ECLI:NL:RBZWB:2025:9082

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
19 december 2025
Publicatiedatum
19 december 2025
Zaaknummer
11877890 AZ VERZ 25-46 (E)
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • Van Dam
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding arbeidsovereenkomst wegens verstoorde arbeidsverhouding met beëindigingsvergoeding

De werknemer was in dienst bij de werkgever en de werkgever verzocht de ontbinding van de arbeidsovereenkomst vanwege een verstoorde arbeidsverhouding. De werknemer voerde verweer, maar tijdens de mondelinge behandeling op 15 december 2025 zijn partijen in overleg getreden en hebben een vaststellingsovereenkomst gesloten die in een proces-verbaal is opgenomen.

De kantonrechter stelde vast dat de arbeidsverhouding zodanig verstoord was dat van de werkgever niet in redelijkheid kon worden gevergd de arbeidsovereenkomst voort te zetten, en dat herplaatsing binnen een redelijke termijn niet mogelijk of niet in de rede lag. Hoewel er een opzegverbod gold, stond dit niet in de weg aan ontbinding omdat het verzoek geen verband hield met de omstandigheden van het opzegverbod.

De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden met ingang van 1 februari 2026. De werkgever is veroordeeld tot betaling van een bruto beëindigingsvergoeding van €16.000, waarin de wettelijke transitievergoeding is begrepen. Partijen dienen uitvoering te geven aan de afspraken uit het proces-verbaal en dragen ieder hun eigen proceskosten. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden met ingang van 1 februari 2026 en de werkgever betaalt een beëindigingsvergoeding van €16.000 bruto.

Uitspraak

RECHTBANKZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Middelburg
Zaaknummer / rekestnummer: 11877890 \ AZ VERZ 25-46
Beschikking van 19 december 2025
in de zaak van
[werkgever] B.V.,
te [plaats 1] ,
verzoekende partij,
hierna te noemen: [werkgever] ,
gemachtigde: mr. P.A. Kerkhof,
tegen
[werknemer],
te [plaats 2] ,
verwerende partij,
hierna te noemen: [werknemer] ,
gemachtigde: mr. V.M.C. Verhaegen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het op 11 september 2025 ontvangen verzoekschrift;
- het verweerschrift;
- de mondelinge behandeling van 15 december 2025.
1.2.
De uitspraak is bepaald op vandaag.

2.Het geschil en de beoordeling

2.1.
[werknemer] is in dienst van [werkgever] .
2.2.
[werkgever] verzoekt de arbeidsovereenkomst te ontbinden, vanwege een verstoorde arbeidsverhouding.
2.3.
[werknemer] voert verweer.
2.4.
Partijen zijn op de mondelinge behandeling van 15 december 2025 in overleg getreden. Zij hebben een vaststellingsovereenkomst gesloten die is opgenomen in een proces-verbaal.
2.5.
De kantonrechter stelt vast dat er een verstoorde arbeidsverhouding is, zodanig dat van [werkgever] in redelijkheid niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren, alsmede dat herplaatsing van [werknemer] binnen een redelijke termijn niet mogelijk is of niet in de rede ligt. Dit levert een redelijke grond op voor ontbinding van de arbeidsovereenkomst.
2.6.
Er is een opzegverbod, maar dit opzegverbod staat niet in de weg aan ontbinding. Het verzoek om ontbinding houdt namelijk geen verband met omstandigheden waarop het opzegverbod betrekking heeft.
2.7.
De kantonrechter zal daarom de ontbinding van de arbeidsovereenkomst met ingang van 1 februari 2026 toewijzen.
2.8.
Partijen zijn in het proces-verbaal overeengekomen dat [werkgever] vanwege de beëindiging van de arbeidsovereenkomst aan [werknemer] is verschuldigd een beëindigingsvergoeding van € 16.000,00 bruto, waarin de wettelijke transitievergoeding geacht wordt te zijn begrepen. [werkgever] zal worden veroordeeld tot betaling van die beëindigingsvergoeding, binnen veertien dagen na 1 februari 2026.
2.9.
De kantonrechter zal verder bepalen dat partijen uitvoering dienen te geven aan de afspraken opgenomen in het proces-verbaal van 15 december 2025.
2.10.
Gelet op de afspraken in het proces-verbaal zal de kantonrechter bepalen dat iedere partij de eigen proceskosten draagt.

3.De beoordeling

3.1.
ontbindt de arbeidsovereenkomst tussen partijen met ingang van 1 februari 2026,
3.2.
veroordeelt [werkgever] om aan [werknemer] te betalen een beëindigingsvergoeding van € 16.000,00 bruto, binnen veertien dagen na 1 februari 2026,
3.3.
bepaalt dat partijen uitvoering dienen te geven aan de afspraken uit het tijdens de mondelinge behandeling opgemaakte proces-verbaal van 15 december 2025,
3.4.
bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt,
3.5.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. Van Dam en in het openbaar uitgesproken op 19 december 2025.