Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV tot beëindiging van de loongerelateerde WGA-uitkering van een ex-werkneemster per 10 december 2024. Het UWV ontving het bezwaar op 30 december 2024, maar heeft niet binnen de wettelijke termijn van zeventien weken plus verlengingen besloten. Eiseres stelde het UWV op 1 december 2025 in gebreke en startte vervolgens beroep wegens het uitblijven van een beslissing.
De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk gegrond is omdat het UWV de beslistermijn heeft overschreden. Hoewel het UWV een langere termijn van 40 weken verzocht vanwege een tekort aan verzekeringsartsen, acht de rechtbank een termijn van vier maanden na verzending van het vonnis redelijk om alsnog een besluit te nemen.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van € 100,- per dag met een maximum van € 15.000,- voor elke dag dat het UWV de nieuwe beslistermijn overschrijdt. Tevens stelt de rechtbank de reeds verschuldigde bestuurlijke dwangsom vast op € 1.442,-. Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiseres.
De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 10 april 2026. De rechtbank vernietigt het niet tijdig genomen besluit en draagt het UWV op binnen vier maanden een besluit op bezwaar bekend te maken. Eiseres krijgt gelijk en het UWV moet de kosten vergoeden.