Eiseres heeft op 16 september 2024 een aanvraag ingediend voor aanvullende compensatie op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht). Verweerder, de Dienst Toeslagen, heeft niet binnen de wettelijke beslistermijn van zes maanden een besluit genomen en heeft de beslistermijn onrechtmatig verlengd. Eiseres stelde verweerder op 16 september 2025 in gebreke, waarna zij beroep instelde.
De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk gegrond is en dat verweerder alsnog binnen een nader bepaalde termijn moet beslissen. De rechtbank verwijst naar een eerdere uitspraak waarin is bepaald dat een nadere beslistermijn van 60 weken na het verstrijken van de wettelijke termijn geldt voor dergelijke zaken. Verweerder had geen geldige reden om de beslistermijn op te schorten vanwege alternatieve trajecten voor schadeafhandeling.
De rechtbank legt een dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €15.000 voor elke dag dat verweerder de beslistermijn overschrijdt. Tevens moet verweerder het griffierecht en proceskosten aan eiseres vergoeden. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 20 januari 2026.