ECLI:NL:RBZWB:2025:8940

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
15 december 2025
Publicatiedatum
15 december 2025
Zaaknummer
11820507 AZ VERZ 25-55 (E)
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
  • Swaanen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 arbeidsovereenkomst
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voorwaardelijk ontbindingsverzoek na opzegging arbeidsovereenkomst

De werknemer trad op 1 november 2015 in dienst bij Attero. Op 5 april 2025 meldde hij zich ziek en verscheen niet op kantoor of bij de bedrijfsarts ondanks oproepen. Op 22 april 2025 zegde de werknemer zijn arbeidsovereenkomst op per 22 mei 2025.

Attero verzocht de kantonrechter om de arbeidsovereenkomst voorwaardelijk te ontbinden, onder de voorwaarde dat zij de werknemer niet aan zijn opzegging mocht houden. Attero stelde dat de werknemer verwijtbaar handelde door niet mee te werken aan re-integratie en dat er subsidiair sprake was van een verstoorde arbeidsverhouding.

De kantonrechter oordeelde dat de arbeidsovereenkomst door de opzegging van de werknemer is geëindigd en dat de voorwaarde voor het ontbindingsverzoek daardoor niet is vervuld. De opzegging was niet ongeldig ondanks dat deze niet tegen het begin van een kalendermaand was gedaan. Het ontbindingsverzoek werd daarom afgewezen.

Attero werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten van de werknemer, vastgesteld op €50,00 voor reis- en verblijfkosten. De beschikking werd op 15 december 2025 in het openbaar uitgesproken door kantonrechter Swaanen.

Uitkomst: Het voorwaardelijk ontbindingsverzoek wordt afgewezen omdat de arbeidsovereenkomst door opzegging van de werknemer is geëindigd.

Uitspraak

RECHTBANKZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Bergen op Zoom
Zaaknummer / rekestnummer: 11820507 \ AZ VERZ 25-55
Beschikking van 15 december 2025
in de zaak van
ATTERO B.V.,
te Wijster,
verzoekende partij,
hierna te noemen: Attero,
gemachtigde: mr. B. Graveth,
tegen
[de werknemer],
te [plaats],
verwerende partij,
hierna te noemen: [de werknemer],
procederend in persoon.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het op 31 juli 2025 op de griffie ontvangen verzoekschrift met producties 1 tot en met 17;
- de mondelinge behandeling van 17 november 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
1.2.
De beschikking is bepaald op vandaag.

2.De feiten

2.1.
[de werknemer] is op 1 november 2015 in dienst getreden van Attero.
2.2.
Op 5 april 2025 heeft [de werknemer] zich ziekgemeld.
2.3.
Attero heeft [de werknemer] een aantal keer opgeroepen voor een gesprek op haar kantoor en voor een consult bij de bedrijfsarts. [de werknemer] is niet op kantoor of bij de bedrijfsarts verschenen.
2.4.
Bij e-mail van 22 april 2025 heeft [de werknemer] zijn arbeidsovereenkomst opgezegd per 22 mei 2025.

3.Het verzoek en het verweer

3.1.
Attero verzoekt bij beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
  • de tussen Attero en [de werknemer] bestaande arbeidsovereenkomst voorwaardelijk te ontbinden op de kortst mogelijke termijn,
  • [de werknemer] te veroordelen in de kosten van deze procedure.
3.2.
Attero doet een voorwaardelijk ontbindingsverzoek, namelijk onder de voorwaarde dat zij [de werknemer] niet aan zijn opzegging van de arbeidsovereenkomst zou mogen houden. Zij stelt dat er voor ontbinding primair verwijtbaar handelen of nalaten door [de werknemer] is omdat hij niet meewerkt aan de re-integratie, en subsidiair een verstoorde arbeidsverhouding.
3.3.
[de werknemer] voert verweer.
3.4.
Op de standpunten van partijen zal – voor zover van belang – onder de beoordeling worden ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
[de werknemer] heeft de arbeidsovereenkomst opgezegd tegen 22 mei 2025. Hij heeft op de mondelinge behandeling toegelicht dat hij niet langer bij Attero wil werken, ondanks nadelige financiële gevolgen voor hem.
4.2.
Door de opzegging is de arbeidsovereenkomst geëindigd op 22 mei 2025. Weliswaar had [de werknemer] op grond van artikel 3 van Pro de arbeidsovereenkomst (productie 1 van Attero) zijn opzegging moeten doen tegen het begin van een nieuwe kalendermaand, derhalve tegen 1 juni 2025, maar dat maakt de opzegging niet ongeldig.
4.3.
Aangezien de arbeidsovereenkomst is geëindigd door de opzegging, is de voorwaarde voor behandeling van het ontbindingsverzoek niet vervuld. De kantonrechter komt daarom niet toe aan dat verzoek. Het verzoek zal worden afgewezen.
4.4.
Omdat het verzoek van Attero wordt afgewezen, geldt dat zij de in het ongelijk gestelde partij is en moet zij daarom de proceskosten betalen. De proceskosten van [de werknemer] worden vastgesteld op € 50,00 aan reis-, verblijf- en verletkosten voor het bijwonen van de mondelinge behandeling.

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
wijst het verzoek af,
5.2.
veroordeelt Attero in de proceskosten van € 50,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als Attero niet tijdig aan de veroordeling voldoet en de beschikking daarna wordt betekend.
Deze beschikking is gegeven door mr. Swaanen en in het openbaar uitgesproken op 15 december 2025.