ECLI:NL:RBZWB:2025:7838
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Bodemzaak
- Kool
- Rechtspraak.nl
Ontbinding arbeidsovereenkomst wegens ernstig verstoorde arbeidsverhouding
In deze zaak verzocht Logipark de ontbinding van de arbeidsovereenkomst met [persoon] omdat de arbeidsverhouding zodanig verstoord was dat voortzetting niet redelijk was. [persoon] maakte dit niet verwijtbaar en herplaatsing was niet mogelijk. Tijdens de mondelinge behandeling op 29 oktober 2025 bereikten partijen een minnelijke regeling over de financiële afwikkeling, vastgelegd in een proces-verbaal.
De kantonrechter oordeelde dat er een redelijke grond was voor ontbinding en wees het verzoek toe met ingang van 1 december 2025. Het verzoek hield geen verband met een opzegverbod. [persoon] trok zijn voorwaardelijk tegenverzoek in na ontbinding.
De kantonrechter bepaalde dat partijen ieder hun eigen proceskosten dragen en verklaarde de beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Het verzoek tot meer of anders werd afgewezen. De uitspraak werd mondeling gedaan en schriftelijk vastgelegd.
Uitkomst: De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden per 1 december 2025 wegens ernstig verstoorde arbeidsverhouding.