De echtgenote van eiser is in 2024 overleden waarna eiser een aanvraag voor een nabestaandenuitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet (Anw) indiende. De Sociale Verzekeringsbank (SVB) wees de aanvraag af omdat eiser volgens het UWV niet voor minimaal 45% arbeidsongeschikt is. Eiser maakte bezwaar, dat werd ongegrond verklaard, waarna hij beroep instelde bij de rechtbank.
De rechtbank baseerde haar oordeel op medische rapporten van verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen van het UWV. De medische beoordeling toonde beperkingen door duizeligheid, rugklachten en psychoses, maar deze waren niet zodanig dat eiser voor 45% arbeidsongeschikt kon worden aangemerkt. De arbeidsdeskundige concludeerde dat eiser geschikt is voor diverse functies en dus 0% arbeidsongeschikt is.
Eiser voerde aan dat zijn klachten en leeftijd hem verhinderen volle dagen te werken, maar de rechtbank vond dat onvoldoende onderbouwd en volgde de deskundigen. De rechtbank oordeelde dat de afwijzing van de aanvraag terecht is en verklaarde het beroep ongegrond. Eiser krijgt geen recht op een Anw-uitkering en geen vergoeding van proceskosten.