Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van de meervoudige kamer van 5 november 2025 in de zaak tussen
[eiser] , uit [plaats 1] , eiser,
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
- het niet voldoen aan de mestverwerkingsplicht: een boete van € 10.434,60, en
- het niet voldoen aan de Verantwoorde groei melkveehouderij (VGM): een boete van
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit van 29 november 2022, voor zover het de hoogte van de boetes betreft;
- herroept het boetebesluit van 12 oktober 2021, alleen voor zover het de hoogte van de boetes betreft;
- stelt de boetes vast op € 22.297,59;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde gedeelte van het bestreden besluit;
- veroordeelt de Staat (de minister van Justitie en Veiligheid) in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 226,75;
- bepaalt dat de griffier van de rechtbank het in beroep betaalde griffierecht van € 184,- terugbetaalt.