In deze uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant op 6 januari 2026, wordt het beroep van eiser beoordeeld, die stelt dat de Dienst Toeslagen niet tijdig heeft beslist op zijn aanvraag van 10 oktober 2023 voor aanvullende schadevergoeding bij de Commissie Werkelijke Schade (CWS). De rechtbank oordeelt dat het beroep deels kennelijk gegrond is, omdat de beslistermijn is overschreden. Eiser heeft verweerder op 10 oktober 2024 in gebreke gesteld, waarna de rechtbank bepaalt dat verweerder alsnog binnen twee weken na verzending van deze uitspraak een besluit moet nemen. De rechtbank legt een dwangsom op van € 100,- per dag voor elke dag dat de beslistermijn wordt overschreden, met een maximum van € 15.000,-. Daarnaast wordt het beroep tegen het niet tijdig nemen van een dwangsombeschikking niet-ontvankelijk verklaard, omdat dit besluit is genomen voordat eiser het beroep heeft ingesteld. De rechtbank bepaalt dat verweerder het griffierecht van € 53,- aan eiser moet vergoeden. De uitspraak is openbaar gemaakt en partijen zijn geïnformeerd over hun recht om verzet aan te tekenen.