ECLI:NL:CBB:2026:11
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete voor overschrijding meststoffenwet gebruiksnormen en mestverwerkingsplicht
De maatschap exploiteerde een veebedrijf en kreeg voor 2018 boetes opgelegd wegens overschrijding van gebruiksnormen voor dierlijke meststoffen en het niet voldoen aan de mestverwerkingsplicht. De rechtbank had de boetes verlaagd vanwege overschrijding van de redelijke termijn en de minister had de boetes aangepast op basis van nieuwe berekeningen.
In hoger beroep stelde de maatschap dat de stikstofcorrectie bij graasdieren onjuist was omdat deze niet gelijk was aan die bij staldieren, wat volgens haar in strijd was met het gelijkheidsbeginsel. Ook verzocht zij om verdere matiging van de boete wegens bijzondere omstandigheden, waaronder een dreigend faillissement en het staken van het melkveebedrijf.
Het College oordeelde dat de forfaitaire stikstofcorrectie voor graasdieren juist is en dat verschillende berekeningswijzen voor graas- en staldieren gerechtvaardigd zijn. De aangevoerde bijzondere omstandigheden rechtvaardigen geen verdere matiging van de boete. De overschrijding van de redelijke termijn was reeds door de rechtbank met 10% verrekend, waardoor geen extra matiging nodig was.
Het College bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het College bevestigt de boetes voor overschrijding van meststoffenwet gebruiksnormen en mestverwerkingsplicht en wijst verdere matiging af.