Eiseres heeft beroep ingesteld tegen de Dienst Toeslagen omdat deze niet binnen de door de rechtbank gestelde termijn had beslist op haar aanvraag om aanvullende compensatie voor werkelijke schade op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht).
De rechtbank overweegt dat verweerder niet binnen de wettelijke beslistermijn van 52 weken heeft beslist en dat inmiddels meer dan 60 weken zijn verstreken sinds het verstrijken van die termijn. Daarom legt de rechtbank een nadere beslistermijn van twee weken op na verzending van deze uitspraak.
Verweerder had verzocht om een langere beslistermijn van 60 weken na het verstrijken van de wettelijke termijn, maar de rechtbank volgt deze lijn alleen voor toekomstige zaken en niet voor dit individuele geval.
De rechtbank legt een dwangsom op van €250 per dag met een maximum van €37.500 voor het overschrijden van de beslistermijn. Tevens moet verweerder het griffierecht en proceskosten van eiseres vergoeden.
De uitspraak is gedaan door rechter R.P. Broeders op 3 december 2025 en is zonder zitting gewezen omdat het beroep kennelijk gegrond is.