Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM LEEUWARDEN
31 oktober 2017
[Z](hierna: belanghebbende)
heffingsambtenaarvan de
Belastingsamenwerking Rivierenland(hierna: de heffingsambtenaar)
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Belanghebbende, een nakomeling van een voormalig KNIL-militair en eigenaar van een onroerende zaak, maakte bezwaar tegen de WOZ-beschikking en diverse lokale heffingen voor het jaar 2016. De heffingsambtenaar had de waarde van de onroerende zaak vastgesteld en aanslagen opgelegd. Na afwijzing van het bezwaar door de heffingsambtenaar en de rechtbank, stelde belanghebbende hoger beroep in bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Belanghebbende voerde aan dat de heffingsambtenaar niet bevoegd was tot het opleggen van de aanslagen vanwege internationale verdragen en regelingen uit de periode van de soevereiniteitsoverdracht Indonesië, waaronder de overgangsovereenkomst, het uniestatuut, het Memorandum en de Gemeenschappelijke Beschikking. Tevens stelde hij dat de hoorplicht was geschonden en dat het gelijkheidsbeginsel was overtreden.
Het hof oordeelde dat op grond van het nationale recht de heffingsambtenaar bevoegd is om de aanslagen op te leggen. Het beroep op internationale verdragen faalde omdat deze niet zien op de heffing van Nederlandse belastingen aan de nakomeling van een KNIL-militair. De hoorplicht was niet geschonden omdat het bezwaar kennelijk ongegrond was en het gelijkheidsbeginsel werd niet geschonden. Het hof bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees de beroepen af.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat de heffingsambtenaar bevoegd is en wijst het hoger beroep af.