ECLI:NL:RBZWB:2026:4464
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Beschikking
- Swaanen
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot loonbetaling afgewezen wegens onjuiste procesinleiding
Een werknemer vorderde betaling van achterstallig loon over maart en april 2026 van haar werkgever via een verzoekschrift. De kantonrechter stelde vast dat loonvorderingen voortvloeiend uit arbeidsovereenkomsten niet via verzoekschrift, maar via dagvaarding moeten worden ingediend.
De kantonrechter verwees naar artikel 69 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, dat voorschrijft dat de rechtbank moet onderzoeken of de procedure met het juiste procesinleidend stuk is gestart. Omdat de werknemer geen wettelijke grondslag voor een verzoekschriftprocedure had aangevoerd, werd de procedure omgezet naar de dagvaardingsprocedure.
De zaak werd verwezen naar een rolzitting op 1 juli 2026, waarbij de werknemer de gelegenheid krijgt haar stellingen aan te passen aan de dagvaardingsprocedure. Tevens werd de werknemer bevolen de werkgever op de juiste wijze te dagvaarden met inachtneming van de wettelijke termijnen en vormvoorschriften.
Uitkomst: De procedure wordt omgezet naar de dagvaardingsprocedure en verwezen naar een rolzitting voor correcte oproeping van de werkgever.