ECLI:NL:RBZWB:2025:7686
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schadevergoeding wegens onrechtmatige belastingaanslag AOW-uitkering Thailand
Belanghebbende, woonachtig in Thailand en AOW-gerechtigde, verzocht om schadevergoeding in verband met een aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) over 2021. Het beroep werd te laat ingediend, maar de rechtbank achtte de termijnoverschrijding verschoonbaar vanwege een eerdere procedure bij de kantonrechter die zich onbevoegd verklaarde.
De rechtbank beoordeelde uitsluitend het verzoek om schadevergoeding, aangezien het geschil over de aanslag zelf niet meer aan de orde was. De rechtbank overwoog dat de wet voor schadevergoeding in deze procedure nog niet van toepassing is en dat alleen schadevergoeding bij gegrond beroep op het besluit mogelijk is, wat hier niet het geval was.
Belanghebbende stelde dat de Belastingdienst onrechtmatig handelde door een verkeerde uitleg te geven aan het belastingverdrag tussen Nederland en Thailand, waardoor onterechte belasting werd geheven over zijn AOW-uitkering. De rechtbank oordeelde dat Nederland terecht belasting mag heffen over de AOW-uitkering van in Thailand wonende belastingplichtigen en dat er geen sprake was van onrechtmatig handelen of onjuiste informatie.
Het verzoek om schadevergoeding werd daarom afgewezen en het beroep ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om schadevergoeding in verband met de aanslag IB/PVV 2021 wordt afgewezen en het beroep ongegrond verklaard.