ECLI:NL:RBZWB:2026:2140
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering na eerstejaarsbeoordeling en arbeidsgeschiktheid
Eiseres, voormalig administratief logistiek medewerker, meldde zich op 18 oktober 2021 ziek wegens rugklachten. Na een eerstejaarsziektewetbeoordeling (EZW) beëindigde het UWV haar ZW-uitkering per 18 maart 2023, omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt werd geacht en geschikt was voor drie geduide functies. Eiseres meldde zich opnieuw ziek op 19 april 2024, waarna het UWV haar ZW-uitkering per 4 juli 2024 beëindigde, omdat haar beperkingen niet waren toegenomen.
De rechtbank beoordeelde de medische rapportages van verzekeringsartsen en een arbeidsdeskundige, die concludeerden dat eiseres ondanks haar klachten geschikt was voor licht belastende functies. Eiseres voerde aan dat haar beperkingen in de praktijk groter waren dan vastgesteld, maar zij overlegde geen objectieve medische onderbouwing die dit ondersteunde. De rechtbank oordeelde dat de subjectieve klachtenbeleving niet doorslaggevend is en dat de medische onderzoeken zorgvuldig waren.
De arbeidsdeskundige stelde dat de geduide functies passend waren en dat eiseres instemde met de vastgestelde maatmanomvang. De rechtbank concludeerde dat het UWV terecht de ZW-uitkering beëindigde, omdat eiseres minder dan 35% arbeidsongeschikt is en geschikt is voor de geduide functies. Beide beroepen werden ongegrond verklaard, zonder toekenning van proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de beroepen van eiseres ongegrond en bevestigt de beëindiging van haar Ziektewetuitkering.