden eveneens aan verzoeker toegewezen en de beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard. De veroordeling tot betaling van de wettelijke rente over de vergoedingen en proceskosten wordt bevestigd, met betalingstermijnen en gevolgen bij niet-naleving.

Uitkomst: Verweerders worden hoofdelijk veroordeeld tot betaling van aanzegvergoeding, transitievergoeding, buitengerechtelijke kosten, proceskosten en wettelijke rente aan verzoeker.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Cluster I Civiele kantonzaken
Breda
zaak/rolnr.: 11715195 AZ VERZ 25-29
beschikking bij vervroeging d.d. 8 augustus 2025
inzake
[verzoeker],
wonende te [plaats 1] aan het [adres 1] ,
verzoekende partij,
verder te noemen: [verzoeker] ,
gemachtigde: mr. Y. el Ghaddar, advocaat te Amsterdam,
tegen

1.[verweerder 1] B.V.,

statutair gevestigd te [plaats 2] en kantoorhoudende te [plaats 3] aan het [adres 2] ,
2. [verweerder 2] B.V.,
statutair gevestigd te [plaats 2] en kantoorhoudende te [plaats 3] aan het [adres 3] ,
verwerende partijen,
verder te noemen: [verweerder 1] en [verweerder 2] ,
niet verschenen.

1.Het procesverloop

Het procesverloop volgt uit de volgende stukken:
- het op 22 mei 2025 ter griffie ontvangen verzoekschrift met producties;
- de oproepingsexploten van 18 en 19 juli 2025;
- de aantekeningen van de griffier van de mondelinge behandeling van 28 juli 2025;
- de ter mondelinge behandeling voorgedragen pleitnota van mr. El Ghaddar.

2.Het geschil en de beoordeling

2.1
[verzoeker] verzoekt, na vermindering van het verzoek, uitvoerbaar bij voorraad, om [verweerder 1] en [verweerder 2] hoofdelijk te veroordelen tot betaling van:
- een aanzegvergoeding van € 1.364,52 bruto, te vermeerderen met de wettelijke rente;
- een transitievergoeding van € 1.710,00 bruto, te vermeerderen met de wettelijke rente;
- de buitengerechtelijke kosten van € 546,68, te vermeerderen met de wettelijke rente;
- de proceskosten;
- de nakosten;
- de wettelijke rente over de proces- en nakosten.
2.2.
Op 28 juli 2025 heeft een mondelinge behandeling plaatsgevonden. [verweerder 1] en [verweerder 2] zijn, hoewel behoorlijk (bij exploot) opgeroepen, niet op die mondelinge behandeling verschenen. Ook is geen schriftelijk verweer of uitstelverzoek ontvangen.
2.3
De stellingen van [verzoeker] zijn dus onweersproken gebleven, zodat zijn verzoeken in beginsel toewijsbaar zijn.
2.4
De verzoeken zijn zowel tegen [verweerder 1] als tegen [verweerder 2] ingesteld. [verzoeker] stelt dat zijn schriftelijke arbeidsovereenkomsten steeds met [verweerder 1] zijn gesloten, maar dat [verweerder 2] het loon voldeed en hem ook op verschillende momenten tegenstrijdige mededelingen zijn gedaan over wie zijn werkgever is. De onduidelijkheid die daardoor is ontstaan komt, naar het oordeel van de kantonrechter, voor rekening en risico van [verweerder 1] en [verweerder 2] , zodat de kantonrechter de verzoeken (hoofdelijk) toewijsbaar acht tegen beide partijen.
2.5
Voldoende is onderbouwd dat buitengerechtelijke kosten zijn gemaakt. Nu [verzoeker] zijn verzoek met betrekking tot de transitievergoeding heeft verminderd, wordt een lagere hoofdsom toegewezen. Voor de buitengerechtelijke kosten moet ook worden uitgegaan van die lagere hoofdsom, zodat het redelijke forfaitaire tarief van € 523,27 (inclusief btw) wordt toegewezen.
2.6
[verweerder 1] en [verweerder 2] zijn grotendeels in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [verzoeker] worden begroot op:
- oproepingskosten € 235,64
- griffierecht € 257,00
- salaris gemachtigde € 543,00
- nakosten
€ 135,00(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal € 1.170,64.
2.7
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

3.De beslissing

De kantonrechter:
veroordeelt [verweerder 1] en [verweerder 2] hoofdelijk, en wel zo dat de één betalende de ander zal zijn bevrijd, tot betaling aan [verzoeker] van:
- een aanzegvergoeding van € 1.364,52 bruto, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 1 april 2025 tot de dag van de algehele voldoening;
- een transitievergoeding van € 1.710,00 bruto, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 1 mei 2025 tot de dag van de algehele voldoening;
- de buitengerechtelijke kosten van € 523,27, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 22 mei 2025 tot de dag van de algehele voldoening;
veroordeelt [verweerder 1] en [verweerder 2] hoofdelijk, en wel zo dat de één betalende de ander zal zijn bevrijd, tot betaling van de proceskosten van € 1.170,64, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als [verweerder 1] en [verweerder 2] niet op tijd aan de veroordelingen voldoen en de beschikking daarna wordt betekend, dan moeten zij ook de kosten van betekening betalen.
veroordeelt [verweerder 1] en [verweerder 2] hoofdelijk, en wel zo dat de één betalende de ander zal zijn bevrijd, tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. Zander, kantonrechter, en bij vervroeging uitgesproken ter openbare terechtzitting van 8 augustus 2025 in tegenwoordigheid van de griffier.