Uitspraak
1.De zaak in het kort
2.De procedure
- de akte van [werkgever] met productie
- de akte van [werknemer] met eiswijziging met producties
- de antwoordakte eiswijziging met productie.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
In deze zaak heeft de kantonrechter op 15 oktober 2025 uitspraak gedaan in een arbeidsrechtelijke kwestie tussen een werknemer en een werkgever. De zaak betreft de uitleg van een cao-bepaling die een netto jaarurennorm van 1654 uur minus leeftijdsuren voor de werknemer vastlegt. In een tussenvonnis van 11 juni 2025 werd de werkgever de gelegenheid geboden om bewijsstukken te overleggen over de uitvoering van deze cao-bepaling. De werkgever heeft een andere berekeningswijze gepresenteerd, maar de kantonrechter oordeelde dat de uitkomst gelijk was aan de door de kantonrechter gegeven rekenvoorbeelden. De kantonrechter concludeerde dat de werknemer zijn vordering onvoldoende had onderbouwd, wat leidde tot afwijzing van de vordering. De werknemer werd ook veroordeeld tot betaling van de proceskosten, die op € 982,50 zijn vastgesteld. De werkgever had een voorwaardelijke eis in reconventie ingesteld, maar deze werd niet behandeld omdat de vordering van de werknemer in conventie werd afgewezen.