Deze bestuursrechtelijke zaak betreft een beroep tegen een verleende omgevingsvergunning voor het verbouwen van een schuur en het exploiteren van een Bed and Breakfast (B&B) op een perceel in de gemeente Schouwen-Duiveland. Eiseres betwistte de vergunning onder meer op grond van het niet voldoen aan artikel 2.84 van het Bouwbesluit 2012 en het ontbreken van een bewoningsvoorschrift.
Het college had het oorspronkelijke besluit (bestreden besluit I) laten vervallen en vervangen door een nieuw besluit (bestreden besluit II) waarin de voorschriften voor de exploitatie van de B&B waren toegevoegd. De rechtbank oordeelde dat het college terecht geen ex nunc toetsing toepaste bij het bestreden besluit II vanwege rechtszekerheid en investeringen van de vergunninghouder.
Hoewel de rechtbank het beroep tegen het eerste besluit gegrond verklaarde wegens een motiveringsgebrek, werd het beroep tegen het tweede besluit ongegrond verklaard en bleef de vergunning in stand. Het college werd veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en de proceskosten van eiseres.