Uitspraak
1.De zaak in het kort
2.De procedure
3.De feiten
4.Het verzoek en het verweer
5.De beoordeling
store approvalvan [werknemer] in te trekken. [werknemer] heeft in de korte periode dat hij werd gecontroleerd dagelijks onjuist afgerekend. Van een werknemer mag verwacht worden dat hij weet dat hij alle producten op zijn dienblad moet aanslaan en dat hij juiste aanslagen doet. [werknemer] heeft dit niet gedaan want hij heeft minder producten en/of totaal andere producten aangeslagen dan op zijn dienblad stonden. Verwacht mocht worden dat hij het verschil tussen knäckebröd en een muffin of bolletje begreep. Ook waren de op het dienblad geplaatste artikelen als muffin en cola Engelstalig en mag verondersteld worden dat die [werknemer] bekend waren. Ter zitting heeft [werknemer] aangegeven dat hij dacht dat het systeem “het gepakt heeft” maar nergens uit blijkt dat sprake was van een gebrekkig kassasysteem en het lag op de weg van [werknemer] om steeds te kijken dat producten goed geselecteerd waren na het aanslaan. [werknemer] heeft meerdere keren onjuist afgerekend waardoor sprake is van een patroon. Daarbij komt dat [werknemer] een voorbeeldfunctie als manager naar collega’s had, waardoor zijn handelen extra is aan te rekenen. Het eventuele feit dat [werkgever] [werknemer] niet in het FAD systeem heeft geregistreerd, doet er niet aan af dat sprake is van een dringende reden.