Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 21 oktober 2025 in de zaak tussen
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Breda, het college.
Samenvatting
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
Ter zitting
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit van 17 maart 2025;
- bepaalt dat deze uitspraak in plaats treedt van het bestreden besluit, voor zover het college het verzoek om proceskostenvergoeding afwijst;
- bepaalt dat de rechtsgevolgen voor het overige deel in stand blijven;
- bepaalt dat het college aan eiseres een proceskostenvergoeding verstrekt van € 1.348,- voor de kosten in bezwaar;
- veroordeelt het college in de proceskosten van eiseres in beroep tot een bedrag van € 1.814,-;
- bepaalt dat het college het griffierecht van € 53,- aan eiseres moet vergoeden.
Informatie over hoger beroep
(…)
(…)
2.Wanneer het inkomen hoger is dan 110% van de bijstandsnorm, moet dat meerdere inkomen volledig ingezet worden voor de betaling van de bijzondere noodzakelijke kosten van het bestaan.
(…)
4. Wanneer sprake is van een schuldsaneringsregeling op grond van de Wsnp of een minnelijke schuldregeling geldt dat de draagkracht wordt berekend over het inkomen waarover belanghebbende daadwerkelijk de beschikking heeft.