Eiser heeft beroep ingesteld tegen het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) omdat het UWV niet binnen de wettelijk voorgeschreven termijn had beslist op zijn aanvraag van 19 maart 2025 op grond van de Wet WIA.
De rechtbank stelt vast dat het UWV de ingebrekestelling van 16 september 2025 heeft ontvangen en sindsdien de beslistermijn is verstreken zonder dat een besluit is genomen. Het beroep wordt daarom kennelijk gegrond verklaard.
Het UWV heeft aangegeven dat het door een tekort aan verzekeringsartsen niet tijdig kan beslissen en verzocht om een termijn van 30 weken. De rechtbank acht een termijn van vier maanden redelijk om een zorgvuldige besluitvorming mogelijk te maken.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom van € 100 per dag op voor elke dag dat het UWV de nieuwe beslistermijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000. Het UWV wordt tevens veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten aan eiser.
De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 19 december 2025.