Uitspraak
1.De zaak in het kort
2.De procedure
- het getuigenverhoor van 26 september 2025
- het getuigenverhoor van 3 maart 2026 .
3.De verdere beoordeling
Wij hebben de laptop die ik bij me had via een HDMI-kabel aangesloten op een groot scherm. Zij zagen vervolgens dat de documenten, die ik naar mezelf had verzonden, nog niet waren uitgepakt. Die documenten zijn van de laptop verwijderd.(…)
Nadat dat was gedaan vroeg mijn vader of dit nu achter de rug was. De heer [persoon 2] heeft daarop gezegd: ‘ja’. Vervolgens heeft de heer [persoon 2] de arbeidsovereenkomst doorgenomen. Toen hij bij het concurrentiebeding uit kwam heb ik gezegd dat ik inmiddels bij [bedrijf] werk.(…)
[persoon 2] werd hierover boos.”
De computer die [partij 2] had meegenomen werd aangesloten op een groot scherm. De bestanden zijn vervolgens naar de prullenbak verzonden en die werd geleegd. Daarna vroeg ik: ‘mooi, is het opgelost? Zijn we er klaar mee? of te wel, kunnen we verder’(…)
hij( [persoon 2] )
bevestigend antwoordde.(…)
Vervolgens zei [persoon 2] , ik wil nog wel de arbeidsovereenkomst doornemen.(…)
[partij 2] heeft toen gezegd dat dat hij bij [bedrijf] was gaan werken. Toen kwam de vlam in de pan en kregen we te maken met een zeer ontstemde werkgever.”
We hebben gezamenlijk bestanden van mijn vriendin haar laptop verwijderd. Verder hebben we vastgesteld dat er geen bestanden waren geopend. Dit probleem is inmiddels opgelost(…).” En in een schriftelijke verklaring van [persoon 3] van 15 oktober 2024 staat: “
Hierna werden alle bestanden verwijderd en werd de prullenbak leeg gemaakt. Daarna is gevraagd of hiermee het probleem uit de wereld was, waarop [persoon 2] bevestigend antwoordde. Het was derhalve opgelost, waarna [persoon 2] het belangrijk vond om nog een keer door zijn arbeidscontract heen te gaan. Hier kwam ook het concurrentiebeding aan bod.(…)
De sfeer draaide gelijk(…)”.
U geeft aan dat volgens die verklaringen dat vader de vraag zou hebben gesteld of het nu was opgelost. Die vraag werd gesteld nadat de bestanden waren verwijderd. Ik zou daar volgens hen ja op hebben geantwoord. Dat is niet waar. De vraag is niet gesteld en ik heb ook geen bevestigend antwoord gegeven.”
We hebben je gevraagd wat je na het dienstverband bij ons ging doen en toen heb je gezegd dat je dit niet wist. Gezien het feit dat je een week later al bij [bedrijf] aan de slag bent, moet je op dat moment allang aangenomen zijn of op zijn minst al in de sollicitatieprocedure hebben gezeten. Dat betekent dat je recht in het gezicht van je collega’s hierover hebt gelogen.(…)
Dit plaatst het kopiëren van onze plannen, klantgegevens en wachtwoorden ook in een heel ander daglicht.” Dit ondersteunt naar het oordeel van de kantonrechter de verklaring van [partij 2] en [persoon 3] dat er eerst een oplossing was voor de kwestie met de bestanden, maar dat de sfeer en opstelling van [persoon 2] (pas) omsloeg toen later tijdens het gesprek van 22 mei 2024 de kwestie van [bedrijf] aan de orde kwam.