ECLI:NL:RBZWB:2026:2695
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bevoegdheid heffingsambtenaar bij aanslag afvalstoffenheffing voor nakomeling ex-KNIL-militair
Belanghebbende, een nakomeling van Ambonese ex-KNIL-militairen en staatsburger van de Republiek der Verenigde Staten van Indonesië, betwistte de aanslag afvalstoffenheffing opgelegd door de gemeente Waalwijk. Hij stelde dat de heffingsambtenaar niet bevoegd was deze aanslag aan hem op te leggen vanwege zijn bijzondere status en dat de aanslag aan zijn broer als hoofdbewoner had moeten worden opgelegd.
De rechtbank erkent het gevoelde onrecht jegens ex-KNIL-militairen en hun nakomelingen, maar stelt dat zij in deze procedure alleen kan toetsen of de heffingsambtenaar bevoegd is de aanslag aan belanghebbende op te leggen. De rechtbank sluit zich aan bij eerdere rechtspraak, waaronder uitspraken van het gerechtshof en de Hoge Raad, die bevestigen dat de gemeente bevoegd is aanslagen afvalstoffenheffing op te leggen aan nakomelingen van ex-KNIL-militairen.
Verder is vastgesteld dat belanghebbende gebruiker is van de woning waarvoor de inzamelplicht geldt, waardoor de aanslag terecht aan hem is opgelegd. Het feit dat hij niet in de Basisregistratie Personen staat ingeschreven, doet hieraan niet af. Ook is geen reden om de aanslag aan zijn broer toe te wijzen, aangezien de heffingsambtenaar mag kiezen aan welke gebruiker de aanslag wordt opgelegd.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de aanslag. Belanghebbende krijgt geen proceskostenvergoeding en het griffierecht wordt niet teruggegeven. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de aanslag afvalstoffenheffing aan belanghebbende.