Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
uitspraak van de meervoudige kamer van 25 juli 2023 op de hoger beroepen van:
[naam 1] B.V., te [plaats 1] ( [naam 1] )
en
de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit
Procesverloop in hoger beroep
Grondslag van het geschil
- de vervoersgegevens van zeven vrachten dierlijke meststoffen niet op de juiste manier te hebben vastgelegd met behulp van Automatische Gegevens Registratie (AGR) en satellietvolgapparatuur (GPS) (overtreding 1, artikel 49, vierde lid, van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet (Uitvoeringsbesluit) en artikelen 55 en 56 van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet (Uitvoeringsregeling), feitcode M259);
- 61 Vervoersbewijzen Dierlijke Meststoffen (VDM’s) niet naar waarheid te hebben opgemaakt (overtreding 2, artikel 53, tweede lid, van het Uitvoeringsbesluit, feitcode M303);
- de op deze VDM’s vermelde gegevens niet naar waarheid elektronisch te hebben ingediend bij de minister (overtreding 3, artikel 124, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling, feitcode M311);
- bij drie vrachten dierlijke meststoffen de exportmelding niet volledig en/of naar waarheid te hebben gedaan (overtreding 4, artikel 124, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling, feitcode M486);
- bij zes monsters niet op de juiste wijze het fosfaat-/stikstofgehalte te hebben laten bepalen (overtreding 5, artikel 77, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling, feitcode M502);
- en bij zeven ingezonden monsters niet de juiste gegevens te hebben ingestuurd
(overtreding 6, artikelen 80, eerste lid, en 124, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling, feitcode M514).
Inleiding
Op 3 oktober 2017, 14.41 uur stuurt [naam 1] een bericht aan de chauffeur met de volgende inhoud “morgen vroeg export laden code 13 bij [naam 9] . Zet hem anders daar neer kan je vast laden. 15 ton laden lossen [naam 13] . Zo 3 x morgen”.
€ 19.200,– = € 21.365,–. Het beroep is op deze punten gegrond.
4.3 De minister betwist dat ontlastende informatie is achtergehouden. Bovendien zijn in beroep alsnog stukken overgelegd. Na overlegging van alle beschikbare informatie is niet gebleken dat ontlastende informatie is achtergehouden. De vergelijking met de uitspraken van het College van 18 december 2018 gaat niet op, omdat hier geen sprake is van voor [naam 1] niet kenbare marges die door de minister worden gehanteerd. Volgens de minister zijn alle rapporten die van belang zijn, in het geding gebracht.
1 tot en met 7 bij het algemene rapport. Daarbij gaat het om mesttransporten waarvan [naam 1] opgave heeft gedaan, maar die volgens de minister niet hebben plaatsgevonden.
9 mei 2016 (ECLI:NL:CBB:2016:106).
Rapporten 1 tot en met 7: overtredingen 2 (M303), 4 (M486) en 5 (M502)
€ 19.200,-. [naam 1] heeft op dit punt geen verweer gevoerd.
Beslissing
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde gedeelte van het bestreden besluit;
- bevestigt de aangevallen uitspraak voor het overige.
mr. H.L. van der Beek, in aanwezigheid van mr. M.G. Ligthart, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 25 juli 2023.
1. Het vervoer van een vracht drijfmest geschiedt met een transportmiddel dat is uitgerust met de krachtens artikel 70, vierde lid, onderdeel b, voorgeschreven apparatuur die op naam van de intermediair is geregistreerd.
Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over:
1. De vervoerder legt voordat het laden van drijfmest plaatsvindt het nummer van het vervoersbewijs dierlijke meststoffen vast in de AGR-apparatuur door het nummer elektronisch vanaf het vervoersbewijs dierlijke meststoffen in te lezen.
Artikel 55 is Pro van overeenkomstige toepassing op het vervoer van vaste mest, met dien verstande dat:
1. In geval van vervoer van dierlijke meststoffen buiten Nederland doet de vervoerder ten minste drie werkdagen voordat de vracht dierlijke meststoffen wordt geladen hiervan elektronisch mededeling aan de minister en de Voedsel en Waren Autoriteit.
1. Het stikstofgehalte en het fosfaatgehalte in de op een bedrijf of intermediaire onderneming aangevoerde hoeveelheid dierlijke meststoffen, de van een bedrijf of intermediaire onderneming afgevoerde hoeveelheid dierlijke meststoffen en de binnen een intermediaire onderneming vervoerde hoeveelheid dierlijke meststoffen, bedoeld in artikel 68, eerste lid, van het besluit, worden vastgesteld door middel van analyse van een uit de desbetreffende meststoffen genomen monster.
1. Het uit een vracht dierlijke meststoffen genomen monster wordt, onder vermelding van de betrokken leverancier en afnemer, alsmede van het nummer van het op deze vracht betrekking hebbende vervoersbewijs dierlijke meststoffen, door de vervoerder uiterlijk tien werkdagen na bemonstering toegestuurd aan een laboratorium dat blijkens accreditatie door de Raad aantoonbaar voldoet aan de accreditatienormen van het accreditatie-programma AP05, dat is opgenomen in bijlage H.
1. Degene die ingevolge deze regeling gegevens in de administratie moet opnemen of uit de administratie moet verstrekken, doet dit volledig en naar waarheid.