ECLI:NL:RBZWB:2026:3647
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Kort geding
- Van Dam
- Rechtspraak.nl
Gedeeltelijke schorsing non-concurrentie- en relatiebeding bij overstap naar concurrent
Een ex-werknemer van een uitzend- en detacheringsbureau wil overstappen naar een directe concurrent als vestigingsmanager, maar wordt belemmerd door een non-concurrentie- en relatiebeding in zijn arbeidsovereenkomst.
De kantonrechter beoordeelt in kort geding of deze bedingen geschorst kunnen worden. De werkgever stelt dat het concurrentiebeding noodzakelijk is ter bescherming van bedrijfsgevoelige informatie en klantenrelaties, terwijl de werknemer betoogt dat de bedingen onbillijk en te algemeen zijn en zijn ontwikkelingsmogelijkheden beperken.
De rechter oordeelt dat het concurrentiebeding onbillijk is en dat de werkgever onvoldoende heeft onderbouwd dat het vertrek van de werknemer het bedrijfsdebiet aantast. Het relatiebeding is te ruim geformuleerd en onduidelijk, waardoor de werknemer onredelijk wordt beperkt. Daarom wordt het non-concurrentiebeding volledig geschorst en het relatiebeding gedeeltelijk, zodat de werknemer bij de concurrent mag werken zonder het risico van boetes.
De werkgever wordt veroordeeld in de proceskosten en het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Het non-concurrentiebeding wordt volledig geschorst en het relatiebeding gedeeltelijk, zodat de werknemer bij de concurrent mag werken zonder onredelijke beperkingen.