Eiseres heeft op 9 januari 2023 een verzoek ingediend tot herbeoordeling van haar situatie met betrekking tot de kinderopvangtoeslag. Verweerder heeft niet binnen de wettelijke beslistermijn op dit verzoek beslist. Na ingebrekestelling op 22 maart 2024 is de termijn alsnog verstreken zonder besluit.
De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk gegrond is en vernietigt het niet tijdig genomen besluit. Verweerder wordt opgedragen binnen acht weken na verzending van deze uitspraak een vooraankondiging te verzenden, gevolgd door een besluit binnen twee weken na ontvangst van een eventuele zienswijze of na het verstrijken van de termijn voor het indienen daarvan.
Ter waarborging van naleving legt de rechtbank een dwangsom van € 100,- per dag op, met een maximum van € 15.000,-. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht van € 51,- en proceskosten van € 453,50 aan eiseres, omdat de zaak uitsluitend over de overschrijding van de beslistermijn gaat. De rechtbank ziet geen aanleiding om af te wijken van het landelijke beleid omtrent de hoogte van de dwangsom en de wegingsfactor voor proceskostenvergoeding.