ECLI:NL:RBZWB:2025:9082
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Beschikking
- Van Dam
- Rechtspraak.nl
Ontbinding arbeidsovereenkomst wegens verstoorde arbeidsverhouding met beëindigingsvergoeding
De werknemer was in dienst bij de werkgever en de werkgever verzocht de ontbinding van de arbeidsovereenkomst vanwege een verstoorde arbeidsverhouding. De werknemer voerde verweer, maar tijdens de mondelinge behandeling op 15 december 2025 zijn partijen in overleg getreden en hebben een vaststellingsovereenkomst gesloten die in een proces-verbaal is opgenomen.
De kantonrechter stelde vast dat de arbeidsverhouding zodanig verstoord was dat van de werkgever niet in redelijkheid kon worden gevergd de arbeidsovereenkomst voort te zetten, en dat herplaatsing binnen een redelijke termijn niet mogelijk of niet in de rede lag. Hoewel er een opzegverbod gold, stond dit niet in de weg aan ontbinding omdat het verzoek geen verband hield met de omstandigheden van het opzegverbod.
De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden met ingang van 1 februari 2026. De werkgever is veroordeeld tot betaling van een bruto beëindigingsvergoeding van €16.000, waarin de wettelijke transitievergoeding is begrepen. Partijen dienen uitvoering te geven aan de afspraken uit het proces-verbaal en dragen ieder hun eigen proceskosten. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden met ingang van 1 februari 2026 en de werkgever betaalt een beëindigingsvergoeding van €16.000 bruto.