ECLI:NL:RBZWB:2025:6769
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Beschikking
- mr. Zander
- mr. Ebben
- Rechtspraak.nl
Beslissing over bewijslevering in arbeidszaak tussen verzoekster en verweerster
In deze zaak, behandeld door de Rechtbank Zeeland-West-Brabant, heeft de kantonrechter op 26 augustus 2025 een beschikking gegeven in een arbeidsrechtelijke kwestie tussen [verzoekster] en [verweerster] BV. De procedure volgde op een eerdere tussenbeschikking van 10 april 2025, waarin de kantonrechter oordeelde dat de ondertekening van een schriftelijke arbeidsovereenkomst door [verzoekster] werd ontkend. Hierdoor was artikel 159 lid 2 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van toepassing, wat betekent dat de arbeidsovereenkomst geen bewijs oplevert zonder bewijs van de ondertekening.
In de tussenbeschikking van 8 juli 2025 werd overwogen om een deskundige te benoemen, maar de deskundigen gaven aan geen mogelijkheid te zien om het gevraagde onderzoek uit te voeren. [Verweerster] BV kreeg de kans om te reageren en gaf aan het bewijs alsnog te willen leveren door middel van het inbrengen van verschillende producties. De kantonrechter besloot uiteindelijk af te zien van het benoemen van een deskundige en droeg [verweerster] BV op om het verlangde bewijs schriftelijk te leveren.
In de beschikking werd bepaald dat [verweerster] BV haar schriftelijke bewijsstukken met toelichting uiterlijk op 23 september 2025 in het geding moest brengen. De kantonrechter hield verdere beslissingen aan, wat betekent dat de zaak nog niet volledig is afgerond en er mogelijk vervolgprocedures zullen plaatsvinden.