ECLI:NL:RBZWB:2026:440

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
27 januari 2026
Publicatiedatum
27 januari 2026
Zaaknummer
25/1477 WAJONG
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1a:1 WajongArt. 1a WajongArt. 2:4 WajongArt. 3:8a WajongSchattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing Wajong-aanvraag wegens onvoldoende medische onderbouwing arbeidsvermogen op 18e verjaardag

Eiser heeft op 21 september 2023 een Wajong-aanvraag ingediend bij het UWV, die op 15 mei 2024 werd afgewezen wegens gebrek aan medische informatie over het arbeidsvermogen op zijn 18e verjaardag en de vijf jaren daarna. Na bezwaar en aanvullende informatie bleef het UWV bij deze afwijzing. Eiser stelde beroep in bij de rechtbank Zeeland-West-Brabant.

De rechtbank behandelde het beroep op 13 januari 2026 en beoordeelde of eiser voldeed aan de Wajong-criteria, waarbij het UWV medisch en arbeidskundig onderzoek had laten verrichten. De verzekeringsarts concludeerde dat er onvoldoende medische gegevens zijn om vast te stellen dat eiser op zijn 18e verjaardag en de vijf jaren daarna duurzaam geen arbeidsvermogen had. De arbeidsdeskundige bevestigde dat er geen basale werknemersvaardigheden aanwezig zijn, maar kon de situatie op de 18e verjaardag niet objectief beoordelen.

De rechtbank oordeelde dat eiser de bewijslast draagt bij een laattijdige aanvraag en dat hij onvoldoende medische onderbouwing heeft geleverd. Het gedrag van eiser was problematisch, maar er ontbraken medische gegevens die dit op de 18e verjaardag konden verklaren. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard, met als gevolg dat de afwijzing van de Wajong-aanvraag gehandhaafd blijft en eiser geen proceskostenvergoeding ontvangt.

Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de Wajong-aanvraag wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV blijft gehandhaafd.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Zittingsplaats: Breda
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 25/1477 WAJONG

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 27 januari 2026 in de zaak tussen

[eiser] , uit [woonplaats] , eiser,

(gemachtigde: mr. I. Car)
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen(UWV, kantoor [locatie] ), verweerder.

Samenvatting

1.1.
Deze uitspraak gaat over de afwijzing van eisers aanvraag om een uitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong). Eiser is het niet eens met deze afwijzing. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank of het UWV terecht heeft geweigerd een Wajong-uitkering toe te kennen.
1.2.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het UWV in het besluit van 15 januari 2025 (bestreden besluit) terecht de afwijzing van eisers Wajong-aanvraag heeft gehandhaafd. Eiser krijgt geen gelijk, dus het beroep is ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit heeft.
1.3.
Onder 2 staan de feiten en omstandigheden die van belang zijn. Onder 3 staat het procesverloop in deze zaak. Onder 4 en 5 staan het wettelijk kader en de grondslag van het bestreden besluit. Onder 6 en 7 volgt een weergave van het medisch en arbeidskundig onderzoek. Onder 8 en 9 staan de standpunten van eiser en het UWV. De beoordeling door de rechtbank volgt vanaf 10. Daarbij gaat de rechtbank in op de volgende vragen: heeft eiser arbeidsvermogen en zo niet, is het ontbreken van arbeidsvermogen duurzaam. Aan het eind staat de beslissing van de rechtbank en de gevolgen daarvan.

Feiten en omstandigheden

2.1.
Eiser, geboren op [geboortedag] 1987, heeft op 21 september 2023 een beoordeling arbeidsvermogen aangevraagd bij het UWV om aanspraak te kunnen maken op een Wajong-uitkering. In het kader van deze aanvraag heeft eiser een gesprek gevoerd met een arts en arbeidsdeskundige van het UWV. Vervolgens heeft het UWV met een besluit van 15 mei 2024 (primair besluit) geweigerd aan eiser een Wajong-uitkering toe te kennen, omdat eiser op dat moment geen arbeidsvermogen had en geen medische informatie was overgelegd waaruit blijkt dat hij op zijn 18e levensjaar of de vijf jaren daarna geen arbeidsvermogen had.
2.2.
Eiser is het niet eens met het primaire besluit en heeft daartegen bezwaar gemaakt bij het UWV. Ook heeft eiser aanvullende (medische) informatie overgelegd. Op
29 november 2024 heeft een telefonische hoorzitting plaatsgevonden, in aanwezigheid van eiser en zijn gemachtigde. Vervolgens is het UWV met het bestreden besluit van 15 januari 2025 gebleven bij het primaire besluit.

Procesverloop

3.1.
Eiser is het ook met het bestreden besluit niet eens en heeft om die reden bij deze rechtbank beroep ingesteld tegen dat besluit. Ook heeft eiser aanvullende beroepsgronden ingediend.
3.2.
Het UWV heeft een verweerschrift overgelegd aan de rechtbank.
3.3.
De rechtbank heeft het beroep op 13 januari 2026 in Breda op zitting behandeld. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde en zijn zus. Namens het UWV is verschenen: [vertegenwoordiger] .

Beoordeling door de rechtbank

Wettelijk kader
4. De voor de beoordeling van het beroep belangrijke wet- en regelgeving is te vinden in de bijlage bij deze uitspraak.
Grondslag van het bestreden besluit
5. Aan het bestreden besluit ligt een medisch en een arbeidskundig onderzoek ten grondslag. Deze onderzoeken worden in overwegingen 6 en 7 besproken.
Medisch onderzoek
6.1.
Een UWV-arts heeft eiser en zijn zus gesproken op het spreekuur van 4 december 2023, waarbij de medische anamnese, medicatie en intoxicaties zijn besproken. Verder heeft de arts het dossier bestudeerd, deelgenomen aan een multidisciplinair overleg en overlegd met de arbeidsdeskundige. Vervolgens heeft de arts – getoetst en akkoord bevonden door een verzekeringsarts – op 12 december 2023 samengevat het volgende gerapporteerd. Er is op dit moment onvoldoende medische informatie aanwezig om tot een oordeel over de Wajong-aanvraag te komen. Daarom is er informatie bij eisers huisarts opgevraagd. Deze informatie dient afgewacht te worden.
6.2.
Na ontvangst van de brief van [huisarts] van 7 februari 2024 met informatie van I-Psy van 6 maart 2017 heeft een verzekeringsarts op 13 mei 2024 samengevat het volgende aangevuld op de rapportage van de arts. Het betreft een laattijdige Wajong-aanvraag. Op dit moment is eiser gediagnosticeerd met een depressieve episode, een stoornis in de impulsbeheersing NAO en een verstandelijke beperking met onbekende ernst. Uit de anamnese van de arbeidsdeskundige en het verslag van de arts van
12 december 2023 kan worden opgemaakt dat sprake is van disfunctioneren en traumatische ervaringen in het verleden. De diagnose PTSS is niet gesteld. Tevens komt naar voren dat eiser veel alcohol en wiet gebruikt. Eiser volgt geen behandeling. Eiser is kortdurend in 2016-2017 bij I-Psy geweest, waar de behandeling na zes sessies is gestaakt door onvoldoende motivatie vanuit eiser, waarna het dossier is gesloten. Vanuit de verzamelde informatie kan worden gesteld dat eiser niet beschikt over werknemersvaardigheden op basis van de stoornis in de impulsbeheersing, waarbij hij agressief gedrag laat zien en moeizaam te sturen is in ADL. Eiser is niet te bewegen om iets te doen waar hij op dat moment geen zin in heeft. Omdat er nu geen sprake is van arbeidsvermogen, dient er gekeken te worden naar het 18e levensjaar, waartoe informatie bij eisers huisarts is opgevraagd. De huisarts kon slechts informatie aanleveren over de huidige situatie. Ook de meegestuurde informatie van I-Psy geeft geen inzicht in het functioneren van eiser. Er zijn geen verslagen meer beschikbaar van scholen waar eiser heeft gezeten en deze kunnen niet worden opgevraagd, omdat deze niet meer bestaan. Ook de huisarts heeft hierover geen informatie. Op basis hiervan moet de conclusie gesteld worden dat er geen inschatting gemaakt kan worden van de belastbaarheid van eiser op de 18e verjaardag. Het is onduidelijk op welk niveau hij functioneerde met betrekking tot de verstandelijke beperking. Ook is het niet duidelijk welke comorbiditeiten op de 18e verjaardag aanwezig waren, of deze de belastbaarheid negatief hebben beïnvloed of dat deze verergerd zijn in de vijf jaar nadien. Ook kan niet worden ingeschat welke invloed alcohol- en drugsgebruik hebben gehad, waardoor de huidige belastbaarheid geen adequate afspiegeling is van de belastbaarheid op de 18e verjaardag.
6.3.
Een verzekeringsarts bezwaar en beroep (b&b) heeft het dossier bestudeerd en heeft op 15 januari 2025 samengevat het volgende gerapporteerd. Allereerst kan gesteld worden dat bij het onderzoek procedureel en inhoudelijk volgens de regels is gewerkt. Over de periode rond het 18e levensjaar is zeer weinig medische informatie bekend. Wat is ingebracht is informatie van school en jeugdreclassering, niet medisch. Wat medisch bekend is, stamt van een veel latere periode (2016-2017) en betreft niet vaststaande diagnoses. Een stoornis in de impulsbeheersing en een depressie kunnen onder invloed van tijd, gebeurtenissen of bijvoorbeeld behandeling ontstaan, toe- of afnemen of verdwijnen. Dit maakt dat niet gesteld kan worden dat deze problematiek ook aanwezig was op 18-jarige leeftijd. Daarnaast wordt een verstandelijke beperking genoemd. Onderzoek hiernaar ontbreekt echter. De cognitieve capaciteiten van eiser zijn nimmer in kaart gebracht. Hij bezocht weliswaar speciaal onderwijs, maar dit kan ook het gevolg van gedragsproblematiek zijn, wat goed het gevolg kan zijn van de opvoedproblemen waarmee eisers ouders kampten (zie bijvoorbeeld verslagen van de Raad voor de Kinderbescherming uit november 1993). Dit betreft sociale problematiek en geen medische diagnose. De ingebrachte gegevens wijzen niet evident op aanwezige medische problematiek. Hoewel eisers gedrag problematisch was, ontbreken gegevens die wijzen op een medische oorzaak hiervoor op het 18e jaar. Er wordt afgeweken van het oordeel van de arts. Op basis van de aanwezige gegevens kan niet worden vastgesteld dat er beperkingen waren als gevolg van ziekte op het 18e jaar.
Arbeidskundig onderzoek
7.1.
Voorafgaand aan het primaire besluit heeft de arbeidsdeskundige eiser en zijn zus gesproken op 4 december 2023, waarna de arbeidsdeskundige op 13 mei 2024 samengevat het volgende heeft gerapporteerd. Eiser beschikt nu niet over basale werknemersvaardigheden. Hij is namelijk niet in staat om afspraken met de werkgever na te komen. Eiser voldoet nu niet aan alle vier de Wajong-criteria en beschikt dus niet over arbeidsvermogen. Op basis van de informatie die eiser heeft opgestuurd, kan geen inschatting gemaakt worden van zijn belastbaarheid op de leeftijd van 18 jaar. Het is duidelijk dat er sprake is van medische problematiek en dat deze op de leeftijd van 18 jaar in ieder geval deels aanwezig was. Er kan echter niets gezegd worden over de specifieke ernst en daaruit voortkomende beperkingen in het 18e levensjaar of de vijf jaar nadien.
7.2.
Uit het dossier volgt dat bij de bezwaarfase geen arbeidsdeskundige betrokken is geweest, nu het bezwaar zag op de vraag of het door eiser gestelde ontbreken van arbeidsvermogen medisch geobjectiveerd kon worden.
Standpunt van eiser
8. Eiser heeft in beroep aangevoerd dat ten onrechte geen Wajong-uitkering aan hem is toegekend en dat het UWV heeft miskend dat hij in bewijsnood verkeert. Ter zitting heeft eiser aangegeven dat zijn standpunt is dat hij niets kan en aan alle criteria voor het ontbreken van arbeidsvermogen voldoet.
Standpunt van het UWV
9. Het UWV heeft zich op het standpunt gesteld dat eisers standpunt niet met medische gegevens is onderbouwd. Het UWV ziet in de stukken die in oktober 2025 zijn overgelegd geen aanleiding om anders naar de zaak te kijken, omdat deze stukken zien op de vroege kinderjaren van eiser en de stukken bovendien niet medisch van aard zijn.
Overwegingen van de rechtbank
10.1.
De rechtbank stelt vast dat de te beoordelen datum in dit geding de 18e verjaardag van eiser is: [geboortedag] 2005.
10.2.
Omdat eiser zijn aanvraag om een Wajong-uitkering geruime tijd na zijn 18e verjaardag heeft ingediend, is sprake van een laattijdige aanvraag. In dat geval moet het UWV ook onderzoeken of eiser binnen (de reeds verstreken periode van) vijf jaar na zijn 18e verjaardag alsnog jonggehandicapte is geworden. [1] De te beoordelen periode loopt dus van [geboortedag] 2005 tot en met [geboortedag] 2010. Volgens vaste rechtspraak draagt de aanvrager in geval van een laattijdige aanvraag de bewijslast om met objectieve medische gegevens aannemelijk te maken dat hij op 18-jarige leeftijd en vijf jaar daarna voldeed aan de voorwaarden om in aanmerking te komen voor een Wajong-uitkering, omdat het medisch beeld met het verstrijken van de tijd steeds moeilijker is vast te stellen. [2] Dit komt naar vaste rechtspraak voor risico van de laattijdige aanvrager. [3]
10.3.
Recht op een Wajong-uitkering ontstaat pas indien de betrokkene duurzaam geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie (arbeidsvermogen) heeft. Het UWV moet daarom eerst beoordelen of eiser voldoet aan tenminste een van de volgende voorwaarden:
- eiser kan geen taak uitvoeren in een arbeidsorganisatie
- eiser beschikt niet over basale werknemersvaardigheden
- eiser kan niet een uur aangesloten werken
- eiser is niet tenminste vier uur per dag belastbaar (dan wel twee uur per dag belastbaar en in staat het minimumloon te verdienen).
Wordt aan tenminste een van de hiervoor genoemde voorwaarden voldaan dan ontbreekt arbeidsvermogen. Vervolgens moet het UWV dan beoordelen of deze situatie duurzaam is.
Bij de beoordeling maakt het UWV gebruik van de Sociaal Medische Beoordeling Arbeidsvermogen (SMBA)-systematiek. Bij deze beoordeling staat de ‘International Classification of Functioning, Disability and Health’ centraal. Voor het toepassen van de SMBA-systematiek heeft het UWV het ‘Compendium Participatiewet’ vastgesteld.
10.4.
Nu eiser zowel in zijn beroepsgronden als desgevraagd ter zitting niet per Wajong-criterium heeft onderbouwd waarom hij daaraan niet voldeed in de te beoordelen periode, gaat de rechtbank in deze uitspraak ook niet per criterium het al dan niet daaraan voldoen door eiser uiteenzetten. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de verzekeringsarts b&b in zijn rapportage van 15 januari 2025 afdoende gemotiveerd dat er geen medische ziekte of gebrek is te duiden of anderszins is gebleken dat eiser niet in staat is om aan de Wajong-criteria te voldoen. Hoewel uit het dossier blijkt dat het gedrag van eiser problematisch was, ontbreken gegevens die wijzen op een medische oorzaak hiervoor op het 18e jaar.
De opmerking van eisers gemachtigde dat eisers zus dezelfde opvoeding heeft gehad maar dat het bij haar wel is goed gekomen, maakt het oordeel van de rechtbank niet anders.

Conclusie en gevolgen

11. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat er voor eiser niets verandert.
Omdat het beroep ongegrond wordt verklaard, krijgt eiser geen proceskostenvergoeding. Ook krijgt eiser het griffierecht niet vergoed.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Snoeks, rechter, in aanwezigheid van
mr. A.M. Pasmans, griffier, op 27 januari 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.

Bijlage wettelijk kader

Wajong
Artikel 1a:1, eerste lid
Jonggehandicapte in de zin van dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen is de ingezetene die:
op de dag waarop hij achttien jaar wordt als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte, gebrek, zwangerschap of bevalling duurzaam geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft;
na de in onderdeel a bedoelde dag als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte, gebrek, zwangerschap of bevalling duurzaam geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft en in het jaar, onmiddellijk voorafgaand aan de dag waarop dit is ingetreden, gedurende ten minste zes maanden studerende was.
Artikel 1a:1, tweede lid
De ingezetene die op de dag, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a of b, beperkingen ondervindt als gevolg van ziekte, gebrek, zwangerschap of bevalling, maar op grond van het eerste lid niet aangemerkt wordt als jonggehandicapte, wordt alsnog jonggehandicapte in de zin van dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen, indien hij binnen vijf jaar na die dag duurzaam geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft, indien dit voortkomt uit dezelfde oorzaak als die op grond waarvan hij beperkingen als gevolg van ziekte, gebrek, zwangerschap of bevalling ondervond, op de dag, bedoeld in onderdeel a of b.
Artikel 1a:1, achtste lid
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen met betrekking tot het eerste, vierde en zesde lid nadere regels worden gesteld. Bedoelde algemene maatregel van bestuur is het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten (het Schattingsbesluit).
Schattingsbesluit
Artikel 1a, eerste lid
Betrokkene heeft geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie als bedoeld in de artikelen 1a:1, eerste lid, 2:4, eerste lid, en 3:8a, eerste lid, van de Wajong, indien hij:
geen taak kan uitvoeren in een arbeidsorganisatie;
niet over basale werknemersvaardigheden beschikt;
niet aaneengesloten kan werken gedurende ten minste een periode van een uur; of
niet ten minste vier uur per dag belastbaar is, tenzij hij ten minste twee uur per dag belastbaar is en in staat is per uur ten minste een bedrag te verdienen dat gelijk is aan het minimumloon per uur.
Artikel 1a, tweede lid
Een taak als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, is de kleinste eenheid van een functie en bestaat uit één of meerdere handelingen.

Voetnoten

1.Zie de uitspraak van de CRvB van 5 maart 2020, ECLI:NL:CRVB:2020:578.
2.Zie de uitspraak van de CRvB van 1 juli 2021, ECLI:NL:CRVB:2021:1583.
3.Zie de uitspraak van de CRvB van 25 augustus 2025, ECLI:NL:CRVB:2025:1233.