ECLI:NL:RBZWB:2025:8880

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
12 december 2025
Publicatiedatum
12 december 2025
Zaaknummer
11918350 \ AZ VERZ 25-63 (E)
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • Swaanen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:670 BWArt. 7:671b lid 6 onderdeel a BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding arbeidsovereenkomst wegens ernstig en duurzaam verstoorde arbeidsverhouding

Partijen hebben tijdens de mondelinge behandeling op 5 december 2025 een regeling getroffen over de financiële afwikkeling bij ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Werkgever verzocht de ontbinding wegens een ernstig en duurzaam verstoorde arbeidsverhouding, waarbij herplaatsing niet mogelijk is en de werknemer geen verwijt treft.

De kantonrechter oordeelt dat er een redelijke grond is voor ontbinding, mede gelet op de verwijzing van de werknemer aan het oordeel van de kantonrechter. De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden per 1 februari 2026. Hoewel de werknemer arbeidsongeschikt is en het opzegverbod van artikel 7:670 BW Pro van toepassing is, geldt een uitzondering op grond van artikel 7:671b lid 6, onderdeel a, BW omdat het verzoek geen verband houdt met de omstandigheden waarop het opzegverbod betrekking heeft.

De kantonrechter bepaalt dat partijen ieder hun eigen proceskosten dragen en wijst verdere verzoeken af. De beschikking is op 12 december 2025 in het openbaar uitgesproken door kantonrechter Swaanen.

Uitkomst: De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden per 1 februari 2026 wegens een ernstig en duurzaam verstoorde arbeidsverhouding.

Uitspraak

RECHTBANKZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Bergen op Zoom
Zaaknummer / rekestnummer: 11918350 \ AZ VERZ 25-63
Beschikking van 12 december 2025
in de zaak van
[werknemer],
te [plaats 1] ,
verzoekende partij in het verzoek,
verwerende partij in het voorwaardelijk tegenverzoek,
hierna te noemen: [werknemer] ,
gemachtigde: mr. M.E. Smits,
tegen
[werkgever],
te [plaats 2] ,
verwerende partij in het verzoek,
verzoekende partij in het voorwaardelijk tegenverzoek,
hierna te noemen: [werkgever] ,
gemachtigde: mr. I.I.J. Slangen en mr. L.S. de Wijs.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift
- het verweerschrift tevens houdende een voorwaardelijk tegenverzoek
- de mondelinge behandeling van 5 december 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
1.2.
Partijen hebben tijdens de mondelinge behandeling in het verzoek een minnelijke regeling getroffen. Partijen hebben met betrekking tot het tegenverzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst uitspraak verzocht. Na het sluiten van de mondelinge behandeling is de uitspraak in het tegenverzoek bepaald op vandaag.

2.Het tegenverzoek

2.1.
[werkgever] verzoekt de arbeidsovereenkomst met [werknemer] te ontbinden, omdat de arbeidsverhouding tussen partijen zodanig is verstoord dat van [werkgever] in redelijkheid niet gevergd kan worden de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. [werknemer] valt daarvan geen verwijt te maken. Ook is herplaatsing niet mogelijk dan wel ligt dit niet in de rede. [werkgever] heeft gesteld dat het verzoek geen verband houdt met het bestaan van een opzegverbod. [werkgever] heeft verzocht de arbeidsovereenkomst per 1 februari 2026 te ontbinden.
2.2.
[werknemer] refereert zich aan het oordeel van de kantonrechter.

3.De beoordeling

3.1.
Mede gelet op de referte van [werknemer] zal de kantonrechter de arbeidsovereenkomst ontbinden per 1 februari 2026. Uit de standpunten van partijen blijkt namelijk dat er een redelijke grond is voor ontbinding, aangezien de arbeidsverhouding zodanig is verstoord dat van [werkgever] als werkgever in redelijkheid niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Herplaatsing van [werknemer] is daarbij niet mogelijk. De beëindiging van de arbeidsovereenkomst is [werknemer] niet verwijtbaar. Partijen hebben overeenstemming bereikt over de financiële afwikkeling van de arbeidsovereenkomst. [werknemer] is arbeidsongeschikt waardoor het opzegverbod conform artikel 7:670 BW Pro van toepassing is. Hierop wordt echter op grond van artikel 7:671b lid 6, onderdeel a, BW een uitzondering gemaakt, omdat het verzoek geen verband houdt met omstandigheden waarop het opzegverbod betrekking heeft.
3.2.
Gelet op de uitkomst van deze procedure is het redelijk dat partijen ieder hun eigen proceskosten dragen.

4.De beslissing

De kantonrechter
4.1.
ontbindt de arbeidsovereenkomst tussen partijen per 1 februari 2026,
4.2.
bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt,
4.3.
wijst af hetgeen meer of anders is verzocht.
Deze beschikking is gegeven door mr. Swaanen en in het openbaar uitgesproken op 12 december 2025.