ECLI:NL:RBZWB:2026:1778
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Onbevoegdheid voorzieningenrechter bij verwijdering leerling door bijzondere school
Verzoekster heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen de verwijdering van haar dochter als leerling van een bijzondere school die valt onder de Vereniging Ons Middelbaar Onderwijs (OMO). De voorzieningenrechter oordeelt dat OMO en de school geen bestuursorgaan zijn in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), omdat zij privaatrechtelijke rechtspersonen zijn zonder publiekrechtelijke bevoegdheid tot het eenzijdig bepalen van rechtsposities.
De voorzieningenrechter verwijst naar eerdere jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, waarin is vastgesteld dat beslissingen van bijzondere instellingen niet als besluiten in de zin van de Awb gelden, tenzij het gaat om uitoefening van openbaar gezag zoals bij het afgeven van getuigschriften. Dit is hier niet het geval.
Daarom is er geen besluit in de zin van de Awb waartegen beroep kan worden ingesteld bij de bestuursrechter. Dit leidt tot de conclusie dat de voorzieningenrechter kennelijk onbevoegd is om op het verzoek om voorlopige voorziening te beslissen.
Verzoekster heeft geen griffierecht betaald en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan zonder zitting en is openbaar gemaakt op rechtspraak.nl.
Uitkomst: De voorzieningenrechter verklaart zich onbevoegd om te beslissen over het verzoek om voorlopige voorziening tegen de verwijdering van de leerling.