Uitspraak
1.De zaak in het kort
2.De procedure
- de akte van [werkgever] met productie
- de akte van [werknemer] met eiswijziging met producties
- de antwoordakte eiswijziging met productie.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De kantonrechter heeft in een tussenvonnis vastgesteld dat de cao een netto jaarurennorm van 1654 uur minus het toepasselijke aantal leeftijdsuren voorschrijft. De werkgever kreeg vervolgens de gelegenheid om aan te tonen hoe zij deze norm in de praktijk toepaste. Werkgever heeft stukken en een toelichting overgelegd waaruit blijkt dat zij een andere berekeningswijze hanteert, maar dat de uitkomst gelijk is aan het rekenvoorbeeld van de kantonrechter.
De werknemer stelde dat de werkgever niet aannemelijk had gemaakt dat de leeftijdsuren correct waren verwerkt, omdat een andere methode werd gebruikt. De kantonrechter oordeelde echter dat dit niet doorslaggevend is, aangezien de uitkomsten gelijk zijn en 2018 representatief is voor de jaren 2017 tot en met 2021. De werknemer heeft zijn vordering onvoldoende onderbouwd in het licht van de gemotiveerde betwisting door werkgever.
Daarom wijst de kantonrechter de vordering van de werknemer af en veroordeelt hem in de proceskosten. De voorwaardelijke eis in reconventie van werkgever wordt niet behandeld omdat de hoofdvordering is afgewezen.
Uitkomst: De vordering van de werknemer wordt afgewezen omdat werkgever aannemelijk heeft gemaakt dat de berekening van de netto jaarurennorm minus leeftijdsuren conform cao correct is uitgevoerd.