ECLI:NL:RBZWB:2026:2347
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Tussenuitspraak bestuurlijke lus
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over afwijzing Wajong-uitkering wegens vermeend arbeidsvermogen
Eiseres heeft op 17 september 2023 een aanvraag ingediend voor een Wajong-uitkering, die door het UWV is afgewezen op grond van het oordeel dat zij arbeidsvermogen heeft. De rechtbank beoordeelt het beroep tegen deze afwijzing en constateert dat het UWV onvoldoende heeft gemotiveerd waarom eiseres op de datum van de aanvraag vier uur per dag belastbaar zou zijn. Ook is onvoldoende onderbouwd dat eiseres op haar 18e verjaardag en de vijf jaar daarna arbeidsvermogen had.
De medische en arbeidskundige onderzoeken van het UWV zijn besproken, waarbij de verzekeringsarts en arbeidsdeskundige concludeerden dat eiseres beperkt belastbaar is maar wel over basale werknemersvaardigheden beschikt. Eiseres betwist deze conclusies en stelt dat haar belastbaarheid en arbeidsvermogen lager zijn dan aangenomen, mede door haar ziektegeschiedenis en ondersteuningsbehoefte.
De rechtbank stelt vast dat het UWV niet voldoende heeft gemotiveerd waarom de urenbeperking van vier uur per dag is vastgesteld en dat de medische rapportages en het dagverhaal van eiseres niet eenduidig zijn. Ook is onvoldoende aandacht besteed aan de verminderde beschikbaarheid en het ziekteverzuim van eiseres.
De rechtbank wijst het UWV erop dat het de bewijslast draagt bij laattijdige aanvragen en dat het UWV de gelegenheid krijgt om het gebrek in de motivering binnen acht weken te herstellen. Tot die tijd wordt verdere beslissing aangehouden. De rechtbank verklaart het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk omdat inmiddels wel een besluit is genomen.
Uitkomst: De rechtbank stelt het UWV in de gelegenheid het gebrek in de motivering van het besluit tot afwijzing van de Wajong-uitkering binnen acht weken te herstellen en houdt verdere beslissing aan.