ECLI:NL:RBZWB:2025:6769

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
26 augustus 2025
Publicatiedatum
8 oktober 2025
Zaaknummer
11453166 \ AZ VERZ 24-95 (T)
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • Zander
  • Ebben
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 159 lid 2 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beschikking over bewijslevering ondertekende arbeidsovereenkomst in arbeidsrechtelijke procedure

In deze arbeidsrechtelijke procedure tussen verzoekster en verweerster BV stond de bewijslevering omtrent de ondertekening van een arbeidsovereenkomst centraal. Verweerster BV beriep zich op een schriftelijke overeenkomst waarvan verzoekster ontkende de ondertekening.

De kantonrechter overwoog in een eerdere tussenbeschikking dat artikel 159 lid 2 Rv Pro van toepassing is, waardoor de ondertekende overeenkomst geen bewijs oplevert zolang niet is vastgesteld van wie de handtekening afkomstig is. Er was een voornemen tot deskundigenonderzoek, maar de mogelijke deskundigen zagen geen mogelijkheid om het onderzoek uit te voeren.

Verweerster BV kreeg vervolgens de gelegenheid om op een andere wijze bewijs te leveren. Zij gaf aan dit te willen doen door middel van schriftelijke producties met toelichting. De kantonrechter zag daarop af van het benoemen van een deskundige en droeg verweerster BV op om het bewijs schriftelijk te leveren, met een termijn tot 23 september 2025. Iedere verdere beslissing werd aangehouden.

Uitkomst: Verweerster BV moet schriftelijk bewijs leveren dat verzoekster de arbeidsovereenkomst heeft ondertekend; verdere beslissing wordt aangehouden.

Uitspraak

RECHTBANKZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Tilburg
Zaaknummer / rekestnummer: 11453166 \ AZ VERZ 24-95
Beschikking van 26 augustus 2025
in de zaak van
[verzoekster],
te [plaats 1] ,
verzoekende partij,
hierna te noemen: [verzoekster] ,
gemachtigde: mr. C.E. Kriens,
tegen
[verweerster] B.V.,
te [plaats 2] ,
verwerende partij,
hierna te noemen: [verweerster] BV,
gemachtigde: mr. D.K. Nijhuis.

1.De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de tussenbeschikking van 8 juli 2025,
- het bericht van [verweerster] BV van 4 augustus 2025.

2.De verdere beoordeling

2.1.
In een eerdere tussenbeschikking in deze zaak van 10 april 2025 heeft de kantonrechter het volgende overwogen. Aangezien [verweerster] BV zich beroept op een schriftelijke (arbeids)overeenkomst, waarvan de ondertekening door [verzoekster] stellig wordt ontkend, is artikel 159 lid 2 Rv Pro van toepassing. Op grond van dat artikel levert de betreffende arbeidsovereenkomst geen bewijs op, zolang niet bewezen is van wie de ondertekening afkomstig is. Verder staat in de tussenbeschikking van 10 april 2025 dat de kantonrechter overweegt om een onderzoek door een deskundige in te laten stellen.
2.2.
Partijen hebben zich daarna uitgelaten over het voornemen van de kantonrechter en er is door partijen en het deskundigenbureau van de rechtbank contact geweest met mogelijke deskundigen. Zoals is overwogen in het tussenvonnis van 8 juli 2025 zagen voormelde deskundigen geen mogelijkheid om het gevraagde onderzoek te verrichten. Daarom is [verweerster] BV in de gelegenheid gesteld om daarop te reageren en om aan te geven of, en zo ja op welke wijze, zij het van haar verlangde bewijs toch nog wenst te leveren.
2.3.
In haar bericht van 4 augustus 2025 laat [verweerster] BV weten dat zij graag in de gelegenheid wordt gesteld om het verlangde bewijs alsnog te leveren door middel van het inbrengen en toelichten van verschillende producties bij akte. Gelet op het voorgaande ziet de kantonrechter af van het voornemen om een deskundige te benoemen en zal de kantonrechter [verweerster] BV opdragen om het verlangde bewijs schriftelijk te leveren.
2.4.
Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

3.De beslissing

De kantonrechter
3.1.
draagt [verweerster] BV op te bewijzen dat [verzoekster] de arbeidsovereenkomst met [verweerster] BV heeft ondertekend;
3.2.
bepaalt dat [verweerster] BV haar schriftelijke bewijsstukken met toelichting uiterlijk op 23 september 2025 in het geding moet brengen,
3.3.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze beschikking is gegeven door mr. Zander en in het openbaar uitgesproken door mr. Ebben op 26 augustus 2025.