Eiseres, een onderneming in groothandel van bestrijdingsmiddelen en meststoffen, kreeg van de minister bestuurlijke boetes opgelegd wegens het niet naleven van de verantwoordingsplicht en mestverwerkingsplicht in 2019 en 2020. De NVWA constateerde in een rapport dat eiseres aanzienlijke hoeveelheden fosfaat niet kon verantwoorden en niet voldoende mestverwerkingsovereenkomsten had nageleefd.
De minister legde boetes op van ruim € 290.000 en € 272.000, die na bezwaar werden gematigd tot circa € 7.100, € 137.000 en € 135.000, waarbij een extra matiging van 50% werd toegepast vanwege beperkte financiële draagkracht. Eiseres betwistte de hoogte van de boetes en vroeg verdere matiging, verwijzend naar het dreigende faillissement en de impact op personeel.
De rechtbank bevestigde de bevoegdheid van de minister tot het opleggen van de boetes en dat het rapport van de NVWA als bewijs kon dienen. Wel oordeelde de rechtbank dat de minister onvoldoende had gemotiveerd waarom de matiging van 50% niet verder kon worden uitgebreid, vooral gezien het dreigende faillissement. De rechtbank gaf de minister acht weken de tijd om het gebrek in de motivering te herstellen en stelde eiseres in de gelegenheid actuele financiële stukken te overleggen.
De procedure blijft beperkt tot de besproken beroepsgronden en verdere beslissingen, waaronder over proceskosten, worden aangehouden tot de einduitspraak.