ECLI:NL:RBZWB:2025:6769
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Beschikking
- Zander
- Ebben
- Rechtspraak.nl
Beschikking over bewijslevering ondertekende arbeidsovereenkomst in arbeidsrechtelijke procedure
In deze arbeidsrechtelijke procedure tussen verzoekster en verweerster BV stond de bewijslevering omtrent de ondertekening van een arbeidsovereenkomst centraal. Verweerster BV beriep zich op een schriftelijke overeenkomst waarvan verzoekster ontkende de ondertekening.
De kantonrechter overwoog in een eerdere tussenbeschikking dat artikel 159 lid 2 Rv Pro van toepassing is, waardoor de ondertekende overeenkomst geen bewijs oplevert zolang niet is vastgesteld van wie de handtekening afkomstig is. Er was een voornemen tot deskundigenonderzoek, maar de mogelijke deskundigen zagen geen mogelijkheid om het onderzoek uit te voeren.
Verweerster BV kreeg vervolgens de gelegenheid om op een andere wijze bewijs te leveren. Zij gaf aan dit te willen doen door middel van schriftelijke producties met toelichting. De kantonrechter zag daarop af van het benoemen van een deskundige en droeg verweerster BV op om het bewijs schriftelijk te leveren, met een termijn tot 23 september 2025. Iedere verdere beslissing werd aangehouden.
Uitkomst: Verweerster BV moet schriftelijk bewijs leveren dat verzoekster de arbeidsovereenkomst heeft ondertekend; verdere beslissing wordt aangehouden.