ECLI:NL:RBZWB:2025:9742
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Beschikking
- Kool
- Rechtspraak.nl
Vergoeding wegens onregelmatige opzegging en billijke vergoeding na ongeldige opzegging arbeidsovereenkomst
Verzoeker trad op 1 mei 2025 in dienst bij verweerder met een arbeidsovereenkomst voor twaalf maanden en een proeftijd van één maand. Verweerder ontving signalen over verzoeker en sprak hem op 28 mei 2025 hierover, maar heeft toen de arbeidsovereenkomst niet ondubbelzinnig opgezegd. Verzoeker werkte door tot zijn ziekmelding op 14 juni 2025. Op 24 juni 2025 heeft verweerder de arbeidsovereenkomst per e-mail opgezegd.
Verzoeker vorderde onder meer loon over juni 2025, een vergoeding wegens onregelmatige opzegging, een transitievergoeding en een billijke vergoeding wegens ongeldige opzegging. De kantonrechter oordeelde dat de opzegging tijdens de proeftijd niet heeft plaatsgevonden, maar pas op 24 juni 2025, waardoor de arbeidsovereenkomst tot die datum voortduurde.
Verweerder moet het achterstallige loon betalen, inclusief over de periode van ziekte, en is een vergoeding wegens onregelmatige opzegging verschuldigd ter hoogte van twee maanden loon. Daarnaast is een transitievergoeding toegekend, berekend over de duur van het dienstverband tot 1 mei 2026. Vanwege de ongeldige opzegging is ook een billijke vergoeding van € 15.000 bruto toegekend. Verder is een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten aan verzoeker toegekend.
Uitkomst: Verweerder is veroordeeld tot betaling van loon, vergoeding wegens onregelmatige opzegging, transitievergoeding en een billijke vergoeding van € 15.000 bruto.