ECLI:NL:RBZWB:2026:5158

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
13 mei 2026
Publicatiedatum
11 juni 2026
Zaaknummer
11595439 CV EXPL 25-967 (E)
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
  • Tilman-Knoester
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:119 BWArt. 6:162 BWArt. 6:166 BWArt. 6:94 lid 1 BWArt. 7:650 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Boetes en verbod wegens schending concurrentie- en geheimhoudingsbedingen door ex-werknemers en hun onderneming

De zaak betreft een geschil tussen een offshore-industriebedrijf en drie voormalige werknemers die een concurrerende onderneming oprichtten. De ex-werknemers hebben tijdens en na hun dienstverband activiteiten ontplooid die in strijd zijn met contractuele bedingen, waaronder het concurrentiebeding, nevenwerkzaamhedenbeding, geheimhoudingsbeding en beding inzake bedrijfseigendommen.

De rechtbank oordeelt dat de ex-werknemers en hun onderneming [LLC] als concurrenten moeten worden beschouwd. Uit forensisch onderzoek en chatberichten blijkt dat vertrouwelijke en bedrijfsgevoelige informatie van de werkgever is gekopieerd en gebruikt voor concurrerende activiteiten. De ex-werknemers hebben boetes verbeurd, die de rechtbank matigt vanwege disproportionaliteit.

Daarnaast is vastgesteld dat [LLC] onrechtmatig profiteert van de wanprestatie van de ex-werknemers. De rechtbank legt een verbod op het gebruik en openbaar maken van vertrouwelijke informatie en bedrijfsgeheimen, beveelt vernietiging van deze informatie en verbiedt deelname aan bepaalde tenders. De vorderingen van de ex-werknemers en hun onderneming in reconventie worden afgewezen.

Uitkomst: De ex-werknemers en hun onderneming worden veroordeeld tot betaling van boetes, schadevergoeding en verboden het gebruik van vertrouwelijke informatie, met vernietiging van bedrijfsgeheimen en verbod op deelname aan bepaalde tenders.

Uitspraak

RECHTBANKZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Breda
Zaaknummer: 11595439 \ CV EXPL 25-967
Vonnis van 13 mei 2026
in de zaak van
[werkgever],
te [plaats 1] ,
eisende partij in conventie,
verwerende partij in reconventie,
hierna te noemen: [partij 1] ,
gemachtigden: mr. S. Wouters, mr. M. Goorts, mr. K. van Laar en mr. M.M.M. de Jong,
tegen

1.[ex-werknemer 1] ,

te [plaats 2] ,
nader te noemen: [ex-werknemer 1] ,
2.
[ex-werknemer 2] , H.O.D.N. [bedrijf 1],
te [plaats 3] ,
nader te noemen: [ex-werknemer 2] ,
3.
[ex-werknemer 3],
te [plaats 4] ,
nader te noemen: [ex-werknemer 3] ,
4.
[B.V. 1],
te [plaats 3] ,
5. de rechtspersoon naar buitenlands recht
[LLC],
te [plaats 5] , Delaware, Verenigde Staten van Amerika,
6. de rechtspersoon naar buitenlands recht
[INC],
te [plaats 5] , Delaware, Verenigde Staten van Amerika,
7. de rechtspersoon naar buitenlands recht
[LTD],
te [plaats 6] , Schotland, Verenigd Koninkrijk,
gedaagde partijen in conventie,
eisende partijen in reconventie,
hierna samen te noemen: [partij 2] .
gemachtigde: mr. C.A.B. Zeevenhooven.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 30 juli 2025 met alle daarin genoemde processtukken;
- de mondelinge behandeling van 9 december 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt
- de pleitnota’s van [partij 1] en [partij 2] .
1.2.
Tijdens de mondelinge behandeling heeft de kantonrechter in overleg met partijen de zaak aangehouden om partijen in de gelegenheid te stellen de mogelijkheid voor mediation en een minnelijke regeling te onderzoeken. Partijen hebben op 28 januari 2026 kenbaar gemaakt dat zij niet tot een minnelijke regeling zijn gekomen, en hebben verzocht om vonnis te wijzen.

2.De feiten

In conventie en in reconventie:
2.1.
[partij 1] is actief in de offshore-industrie, met name in de sector van de hernieuwbare energie en olie- en gaswinning op zee. [partij 1] neemt bijvoorbeeld projecten aan op het gebied van maritieme infrastructuur en offshore-energie. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan het leggen van onderzeese verbindingen van windmolenparken op zee. Voor het verbinden van dergelijke windmolens is het nodig om onderzeese kabels te leggen onder de zeebodem. Deze kabels worden gelegd met een speciaal voor dat doel gebouwd en geëquipeerd schip: een in maritiem jargon genoemd 'Cable Lay Vessel’ (CLV), oftewel een kabellegschip. Kabellegschepen kunnen niet voor een ander doel worden ingezet dan voor het leggen van kabels onder de zeebodem. [partij 1] had één CLV, de [schip 1] , dat wereldwijd opereert. In januari 2022 heeft [partij 1] bekend gemaakt een tweede schip te hebben gekocht om om te bouwen tot een tweede CLV. Dit schip heet [schip 2] . Hier is een “Investment Plan” voor gemaakt. Deze aanschaf van een tweede CLV is mede ingegeven door het feit dat het grootste groeipotentieel zich bevindt in de Verenigde Staten en [partij 1] haar positie in de Verenigde Staten wilde versterken. Begin 2023 is de [schip 2] omgebouwd tot kabellegschip. Tot op heden betreffen de projecten in de Verenigde Staten de bouw van offshore windmolenparken.
2.2.
[ex-werknemer 1] is van 18 december 2017 tot 1 oktober 2023 bij [partij 1] werkzaam geweest als Project Manager. Als Project Manager was [ex-werknemer 1] verantwoordelijk voor het plannen, coördineren en uitvoeren van projecten binnen [partij 1] . [ex-werknemer 1] had in zijn rol als Project Manager toegang tot alle relevante informatie en documenten met betrekking tot de projecten waarbij hij betrokken was. Uit hoofde van zijn functie, taken en rol had [ex-werknemer 1] onder andere toegang tot project gerelateerde documenten, zoals werkprocessen (Work Method Statements & Hazard Identification and Risk Assessments (oftewel “HIRA’s”), informatie over de contractprijs (Contract Price Synthesis) en planning.
2.3.
[ex-werknemer 2] is van 20 november 2017 tot 1 augustus 2022 bij [partij 1] werkzaam geweest als Tender Engineer. Als Tender Engineer was [ex-werknemer 2] verantwoordelijk voor de technische en commerciële aspecten van tenderprocessen. Een Tender Engineer richt zich onder andere op de technische haalbaarheid, het ontwerp en de kostenraming van een project. Vanaf 2019 was hij verantwoordelijk voor verschillende kabellegprojecten. Uit hoofde van zijn functie had [ex-werknemer 2] onder meer toegang tot alle tender gerelateerde documenten, waaronder gedetailleerde uiteenzetting van de prijs, inclusief de achterliggende formules, aannames met betrekking tot weersverlet voor de schepen, inclusief achterliggende formules en templates die betrekking hebben op tender activiteiten voor kabellegprojecten.
2.4.
[ex-werknemer 1] en [ex-werknemer 2] hebben bij [partij 1] nauw samengewerkt bij het [project 1] , New Yorks eerste commerciële offshore wind project. Zij werkten daar ook samen met [naam 1] van het Deense bedrijf [bedrijf 2] A/S (“ [bedrijf 2] ”), de opdrachtgever voor de kabelinstallatie- activiteiten van [partij 1] in het [project 1] .
2.5.
[ex-werknemer 3] is van 16 mei 2019 tot juli 2023 bij [partij 1] werkzaam geweest als Tender coördinator. Zij was verantwoordelijk voor het tenderproces binnen [partij 1] voor tenders op de Amerikaanse markt. Uit hoofde van haar functie had zij toegang tot alle bestanden op [partij 1] ’s SharePoint die zijn ingediend (‘submitted’) – dus alle meest actuele versies – voor bepaalde tenders. Zij was degene die alle relevante documenten ten behoeve van deze tenders heeft gewijzigd en verzameld. [ex-werknemer 3] was dus bekend met prijsinformatie en andere concurrentiegevoelige informatie van tenders waarbij zij betrokken was.
2.6.
In de arbeidsovereenkomsten die zijn gesloten tussen [partij 1] enerzijds en [ex-werknemer 1] , [ex-werknemer 2] en [ex-werknemer 3] anderzijds is – voor zover hier van belang – het volgende bepaald:
Artikel 18.Geheimhouding
“Werknemer is verplicht, gedurende de looptijd van deze overeenkomst en na
afloop hiervan, strikte geheimhouding te betrachten omtrent alle informatie
betreffende het bedrijf, al dan niet mondeling, schriftelijk of in een andere
tastbare of niet-tastbare vorm ontvangen, waaronder begrepen doch niet
beperkt tot bedrijfs-, financiële, technische of andere informatie, contract
voorwaarden, klantrelaties, prijzen, procedures, feiten, processen, technieken,
ideeën, ontdekkingen, uitvindingen, ontwikkelingen, archieven,
productontwerpen, product planning, handelsgeheimen, know-how en
vindingen. Het voorgaande is van overeenkomstige toepassing op alle informatie van aan het bedrijf gelieerde ondernemingen alsmede van derde partijen. Werknemer accepteert de volledige verantwoordelijkheid voor alle directe en indirecte kosten of schades die ontstaan uit enig handelen of nalaten van werknemer in strijd met dit artikel”.
Artikel 19.Bedrijfseigendommen
“Het is werknemer verboden op welke wijze dan ook documenten,
correspondentie, informatiedragers, adressenbestanden, prijslijsten, foto’s,
catalogi, apparaten en overige (stoffelijke en/of niet-stoffelijke) zaken die
werkgever toebehoren of door werknemer in het kader van zijn dienstverband
zijn geproduceerd, in welke vorm dan ook, in zijn bezit te houden, uitgezonderd
voor zover en voor zolang dit voor de uitoefening van zijn werkzaamheden voor
werkgever is vereist. In ieder geval blijven de hiervoor bedoelde zaken te allen
tijde eigendom van werkgever en is werknemer verplicht om deze, zelfs zonder
enig verzoek daartoe, aan het einde van deze overeenkomst, of wel bij non-
activiteit om welke reden dan ook, onmiddellijk aan werkgever te retourneren."
Artikel 20.Nevenarbeid
“Het is niet toegestaan tijdens de duur van deze arbeidsovereenkomst anders
dan met schriftelijke toestemming van werkgever voor, dan wel ten behoeve van
derden arbeid te verrichten. Eveneens is werknemer verboden gedurende het
bestaan van het dienstverband werkzaamheden voor eigen rekening te
verrichten, behoudens voorafgaande toestemming van werkgever.”
Artikel 21.Non-concurrentiebeding
“Werknemer verbindt zich om zowel gedurende het bestaan van deze
overeenkomst als ook gedurende een periode van één jaar nadat deze
overeenkomst om welke reden dan ook zal zijn geëindigd, zonder voorafgaande
schriftelijke toestemming van werkgever, direct noch indirect, noch voor zichzelf
noch voor anderen, op enigerlei wijze werkzaam of betrokken te zijn in of bij of
enig aandeel te hebben in enige onderneming met activiteiten op een terrein,
gelijk aan of anderszins concurrerend met dat van werkgever en/of aan
werkgever gelieerde ondernemingen, noch daarbij zijn bemiddeling, direct of indirect, noch voor zichzelf noch voor anderen, op enigerlei wijze te verlenen."
Artikel 24.Integriteitscode
“De werknemer verklaart een kopij van de [partij 1] integriteitscode te hebben
ontvangen. Als onderneming behorende tot de [partij 1] groep, beschouwt de
werkgever de naleving door zijn werknemers van deze integriteitscode, als een
van zijn kernwaarden. De werknemer verbindt zich er toe de [partij 1]
integriteitscode grondig te lezen en deze in zijn professionele handelingen en
gedragingen consequent toe te passen en na te leven. Wanneer de werkgever
een opleiding aanbiedt omtrent wijzigingen aan of de toepassing en naleving van
de integriteitscode, zal de werknemer de aangeboden opleiding zonder verwijl
volgen. Inbreuken op de [partij 1] integriteitscode worden beschouwd als een
zware fout en kunnen aanleiding geven tot ontslag wegens dringende reden.”
Artikel 25.Boetebeding
“Indien werknemer handelt in strijd met zijn verplichtingen uit de artikelen 18 tot
en met 24 van deze overeenkomst, zal hij aan werkgever, zonder dat enige ingebrekestelling is vereist, voor iedere overtreding een boete verbeuren ten
bedrage van € 25.000,00 alsmede een boete ten bedrage van € 2.500,00 voor
elke dag dat de overtreding heeft plaatsgevonden en voortduurt. In plaats van
voornoemde boete is werkgever ook gerechtigd om volledige schadevergoeding
te vorderen."
Artikel 27.Andere regelingen
27.1
Op werknemer zijn de bedrijfseigenregelingen zoals opgenomen in de aanstellingsmap van toepassing. De inhoud van deze map maakt integraal onderdeel uit van deze overeenkomst.
2.7.
De bedrijfseigenregelingen, zoals beschreven in artikel 27 van Pro de Arbeidsovereenkomsten, zijn eveneens van toepassing op de arbeidsverhoudingen tussen [partij 1] enerzijds en [ex-werknemer 1] , [ex-werknemer 2] en [ex-werknemer 3] anderzijds. Bovendien hebben [ex-werknemer 1] , [ex-werknemer 2] en [ex-werknemer 3] voorafgaand aan het sluiten van de Arbeidsovereenkomsten - op 30 oktober 2017 door [ex-werknemer 2] , op 11 november 2017 door [ex-werknemer 1] en op 17 oktober 2019 door [ex-werknemer 3] - de ‘Code of Ethics & Business Integrity’ getekend (de “Code of Ethics”).
2.8.
De Code of Ethics bevat onder meer een pagina inzake “Protecting company assets”:
“Confidential information
Intellectual property and confidential information must be safeguarded at all times.
We are only allowed to disclose information to third parties when we are authorised
or legally required to do so. We must only use the intellectual property of [partij 1]
and any confidential information for what it is intended for. This means that you can
only reveal this information with colleagues who have a business need to know.
We also have to be careful that this doesn’t happen unintentionally, e.g. in public
places.
We have to handle this information with the necessary precautions and not use it
carelessly, e.g. do not leave your laptop / table, mobile phone, bag/briefcase,
documents, correspondence, files, lists or any other similar information unattended.
Any information that you created or received during your employment remains
[partij 1] property. When your contractual relationship with [partij 1] ends you are
obliged to return this information and in addition you should protect any intellectual
property and confidential information even after your departure.”
2.9.
Op 20 april 2022 is [LLC] (hierna [LLC] ) opgericht in de Amerikaanse staat Delaware met [ex-werknemer 1] en [ex-werknemer 2] als “directors”. [LLC] richt zich blijkens haar website op het bevorderen van hernieuwbare energie en onderzeese kabelinstallatie.
2.10.
Op 2 oktober 2023, een dag na het einde van [ex-werknemer 1] zijn dienstverband, ontmoette [partij 1] tijdens een beurs in de Verenigde Staten [ex-werknemer 1] . Hij profileerde zich daar met het bedrijf [LLC] als een nieuwkomer op de markt waarbinnen enkele Nederlandse en Belgische bedrijven zoals [partij 1] , [bedrijf 3] , [bedrijf 4] en [bedrijf 5] actief zijn. Reden voor [partij 1] om [ex-werknemer 1] bij terugkeer van de beurs uit te nodigen voor een gesprek, om te horen waar hij bij [LLC] mee bezig was. Op 31 oktober 2023 vond het gesprek plaats tussen [ex-werknemer 1] en zijn voormalig leidinggevende [naam 2] en gaf [ex-werknemer 1] aan dat [LLC] advieswerk zou gaan doen dat [partij 1] niet zou bijten.
2.11.
[partij 1] heeft vervolgens door onderzoeksbureau DataExpert B.V. (“DataExpert”) in de periode tussen december 2023 en april 2024 een digitaal forensisch onderzoek laten uitvoeren naar de laptop die [ex-werknemer 1] voor het einde van zijn dienstverband had ingeleverd.
2.12.
In de managementsamenvatting van het rapport van DataExpert wordt onder meer de volgende conclusie getrokken: “
Dit onderzoek heeft een zeer grote hoeveelheid aan digitale sporen opgeleverd die te relateren zijn aan activiteiten met betrekking tot het voorbereiden en opstarten van een concurrerende onderneming, te weten [LLC] .”
2.13.
Op basis van de tussentijdse rapportages van DataExpert vroeg [partij 1] bij brieven van 6 februari 2024 [ex-werknemer 1] en [ex-werknemer 2] om een reactie. Kort gezegd, werd door [ex-werknemer 1] in hun reactie van 22 februari 2024 vermeld dat zij hun onderneming kwalificeerden als een ‘non-operating business' en als niet meer dan een idee.
2.14.
Op 16 februari 2024 hebben [ex-werknemer 1] en [ex-werknemer 2] [B.V. 1] opgericht. [ex-werknemer 1] was via zijn besloten vennootschap [B.V. 2] vanaf 16 februari 2024 tot 7 februari 2025 (middellijk) bestuurder van [B.V. 1] . [ex-werknemer 2] is via zijn besloten vennootschap [B.V. 3] sinds 16 februari 2024 (middellijk) bestuurder van [B.V. 1] . [ex-werknemer 1] was via zijn besloten vennootschap [B.V. 2] vanaf 16 februari 2024 tot 7 februari 2025 (middellijk) bestuurder van [B.V. 1] . Deze vennootschap is blijkens het Handelsregister actief in de offshore-industrie en biedt diensten zoals ingenieurswerkzaamheden, projectmanagement, advies en constructie specifiek op technisch ontwerp en advies voor offshore projecten.
2.15.
Begin april 2024 is het definitieve onderzoeksrapport van DataExpert verschenen. DataExpert concludeert dat het onderzoek veel digitale sporen heeft opgeleverd die te relateren zijn aan activiteiten met betrekking tot het voorbereiden en opstarten van een concurrerende onderneming. Het onderzoeksrapport vermeldt verder dat [ex-werknemer 2] zijn oud-collega [ex-werknemer 3] , die nog werkzaam was bij [partij 1] op de Tender afdeling, had ingehuurd en gevraagd om voor [LLC] een tender te verzorgen voor [exploitant] . Op dat moment werkte [ex-werknemer 3] bij [partij 1] aan dezelfde tender.
2.16.
Op 6 februari 2024 schreef [partij 1] [ex-werknemer 1] en [ex-werknemer 2] aan in verband met het overtreden van het concurrentiebeding, geheimhoudingsbeding, het beding inzake de bedrijfseigendommen, het nevenwerkzaamhedenbeding en de Code of Ethics. In haar brieven schreef [partij 1] dat zij de (post)contractuele bedingen alsmede het boetebeding handhaaft.
2.17.
In een persbericht van 15 april 2024 melden [ex-werknemer 1] en [ex-werknemer 2] via [LLC] dat [LLC] in samenwerking met [bedrijf 6] een kabellegschip gaat bouwen, met vergelijkbare specificaties als de [schip 2] (zie onder 2.1).
2.18.
[partij 1] heeft conservatoir bewijsbeslag gelegd. Het verzoek tot inzage in de beslagen bescheiden (de “Beslagen Bescheiden”) is bij vonnis van 17 september 2024 toegewezen (het “KG Vonnis”).
2.19.
[ex-werknemer 2] heeft op 4 oktober 2024 [LTD] opgericht.
2.20.
De gemachtigde van [partij 1] heeft [ex-werknemer 1] en [ex-werknemer 2] bij brief van 15 oktober 2024 aangeschreven in verband met het overtreden van hun concurrentiebeding en aanspraak gemaakt op boetes.
2.21.
[ex-werknemer 1] heeft op 5 november 2024 zijn werkzaamheden en aandeelhouderschap bij [LLC] neergelegd.
2.22.
Volgens LinkedIn werkt [ex-werknemer 3] vanaf augustus 2023 bij [B.V. 3] als Business Development Consultant en vanaf september 2024 ook bij [LLC] als Business Development Manager. Volgens een urenstaat verricht [ex-werknemer 3] vanaf juni 2023 werkzaamheden voor [LLC] .
2.23.
Op 15 januari 2025 heeft [partij 1] [ex-werknemer 3] aangeschreven in verband met het overtreden van de verschillende bedingen uit haar arbeidsovereenkomst.

3.Het geschil

In conventie
3.1.
[partij 1] vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
(A) Ten aanzien van [ex-werknemer 1] :
[ex-werknemer 1] te veroordelen om, tegen behoorlijk bewijs van kwijting, aan [partij 1] te betalen:
I. een bedrag van € 2.507.500,- (zegge: twee miljoen vijfhonderdzeven duizend
vijfhonderd euro) aan verbeurde contractuele boetes wegens schending van het
concurrentiebeding, althans een door de kantonrechter in goede justitie te bepalen
bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW Pro vanaf 15 oktober
2024;
II. een bedrag van € 1.595.000,- (zegge: één miljoen vijfhonderdvijfennegentig
duizend euro) aan verbeurde contractuele boetes wegens schending van het
nevenwerkzaamhedenbeding over de periode 11 januari 2022 tot 1 oktober 2023,
althans een door de kantonrechter in goede justitie te bepalen bedrag, te vermeerderen
met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW Pro vanaf 15 oktober 2024;
III. een bedrag van € 250.000,- (zegge: tweehonderdvijftig duizend euro) aan
verbeurde contractuele boetes wegens schending van het beding inzake
bedrijfseigendommen, vermeerderd met een boete van € 2.500,- (zegge: twee
duizend vijfhonderd euro) voor elke dag dat de schending voortduurt te rekenen vanaf
1 oktober 2023, althans een door de kantonrechter in goede justitie te bepalen bedrag, te
vermeerderen met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW Pro vanaf de datum waarop de
dagvaarding is uitgebracht;
IV. een bedrag van € 25.000,- (zegge: vijfentwintig duizend euro) aan verbeurde
contractuele boetes wegens schending van het geheimhoudingsbeding, vermeerderd
met een boete van € 2.500,- (zegge: twee duizend vijfhonderd euro) voor elke dag
dat de schending voortduurt te rekenen vanaf 1 oktober 2023, althans een door de kantonrechter in goede justitie te bepalen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente
ex artikel 6:119 BW Pro vanaf de datum waarop deze dagvaarding is uitgebracht;
V. een bedrag van € 25.000,- (zegge: vijfentwintig duizend euro) aan verbeurde
contractuele boetes wegens schending van de Code of Ethics, vermeerderd met een
boete van € 2.500,- (zegge: twee duizend vijfhonderd euro) voor elke dag dat de
schending voortduurt te rekenen vanaf 1 oktober 2023, althans een door de kantonrechter
in goede justitie te bepalen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente ex artikel
6:119 BW vanaf de datum waarop de dagvaarding is uitgebracht;
(B) Ten aanzien van [ex-werknemer 2] :
[ex-werknemer 2] te veroordelen om, tegen behoorlijk bewijs van kwijting, aan [partij 1] te betalen:
VI. een bedrag van € 1.520.000,- (zegge: één miljoen vijfhonderdtwintig duizend euro)
aan verbeurde contractuele boetes wegens schending van het concurrentiebeding,
althans een door de kantonrechter in goede justitie te bepalen bedrag, te vermeerderen
met de wettelijke rente ex artikel 6:1 19 BW vanaf 15 oktober 2024;
VII. een bedrag van € 607.500,- (zegge: zeshonderdzeven duizend vijfhonderd euro)
aan verbeurde contractuele boetes wegens schending van het nevenwerkzaamhedenbeding over de periode 11 januari 2022 tot 31 augustus 2023, althans een door de kantonrechter in goede justitie te bepalen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente ex artikel 6:1 19 BW vanaf 15 oktober 2024;
VIII. een bedrag van € 250.000,- (zegge: tweehonderdvijftig duizend euro) aan
verbeurde contractuele boetes wegens schending van het beding inzake
bedrijfseigendommen, vermeerderd met een boete van € 2.500,- (zegge: twee
duizend vijfhonderd euro) voor elke dag dat de schending voortduurt te rekenen vanaf
1 september 2022, althans een door de kantonrechter in goede justitie te bepalen bedrag,
te vermeerderen met de wettelijke rente ex artikel 6:1 19 BW vanaf de datum waarop
de dagvaarding is uitgebracht;
IX. een bedrag van € 25.000,- (zegge: vijfentwintig duizend euro) aan verbeurde
contractuele boetes wegens schending van het geheimhoudingsbeding, vermeerderd
met een boete van € 2.500,- (zegge: twee duizend vijfhonderd euro) voor elke dag
dat de schending voortduurt te rekenen vanaf 1 september 2022, althans een door de kantonrechter in goede justitie te bepalen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente
ex artikel 6:119 BW Pro vanaf de datum waarop de dagvaarding is uitgebracht;
X. een bedrag van € 25.000,- (zegge: vijfentwintig duizend euro) aan verbeurde
contractuele boetes wegens schending van de Code of Ethics, vermeerderd met een
boete van € 2.500,- (zegge: twee duizend vijfhonderd euro) voor elke dag dat de
schending voortduurt te rekenen vanaf 1 september 2022, althans een door de kantonrechter
in goede justitie te bepalen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente ex artikel
6:119 BW vanaf de datum waarop de dagvaarding is uitgebracht;
(C) Ten aanzien van [ex-werknemer 3] :
[ex-werknemer 3] te veroordelen om, tegen behoorlijk bewijs van kwijting, aan [partij 1] te betalen:
XI. een bedrag van € 1.030.000,- (zegge: één miljoen dertig duizend euro) aan
verbeurde contractuele boetes wegens schending van het concurrentiebeding,
althans een door de kantonrechter in goede justitie te bepalen bedrag, te vermeerderen
met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW Pro vanaf de datum waarop de dagvaarding
is uitgebracht;
XII. een bedrag van € 607.500,- (zegge: zeshonderdzeven duizend vijfhonderd euro)
aan verbeurde contractuele boetes wegens schending van het nevenwerkzaamhedenbeding over de periode 26 juni 2023 tot 1 augustus 2023, althans een door de kantonrechter in goede justitie te bepalen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente ex artikel 6:1 19 BW vanaf de datum waarop de dagvaarding is uitgebracht;
XIII. een bedrag van € 25.000,- (zegge: vijfentwintig duizend euro) aan verbeurde
contractuele boetes wegens schending van het beding inzake bedrijfseigendommen,
althans een door de kantonrechter in goede justitie te bepalen bedrag, te vermeerderen
met de wettelijke rente ex artikel 6:1 19 BW vanaf de datum waarop de dagvaarding
is uitgebracht;
XIV. een bedrag van € 25.000,- (zegge: vijfentwintig duizend euro) aan verbeurde
contractuele boetes wegens schending van het geheimhoudingsbeding, althans een
door de kantonrechter in goede justitie te bepalen bedrag, te vermeerderen met de
wettelijke rente ex artikel 6:119 BW Pro vanaf de datum waarop de dagvaarding is
uitgebracht;
XV. een bedrag van € 25.000,- (zegge: vijfentwintig duizend euro) aan verbeurde
contractuele boetes wegens schending van de Code of Ethics, althans een door de kantonrechter in goede justitie te bepalen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente
ex artikel 6:119 BW Pro vanaf de datum waarop de dagvaarding is uitgebracht;
(D) Ten aanzien van [partij 2] :
XVI. ieder van [partij 2] te verbieden gebruik te (blijven) maken van de Vertrouwelijke
Informatie en/of de Bedrijfsgeheimen (verder) openbaar te maken, zulks op straffe van
een dwangsom van EUR 30.000,- (zegge: dertigduizend euro), per dag of dagdeel dat
de betreffende gedaagde het verbod overtreedt;
XVII. ieder van [partij 2] te gebieden de Vertrouwelijke Informatie en/of de
Bedrijfsgeheimen die zij in hun bezit hebben, al dan niet in het bijzijn van een door
[partij 1] aan te wijzen onafhankelijke deskundige, waarvan de kosten voor rekening van
[partij 2] komen, te vernietigen, zulks op straffe van een dwangsom van
€ 30.000,- (zegge: dertigduizend euro), per dag of dagdeel dat de betreffende
gedaagde het gebod niet naleeft;
XVIII. ieder van [B.V. 1] , [LLC] , [INC] . en [LTD] . te gebieden binnen 24 uur na betekening van het in deze zaak te wijzen vonnis bovenaan de homepage
van de website, gedurende drie maanden een rectificatie (in standaard lettergrootte,
in een rood kader van 10 cm x 10 cm, onder de kop “RECTIFICATIE” respectievelijk
"RECTIFICATION" (in hoofdletters) op te nemen, zowel in het Engels als in het
Nederlands, zonder enig commentaar of toevoeging in welke vorm dan ook, met
uitsluitend de volgende tekst, of indien anders bepaald door de kantonrechter, en
opgemaakt volgens goed drukkersgebruik, zulks op straffe van een dwangsom van
€ 30.000,- (zegge: dertigduizend euro), per dag of dagdeel dat [B.V. 1] en/of
[LLC] en/of [INC] . en/of [LTD] . het gebod niet naleeft;
Nederlandse tekst:
“Geachte heer/mevrouw,
De Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Kamer voor Kantonzaken, heeft geoordeeld
dat de heren [ex-werknemer 1] en [ex-werknemer 2] hun concurrentiebeding met [werkgever]
hebben overtreden en dat [B.V. 1] , [LLC]
, hier onrechtmatig van hebben geprofiteerd en nog steeds profiteren.
Bovendien hebben de heren [ex-werknemer 1] en [ex-werknemer 2] zich schuldig gemaakt aan het
onrechtmatig toe-eigenen en gebruiken van bedrijfsgeheimen van [werkgever]
Derhalve zijn wij gedwongen het gebruik en aanbod van onze kabellegdiensten te
staken en gestaakt te houden.
Namens [naam van de betreffende vennootschap op wiens website dit wordt
geplaatst]
[datum, naam bestuurder en handtekening [invullen]’’
Engelse tekst:
“Dear Sir/Madam,
The Dutch Court of Zeeland-West-Brabant, division for subdistrict court cases, has
ruled that Mr. [ex-werknemer 1] and Mr. [ex-werknemer 2] violated their non-compete agreement
with [werkgever] , and that [B.V. 1] and [LLC]
unlawfully benefited from and continue to benefit from this
breach. Additionally, Mr. [ex-werknemer 1] and Mr. [ex-werknemer 2] were found guilty of unlawfully
appropriating and using trade secrets belonging to [werkgever]
We are therefore forced to cease and desist the use and offering of our cable laying
services.
On behalf of [name of the relevant company on whose website this is posted],
[date, name and signature [invullen].’’
XIX. ieder van [partij 2] te gebieden om binnen 24 uur na betekening van het in deze
zaak te wijzen vonnis aan [bedrijf 6] , [bedrijf 2] , [bedrijf 7] , [exploitant] , [bedrijf 8] en
[bedrijf 9] een ondertekende rectificatiebrief te verzenden met uitsluitend de volgende
tekst, of indien anders bepaald door de kantonrechter, zulks op straffe van een
dwangsom van € 30.000,- (zegge: dertigduizend euro), per dag of dagdeel dat de
betreffende gedaagde het gebod niet naleeft;
Nederlandse tekst:
“Geachte heer/mevrouw,
De Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Kamer voor Kantonzaken, heeft geoordeeld
dat de heren [ex-werknemer 1] en [ex-werknemer 2] hun concurrentiebeding met [werkgever]
hebben overtreden en dat [B.V. 1] , [LLC]
, hier onrechtmatig van hebben geprofiteerd en nog steeds profiteren.
Bovendien hebben de heren [ex-werknemer 1] en [ex-werknemer 2] zich schuldig gemaakt aan het
onrechtmatig toe-eigenen en gebruiken van bedrijfsgeheimen van [werkgever]
Derhalve zijn wij gedwongen het gebruik en aanbod van onze kabellegdiensten te
staken en gestaakt te houden.
Namens [naam van de betreffende vennootschap op wiens website dit wordt geplaatst]
[datum, naam bestuurder en handtekening [invullen]’’
Engelse tekst:
“Dear Sir/Madam,
The Dutch Court of Zeeland-West-Brabant, division for subdistrict court cases, has
ruled that Mr. [ex-werknemer 1] and Mr. [ex-werknemer 2] violated their non-compete agreement
with [werkgever] , and that [B.V. 1] and [LLC]
unlawfully benefited from and continue to benefit from this
breach. Additionally, Mr. [ex-werknemer 1] and Mr. [ex-werknemer 2] were found guilty of unlawfully
appropriating and using trade secrets belonging to [werkgever]
We are therefore forced to cease and desist the use and offering of our cable laying
services.
On behalf of [name of the relevant company on whose website this is posted].
[date, name and signature [invullen].”
XX. ieder van [partij 2] te verbieden (I) deel te nemen aan en uitvoering te geven aan
tenders waarop [LLC] zich reeds heeft ingeschreven en die betrekking hebben op
de aanleg en installatie van inter-array cables, export cables en interconnectors;
alsmede (II) zich in te schrijven op tenders die betrekking hebben op dergelijke tenders
die lopen tot en met 2032, op straffe van een dwangsom van € 30.000,- (zegge:
dertigduizend euro) per dag of dagdeel dat de betreffende gedaagde het verbod
overtreedt.
XXI. [partij 2] hoofdelijk (des dat de één betaalt de anderen zullen zijn gekweten),
althans ieder van [partij 2] te veroordelen tot vergoeding van de door [partij 1]
geleden en nog te lijden schade, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens
de wet;
XXII. [partij 2] hoofdelijk (des dat de één betaalt de anderen zullen zijn gekweten),
althans ieder van [partij 2] te veroordelen om, bij wijze van voorschot op de
schadevergoeding, tot betaling van EUR 55.438,33, te vermeerderen met de wettelijke
rente vanaf de dag van de betekening van de Dagvaarding tot aan de dag der volledige
betaling;
XXIII. [partij 2] hoofdelijk (des dat de één betaalt de anderen zullen zijn gekweten),
althans ieder van [partij 2] te veroordelen in de kosten van deze procedure en
nakosten ad € 135,- (zegge: honderdvijfendertig euro) zonder betekening,
vermeerderd met € 90,- (zegge: negentig euro) ingeval van betekening en te
vermeerderen met de explootkosten, te voldoen binnen veertien dagen na dagtekening
van het in dezen te wijzen vonnis en te vermeerderen met de wettelijke rente ex artikel
6:119 BW indien voldoening niet binnen de gestelde termijn zou plaatsvinden.
3.2.
[partij 2] voeren verweer. Zij concluderen tot niet-ontvankelijkheid van [partij 1] , dan wel tot afwijzing van de vorderingen van [partij 1] , met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [partij 1] in de kosten van deze procedure.
3.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
In reconventie:
3.6.
[partij 2] vorderen om bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
1) [partij 1] te verbieden gebruik te (blijven) maken van de als productie 2 overgelegde stukken en/of haar te verbieden deze intern danwel aan derden openbaar te maken cq te delen, zulks op straffe van een dwangsom van EUR 100.000,-, te vermeerderen met een bedrag van EUR 10.000,- per dag of dagdeel dat [partij 1] het verbod overtreedt;
2) [partij 1] te gebieden om twee personen intern te benoemen die in het kader van deze
procedure inzage hebben in de als productie 2 overgelegde stukken, onder de toezegging
dat het hen is verboden deze intern danwel aan derden openbaar te maken c.q. te delen,
zulks op straffe van een dwangsom voor [partij 1] van EUR 100.000,-, te vermeerderen met een bedrag van EUR 10.000,- per dag of dagdeel dat [partij 1] het verbod overtreedt;
3) [partij 1] te gebieden om binnen 5 dagen na het in dezen te wijzen vonnis de als productie 2
overgelegde stukken te vernietigen, onder toezicht van een door [partij 2] aan te wijzen
(IT) deskundige, zulks op straffe van een dwangsom voor [partij 1] van EUR 100.000,-, te
vermeerderen met een bedrag van EUR 10.000,- per dag of dagdeel dat [partij 1] het verbod
overtreedt;
3.7.
[partij 1] voert verweer. [partij 1] concludeert tot niet-ontvankelijkheid van [partij 2] , dan wel tot afwijzing van de vorderingen van [partij 2] , met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren hoofdelijke veroordeling van [partij 2] in de kosten van deze procedure.

4.De beoordeling

In conventie:
Bevoegdheid en toepasselijk recht
4.1.
Deze zaak heeft een internationaal karakter, omdat [LLC] , [INC] . en [LTD] . niet in Nederland zijn gevestigd. De grondslag voor de vorderingen van [partij 1] jegens deze buitenlandse entiteiten is een onrechtmatige daad. Omdat het door [partij 1] gestelde schadebrengende feit zich in Nederland heeft voorgedaan of kan voordoen is de Nederlandse rechter bevoegd. Verder is omdat de gestelde onrechtmatige handelingen ook in Nederland hebben plaatsgevonden en de schade zich onder andere in Nederland heeft voorgedaan Nederlands recht van toepassing. Partijen zijn het hierover eens.
Tegen welke entiteit zijn de vorderingen gericht?
4.2.
[partij 1] heeft haar vorderingen onder sub D van het petitum gericht tegen [B.V. 1] , [LLC] , [INC] en [LTD] .
4.3.
[partij 2] hebben aangevoerd dat [partij 1] zonder deugdelijke motivatie en sommatie en zonder zich te verdiepen in de feitelijke activiteiten van deze ondernemingen, vier [LLC] entiteiten in deze procedure heeft betrokken. Feit is dat de entiteiten helemaal geen aparte website hebben en dat uit de omschrijvingen in de diverse uittreksels ook verschillende activiteiten volgen. [partij 1] heeft in eerdere procedures en in de door haar via beslag verkregen stukken kunnen lezen dat [B.V. 1] is opgericht voor een specifieke consultancy opdracht in april 2024 en verder geen activiteiten heeft. Ook heeft zij kunnen vaststellen dat [LTD] geen activiteiten verricht en enkel is opgericht in verband met de ISO certificering. Daar waar in deze conclusie over [LLC] wordt gesproken wordt [LLC] gedoeld op [LLC] . De andere entiteiten hebben weinig met onderhavig geschil van doen.
4.4.
De kantonrechter leidt uit dit verweer af dat [partij 2] stellen dat de vorderingen zich uitsluitend richten tegen [LLC] , zodat [partij 1] in haar vorderingen jegens de overige [LLC] entiteiten niet-ontvankelijk dient te worden verklaard.
4.5.
De kantonrechter heeft tijdens de zitting, mede naar aanleiding van het door [partij 2] gevoerde verweer, [partij 1] verzocht om een nadere toelichting te geven op de grondslagen van de tegen [B.V. 1] , [INC] . en [LTD] ingestelde vorderingen. De kantonrechter heeft [partij 1] daarbij voorgehouden dat uit de stukken die [partij 1] ter onderbouwing van haar vorderingen in het geding heeft gebracht, volgt dat [partij 1] [LLC] aanmerkt als concurrent. [partij 1] heeft beaamd dat in feite alle verweten gedragingen/activiteiten zijn te herleiden naar [LLC] . In de dagvaarding heeft [partij 1] gesteld dat [LLC] bezig is met de ontwikkeling van Amerika’s eerste kabellegschip en het [LLC] is die op haar website concurrerende activiteiten aanbiedt. Uit de door [partij 1] overgelegde stukken, waaronder de NDA’s, blijkt dat [LLC] (en dus geen andere [LLC] entiteit) de contractspartij is.
4.6.
In het licht daarvan heeft [partij 1] naar het oordeel van de kantonrechter onvoldoende onderbouwd dat de overige [LLC] entiteiten betrokkenheid bij onderhavig geschil tussen partijen hebben. Gelet daarop zal de kantonrechter [partij 1] niet-ontvankelijk verklaren in haar vorderingen jegens [B.V. 1] , [INC] . en [LTD] .
4.7.
Waar hierna in het vonnis zal worden gesproken over [LLC] wordt [LLC] bedoeld.
Aansprakelijkheid van [ex-werknemer 1] , [ex-werknemer 2] en [ex-werknemer 3]
4.8.
[partij 1] vordert in deze procedure allereerst van [ex-werknemer 1] , [ex-werknemer 2] en [ex-werknemer 3] betaling van contractuele boetes. [partij 1] legt aan deze vordering ten grondslag dat [ex-werknemer 1] , [ex-werknemer 2] en [ex-werknemer 3] aansprakelijk zijn jegens [partij 1] , omdat zij ieder verschillende bedingen in de arbeidsovereenkomst hebben overtreden en daardoor boetes zijn verbeurd.
[ex-werknemer 1] , [ex-werknemer 2] en [ex-werknemer 3] hebben bedingen overtreden zowel in de voorbereiding van de oprichting van [LLC] als na oprichting van [LLC] . Zij hebben zich tijdens hun dienstverband met [partij 1] al beziggehouden met de oprichting van [LLC] en bij het uitwerken van hun business case gebruik gemaakt van documenten van [partij 1] en contact gezocht met relaties van [partij 1] om op die manier informatie te vergaren en samen met relaties projectmogelijkheden te onderzoeken. Ook hebben zij via [partij 1] accounts financiers benaderd. Na oprichting van [LLC] hebben [ex-werknemer 1] en [ex-werknemer 2] (gedeeltelijk tijdens hun dienstverband met [partij 1] ) zich met [LLC] gericht op het aanbieden van kabellegprojecten direct concurrerend met [partij 1] . Daarbij maakten zij systematisch gebruik van documenten van [partij 1] , zowel commerciële als technische documenten, die zij één -op-één hebben gekopieerd of met kleine aanpassingen zijn gebruikt richting mogelijke opdrachtgevers.
4.9.
[partij 1] vordert boetes van [ex-werknemer 1] , [ex-werknemer 2] en [ex-werknemer 3] in verband met vier overtredingen, namelijk schending van:
1. het concurrentiebeding;
2. het nevenwerkzaamhedenbeding;
3. het beding inzake bedrijfseigendommen;
4. het geheimhoudingsbeding.
Daarnaast vordert [partij 1] van [ex-werknemer 1] en [ex-werknemer 2] boetes in verband met het overtreden van de Code of ethics.
4.10.
[ex-werknemer 1] , [ex-werknemer 2] en [ex-werknemer 3] voeren verweer tegen de vordering.
4.11.
De kantonrechter zal puntsgewijs beoordelen of van voornoemde schendingen sprake is en daarbij, voor zover nodig, ingaan op de stellingen van partijen.
Overtreding bedingen uit de arbeidsovereenkomst
4.12.
Vooropgesteld wordt dat tussen partijen niet in geschil is dat [ex-werknemer 1] , [ex-werknemer 2] en [ex-werknemer 3] de arbeidsovereenkomst met daarin het concurrentiebeding, het nevenwerkzaamhedenbeding, het beding inzake bedrijfseigendommen en het geheimhoudingsbeding hebben ondertekend. Dit betekent dat de bedingen tussen partijen rechtsgeldig zijn overeengekomen en dat [ex-werknemer 1] , [ex-werknemer 2] en [ex-werknemer 3] in beginsel gebonden zijn aan die bedingen.
4.13.
[ex-werknemer 1] , [ex-werknemer 2] en [ex-werknemer 3] hebben voor het eerst tijdens de mondelinge behandeling gesteld dat zij bij aanvang van hun dienstverband bij [partij 1] het non-concurrentiebeding aan de orde hebben gesteld. De HR medewerker van [partij 1] heeft daarbij steeds expliciet aangeven dat het beding slechts een formaliteit was en niet gehandhaafd zou worden. [ex-werknemer 3] heeft tijdens een gesprek met de HR medewerker zelfs expliciet aangegeven het beding niet te willen tekenen, waarop haar op het hart is gedrukt dat het beding niet nageleefd hoefde te worden. Voor zover [ex-werknemer 1] , [ex-werknemer 2] en [ex-werknemer 3] hiermee stellen dat zij niet gebonden zijn aan het non-concurrentiebeding, wordt daaraan – gelet op de betwisting door [partij 1] – bij gebrek aan onderbouwing voorbij gegaan.
Rechtsverwerking
4.14.
[ex-werknemer 1] voert ten aanzien van de gestelde overtredingen van de contractuele bedingen als meest verstrekkend verweer aan dat [partij 1] al sinds begin oktober 2023 weet dat hij voor [LLC] werkt(e), maar pas na 1,5 jaar boetes vordert in verband met het vermeend overtreden van de bedingen. [ex-werknemer 2] en [ex-werknemer 3] wijzen erop dat [partij 1] hen nu pas verwijt dat zij in strijd hebben gehandeld met de contractuele bedingen en in verband daarmee betaling van boetes vordert. Voor zover [ex-werknemer 1] , [ex-werknemer 2] en [ex-werknemer 3] hiermee stellen dat sprake is van rechtsverwerking, zodat [partij 1] geen beroep op de (post)contractuele bedingen in de arbeidsovereenkomst toekomt, oordeelt de kantonrechter het volgende.
4.15.
De lat voor een succesvol beroep op rechtsverwerking ligt hoog. Naar vaste rechtspraak van de Hoge Raad is enkel tijdsverloop daarvoor onvoldoende. Er moet sprake zijn van bijzondere omstandigheden op grond waarvan bij de wederpartij gerechtvaardigd vertrouwen is gewekt dat de rechthebbende zijn aanspraak niet meer geldend zal maken, of waardoor de positie van de wederpartij onredelijk verzwaard of benadeeld zou worden indien het recht of de bevoegdheid alsnog geldend wordt gemaakt.
4.16.
De kantonrechter is van oordeel dat geen sprake is van bijzondere omstandigheden op grond waarvan bij [ex-werknemer 1] , [ex-werknemer 2] en [ex-werknemer 3] gerechtvaardigd vertrouwen is gewekt dat [partij 1] hen niet aan de (post)contractuele bedingen zou houden. Dit wordt als volgt gemotiveerd.
4.17.
Direct na het einde van het dienstverband van [ex-werknemer 1] bij [partij 1] , stuitte [partij 1] op 2 oktober 2023 op een beurs in de Verenigde Staten op [ex-werknemer 1] . Hij profileerde zich daar met een bedrijf genaamd [LLC] . Dit was voor [partij 1] aanleiding om een gesprek met [ex-werknemer 1] te voeren op 31 oktober 2023. In dit gesprek heeft [ex-werknemer 1] aangegeven dat [LLC] advieswerk zou gaan doen dat [partij 1] niet zou bijten. Door het gesprek is bij [partij 1] het vermoeden ontstaan dat [ex-werknemer 1] samen met [ex-werknemer 2] een concurrerende onderneming was gestart. Naar aanleiding daarvan heeft [partij 1] een forensisch onderzoek laten uitvoeren door DataExpert. In de managementsamenvatting van het rapport van DataExpert wordt onder meer de conclusie getrokken dat het onderzoek een zeer grote hoeveelheid aan digitale sporen opgeleverd heeft die te relateren zijn aan activiteiten met betrekking tot het voorbereiden en opstarten van een concurrerende onderneming, te weten [LLC] .
4.18.
Op basis van de tussentijdse rapportages van DataExpert en de oprichting van [B.V. 1] op 6 februari 2024 heeft [partij 1] zowel [ex-werknemer 1] als [ex-werknemer 2] aangeschreven op 6 februari 2024 en gemeld dat zij meerdere contractuele bedingen, waaronder het non-concurrentiebeding, schenden. Reeds in deze brieven heeft [partij 1] uitdrukkelijk aangegeven dat zij de contractuele en postcontractuele bepalingen van de arbeidsovereenkomst, inclusief boeteclausules handhaaft. Gelet op de inhoud van die brieven kan [ex-werknemer 1] niet worden gevolgd in zijn stelling dat hij daarin niet een zodanige aanzegging leest dat hij zijn werkzaamheden moet neerleggen of mogelijk boetes verbeurt. Na de aanschrijving van 6 februari 2024 heeft [partij 1] , tot het moment van het instellen van deze procedure, haar standpunt steeds gehandhaafd.
4.19.
Ook ten aanzien van [ex-werknemer 3] , die niet bij het onderzoek was betrokken, heeft te gelden dat [partij 1] [ex-werknemer 3] op 15 januari 2025 heeft aangeschreven ten aanzien van het overtreden van de bedingen in haar arbeidsovereenkomst. Dat is weliswaar later dan [ex-werknemer 1] en [ex-werknemer 2] , echter, zoals gezegd is het enkele tijdsverloop onvoldoende om rechtsverwerking aan te nemen. Er zijn geen bijzondere omstandigheden op grond waarvan moet worden aangenomen dat [partij 1] bij [ex-werknemer 3] gerechtvaardigd het vertrouwen heeft gewekt dat [partij 1] haar aanspraak niet meer geldend zou maken.
Rechtsongelijkheid
4.20.
Voor zover [ex-werknemer 1] , [ex-werknemer 2] en [ex-werknemer 3] zich beroepen op rechtsongelijkheid en – zo begrijpt de kantonrechter – dat het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is om hen aan het concurrentiebeding te houden, omdat collega’s niet aan het concurrentiebeding werden gehouden, gaat de kantonrechter daaraan voorbij. Daargelaten dat [ex-werknemer 3] haar stelling niet, althans onvoldoende, heeft onderbouwd, is het naar het oordeel van de kantonrechter aan de werkgever – in dit geval [partij 1] – om ervoor te kiezen om, naargelang de functie, de aard van de werkzaamheden en het werk dat de vertrekkende werknemer gaat verrichten bij de nieuwe werkgever – een werknemer al dan niet aan het non-concurrentiebeding te houden.
4.21.
Voorgaande leidt tot de conclusie dat [ex-werknemer 1] , [ex-werknemer 2] en [ex-werknemer 3] gebonden zijn aan de (post) contractuele bedingen.
4.22.
Vervolgens dient te worden beoordeeld of [ex-werknemer 1] , [ex-werknemer 2] en [ex-werknemer 3] de (post)contractuele bedingen hebben overtreden.
[LLC] is een concurrent van [partij 1]
4.23.
Ten eerste voeren [ex-werknemer 1] , [ex-werknemer 2] en [ex-werknemer 3] als verweer tegen de gestelde schending van het concurrentiebeding aan dat [LLC] geen concurrent is van [partij 1] . Zij leggen daaraan het volgende ten grondslag.
4.24.
Ten tijde van het van kracht zijnde concurrentiebeding was [LLC] een non-operating business, een “ [naam 1] up” zonder activiteiten, personeel of betalende klanten. [LLC] was slechts een idee; een “non-operating business”. Indien [LLC] in staat is om financiers te vinden, dan zullen de schepen door gespecialiseerde bouwers en designers in en uit de Verenigde Staten gebouwd worden. Vanuit deze bouwers en designers bestaat geen enkele interesse of belang om bij het bouwen van een schip gebruik te maken van informatie of tekeningen vanuit [partij 1] . [LLC] hoopt uiteindelijk schepen te laten bouwen die zullen varen onder de Amerikaanse vlag, precies wat [partij 1] niet doet. [partij 1] mag geen werkzaamheden verrichten die onder de Jones Act vallen, hetgeen betekent dat zij in Amerika slechts een klein onderdeel van de voor haar in de rest van de wereld gebruikelijke processen mag uitvoeren, namelijk enkel kabellegging. In de rest van de wereld beheerst [partij 1] een veel grotere markt. Precies in dat gat in de Verenigde Staten zou [LLC] graag willen springen. Juist omdat het een heel andere markt is met andere regels en hogere kosten hebben [partij 2] per definitie niets aan de door hen bij [partij 1] opgedane kennis. Doordat [LLC] haar activiteiten binnen de grenzen van de Jones Act wil gaan uitvoeren, zal zij enkel zaken mogen doen met Amerikaanse investeerders, bouwers en designers, die binnen de Amerikaanse grenzen actief (mogen) zijn. Dit zijn per definitie andere partijen dan waarmee [partij 1] werkt. [LLC] verrichtte ten tijde van de vermeende overtredingen (en thans ook) geen gelijke of anderszins concurrerende activiteiten. De door [partij 1] aangehaalde vertrouwelijke en vooral gedateerde documenten spelen daarin dus totaal geen rol.
4.25.
De kantonrechter is van oordeel dat [LLC] wel als concurrent van [partij 1] moet worden aangemerkt en motiveert dit als volgt. Vast staat dat [LLC] zich op de beurs voor Offshore Wind in Amerika op 2 oktober 2022 (in de persoon van [ex-werknemer 1] ) heeft gepresenteerd als volwaardig offshore energy partner. Tussen partijen is niet in geschil dat [LLC] zich op haar website presenteert met een eigen kabellegschip. Uit de website van [LLC] volgt welke bedrijfsactiviteiten zij uitvoert of van plan is te gaan uitvoeren, namelijk het leveren van kabelinstallatie-oplossingen met een focus op de offshore windindustrie. Dit volgt ook uit de bedrijfsomschrijving van [LLC] in het Handelsregister. Niet in geschil is dat dit eveneens een van de focusgebieden van [partij 1] is. Daarmee is sprake van een overlap van activiteiten tussen [LLC] en [partij 1] . Het kan zo zijn dat [LLC] op dit moment zich richt op zogenoemde 2 en 3 tier-werkzaamheden (meer ondersteunende werkzaamheden en diensten) en dat [partij 1] zich richt op zogenoemde one-tier werkzaamheden (hele projecten), zoals [partij 2] stellen, maar dat neemt niet weg dat beide bedrijven actief zijn op hetzelfde terrein. Bovendien hebben zij in dit kader tijdens de mondelinge behandeling nog aangegeven dat [LLC] in de toekomst zich ook op zo’n heel project wil inschrijven als zij een eigen kabellegschip heeft.
4.26.
Voor zover [partij 2] stellen dat zij zich op een totaal andere markt zullen begeven dan [partij 1] , omdat [partij 1] geen kabellegactiviteiten mag verrichten in de Verenigde Staten, kunnen zij daarin niet worden gevolgd. [partij 1] heeft immers onweersproken gesteld dat kabellegging uitgesloten is van de Jones Act, zodat buitenlandse kabellegschepen mogen opereren in Amerikaanse wateren zonder te voldoen aan de Jones Act-vereisten. Dit volgt ook uit het feit dat [partij 1] zich in januari 2022 heeft ingeschreven op tenders voor het [project 2] en het [project 3] voor de [exploitant] (beide projecten samen de “ [exploitant] tenders”). Dit zijn tenders voor projecten die zien op het leggen van IAC kabels (stroomkabels tussen windmolens op zee) in de Verenigde Staten. Uit het onderzoek van de Beslagen Bescheiden is tevens gebleken dat [LLC] zich op diverse andere tenders heeft ingeschreven waarop [partij 1] zich ook heeft ingeschreven, namelijk de tender [project 4] van [bedrijf 8] en de tender [project 5] van [bedrijf 8] . Niet weersproken is dat deze tenders geen betrekking hebben op projecten in de Verenigde Staten. [LLC] richt zich dus – anders dan [partij 2] stellen – niet uitsluitend op de Amerikaanse markt. Gelet op het feit dat [LLC] zich heeft ingeschreven op dezelfde tenders als [partij 1] , met een gelijksoortig kabellegschip als die van [partij 1] , moet worden aangenomen dat [partij 1] en [LLC] “in de zelfde vijver vissen” en als elkaars concurrent zijn te beschouwen. Dat [LLC] op dit moment nog geen schip in de vaart heeft en zich voornamelijk bezighoudt met het verkrijgen van financiering, maakt niet dat [LLC] niet als concurrent kan worden beschouwd.
Overtreding concurrentie- en nevenwerkzaamhedenbeding
4.27.
[partij 1] legt aan haar stelling dat sprake is van overtreding van het concurrentie- en nevenwerkzaamhedenbeding het volgende ten grondslag.
[ex-werknemer 1] en [ex-werknemer 2] hebben tijdens hun dienstverband bij [partij 1] voorbereidende handelingen verricht voor [LLC] . Zo is uit het rapport van DataExpert gebleken dat [ex-werknemer 1] en [ex-werknemer 2] al sinds 2021 – dus tijdens hun dienstverband – onder meer tijdens werktijd intensief hebben samengewerkt aan de voorbereiding, oprichting en exploitatie van [LLC] . Daarmee hebben [ex-werknemer 1] en [ex-werknemer 2] het concurrentiebeding overtreden, zowel tijdens het dienstverband als daarna. Tevens hebben zij daarmee in strijd gehandeld met het nevenwerkzaamhedenbeding.
4.28.
[ex-werknemer 1] en [ex-werknemer 2] betwisten dat zij in strijd hebben gehandeld met het non-concurrentiebeding. Ten tijde van het van kracht zijnde concurrentiebeding was [LLC] een non-operating business, een “ start up” zonder activiteiten, personeel of betalende klanten. [LLC] was slechts een idee; een “non-operating business”. [ex-werknemer 1] erkent dat hij vertrouwelijke documenten van [partij 1] naar zijn Dropbox-account heeft gekopieerd, maar stelt dat dit per ongeluk is gebeurd en dat hij vervolgens niets met de documenten heeft gedaan en ze niet heeft gedeeld met derden. [ex-werknemer 1] en [ex-werknemer 2] erkennen dat zij zich hebben ingeschreven op de [exploitant] tenders, maar dat was een try-out. Bovendien heeft [partij 1] zich voortijdig teruggetrokken uit de [exploitant] tenders. De overige tenders waar [LLC] zich heeft ingeschreven hebben zij niet gewonnen. Ook zag de inschrijving op andersoortige werkzaamheden dan waarop [partij 1] heeft getenderd.
4.29.
[ex-werknemer 1] en [ex-werknemer 2] betwisten tevens dat zij in strijd hebben gehandeld met het nevenwerkzaamhedenbeding. [ex-werknemer 1] stelt daartoe dat hij de werkzaamheden voor [LLC] hoofdzakelijk in zijn vrije tijd verrichtte, maar soms ook tijdens werktijd, maar dat was met name omdat zijn werkdagen extreem lang waren. [ex-werknemer 1] maakte geen gebruik van bedrijfsinformatie of faciliteiten van [partij 1] en hij heeft geen informatie van [partij 1] aan derden ter beschikking gesteld. [ex-werknemer 2] stelt dat hij slechts enkele voorbereidingshandelingen heeft getroffen, namelijk de oprichting van [LLC] in april 2022 en het aangaan van enkele NDA’s om vertrouwelijke gesprekken te kunnen voeren. Deze werkzaamheden vonden buiten werktijd plaats en betroffen slechts enkele uren per week.
4.30.
[partij 1] stelt ten aanzien van [ex-werknemer 3] dat zij met indiensttreding als Business Development Consultant bij [B.V. 3] , de eenmanszaak van [ex-werknemer 2] , per 1 augustus 2023 en in ieder geval tot 1 augustus 2024 het concurrentiebeding heeft overtreden. Met ingang van september 2024 is [ex-werknemer 3] via [B.V. 3] werkzaam voor [LLC] in de functie van Business Development Manager. Daarmee verricht zij activiteiten op het terrein van, gelijk aan of anderszins concurrerend met de activiteiten van [partij 1] . Dat de werkzaamheden voor [B.V. 3] direct dan wel indirect werden verricht ten behoeve van [LLC] blijkt uit de verklaring van [ex-werknemer 3] zelf blijkt :
“ [LLC] is one of [B.V. 3] ’s clients”.
4.31.
Volgens [partij 1] heeft [ex-werknemer 3] ook al tijdens haar dienstverband met [partij 1] het concurrentiebeding overtreden. Dit wordt onder meer onderstreept door de in de Beslagen Bescheiden aangetroffen urenstaat van [LLC] . Daaruit blijkt dat [ex-werknemer 3] met ingang van juni 2023 maandelijks werkzaamheden verrichtte voor [LLC] , met een totaal van 739 uur tussen juni 2023 en december 2023. [ex-werknemer 3] werd op of omstreeks 26 juni 2023 geïntroduceerd aan de stakeholders van [LLC] met het oog op het indienen van de [exploitant] tenders; de tenders waar [ex-werknemer 3] in haar werkzaamheden voor [partij 1] ook bij betrokken was. Door het uitvoeren van deze handelingen heeft [ex-werknemer 3] het concurrentiebeding overtreden. Zij was werkzaam voor, dan wel betrokken bij (een organisatie met) activiteiten op een terrein gelijk aan of anderszins concurrerend met dat van [partij 1] , in ieder geval met ingang van juni 2023. Zij was toen nog in dienst bij [partij 1] en heeft daarmee tijdens haar dienstverband werkzaamheden verricht ten behoeve van [LLC] en daarmee tevens het nevenwerkzaamhedenbeding overtreden.
4.32.
[ex-werknemer 3] betwist dat zij het concurrentie- en nevenwerkzaamhedenbeding heeft overtreden. Zij betwist dat zij bij [partij 1] verantwoordelijk was bij de [exploitant] -aanbesteding, zij heeft daar weinig betrokkenheid bij gehad. Haar is slechts gevraagd om een check uit te brengen op een prijs, die oorspronkelijk door haar collega, [naam 3] , was opgesteld. [LLC] heeft bij wijze van test/oefening meegedaan aan de [exploitant] bid en heeft de opdracht ook niet gekregen. [ex-werknemer 3] heeft tijdens de opzegtermijn toen zij fysiek niet meer werkte voorbereidingen getroffen in verband met haar werk voor [B.V. 3] zonder dat zij daarvoor werd betaald. Er is haar noch door [B.V. 3] , noch door [LLC] of [ex-werknemer 1] of [ex-werknemer 2] enige informatie van [partij 1] gevraagd en uit zichzelf heeft zij geen informatie gegeven. [partij 1] is er al vanaf het begin van op de hoogte geweest dat zij voor [B.V. 3] werkte en heeft daar nooit bezwaar tegen gemaakt.
4.33.
De kantonrechter overweegt het volgende.
4.34.
In artikel 7:653a BW is opgenomen dat de werkgever géén algemeen verbod op nevenwerkzaamheden meer mag hanteren, tenzij de werkgever daar een zogenaamde objectieve rechtvaardigingsgrond voor heeft. Het in de arbeidsovereenkomst van [ex-werknemer 1] , [ex-werknemer 2] en [ex-werknemer 3] opgenomen verbod op nevenwerkzaamheden betreft een algemeen beding, hetgeen betekent dat [partij 1] de objectieve rechtvaardiging moet aantonen. [partij 1] heeft dit niet gedaan volgens [partij 2] .
4.35.
[partij 1] stelt daarentegen dat zij verschillende objectieve gronden heeft om het nevenwerkzaamhedenbeding te rechtvaardigen. Kort gezegd wijst [partij 1] daarbij op de bescherming van de vertrouwelijke bedrijfsinformatie; het voorkomen van belangenconflicten en het voorkomen van concurrerende activiteiten.
4.36.
De stelplicht ten aanzien van het overtreden van de contractuele bedingen rust op [partij 1] . [partij 1] heeft ter onderbouwing van haar stelling dat [ex-werknemer 1] en [ex-werknemer 2] al tijdens hun dienstverband (namelijk sinds 2021) bij [partij 1] bezig zijn geweest met de oprichting van [LLC] en voorbereidende activiteiten hebben verricht en dat zij ook daarna concurrerend bezig zijn geweest, verwezen naar het rapport van DataExpert en de gegevens volgend uit het onderzoek naar de Beslagen Bescheiden (gezamenlijk te noemen: de onderzoeksgegevens). De kantonrechter is van oordeel dat uit de door [partij 1] gegeven onderbouwing voldoende blijkt dat [ex-werknemer 1] en [ex-werknemer 2] concurrerende activiteiten hebben ontplooid en dat [ex-werknemer 1] en [ex-werknemer 2] al sinds 2021 – dus tijdens hun dienstverband – onder meer tijdens werktijd intensief hebben gewerkt aan de voorbereiding, oprichting en exploitatie van [LLC] .
4.37.
Uit de onderzoeksgegevens blijkt namelijk dat [ex-werknemer 1] en [ex-werknemer 2] onder andere tweewekelijkse Teams-meetings hielden over [LLC] , waarbij steeds dezelfde stakeholders betrokken waren en waarvoor [LLC] emailadressen werden gebruikt. [ex-werknemer 1] en [ex-werknemer 2] hebben [naam 1] (hierna: [naam 1] – die werkzaam was bij [bedrijf 2] , een van de belangrijkste klanten van [partij 1] ) betrokken bij het oprichten van [LLC] .
4.38.
Verder blijkt uit de door [partij 1] gegeven onderbouwing dat [ex-werknemer 1] en [ex-werknemer 2] [bedrijf 9] B.V. (een jarenlange relatie van [partij 1] ) verzocht hebben om ontwerpen te maken voor een nieuw kabellegschip zogenaamd op verzoek van [partij 1] en met gebruikmaking van hun [partij 1] e-mailadressen. Ook blijkt verder dat [ex-werknemer 1] en [ex-werknemer 2] op kosten van [partij 1] en tijdens hun dienstverband bij [partij 1] de [bedrijf 7] (eveneens een relatie van [partij 1] ) hebben bezocht en met [bedrijf 7] spraken over [LLC] , en zij vervolgens met medewerking van [bedrijf 7] het onderwerp [LLC] hebben behandeld en zij met [bedrijf 7] spraken over onder meer schepen die geschikt zouden zijn voor kabelleggen.
4.39.
Daarnaast blijkt dat [ex-werknemer 1] en [ex-werknemer 2] investeerders hebben benaderd, waaronder [investeerder] , in het kader van scheepsfinanciering, ook met gebruikmaking van hun positie bij [partij 1] . Voorts blijkt dat [ex-werknemer 1] en [ex-werknemer 2] in april 2022 [LLC] hebben opgericht en een website hebben gemaakt of laten maken waarmee zij zich met dezelfde diensten profileren als [partij 1] . [ex-werknemer 1] en [ex-werknemer 2] hebben [ex-werknemer 3] nog tijdens haar dienstverband verzocht om ten behoeve van [LLC] de [exploitant] tenders in te dienen, hetgeen tijdens het nog lopende dienstverband van [ex-werknemer 1] en [ex-werknemer 3] is gebeurd op 4 augustus 2023.
4.40.
[partij 1] heeft in dit kader ook verwezen naar het chatbericht van [ex-werknemer 2] :
“The [exploitant] tender was submitted earlier this evening via the official portal. A great team effort, though a special thanks goes to [ex-werknemer 3] for her hard work to get this thing across the line - we truly couldn't have even begun to get it done without her. She helped us get from absolutely zero documentation to a compliant and high quality IAC offer. Hats off for a job well done, [ex-werknemer 3] ! Even if this bid isn't successful, it's been a massive learning curve for the next one, and we've shown a developer that [LLC] can make miracles happen in a short space of time."
4.41.
Daarnaast staat vast dat [ex-werknemer 1] één werkdag na de beëindiging van zijn dienstverband namens [LLC] op een Amerikaanse beurs voor Offshore Wind stond.
4.42.
Tenslotte vermeldt het onderzoeksrapport van DataExpert dat [ex-werknemer 2] is verzocht om bescheiden van [partij 1] te delen ter inspiratie. De door [partij 1] overgelegde chatberichten tussen [ex-werknemer 1] en [ex-werknemer 2] bevestigen naar het oordeel van de kantonrechter dat zij doelbewust en systematisch documenten van [partij 1] hebben overgenomen met het doel deze te gebruiken voor [LLC] . De kantonrechter wijst onder andere op het volgende bericht dat een chatgesprek van 8 april 2023 tussen [ex-werknemer 2] en [ex-werknemer 1] is:
- [ex-werknemer 2] :
“In preparation of leaving [partij 1] in the coming months, you may want to (carefully) take some documentation that may be useful for us. Things like method statements and procedures – PLGR for Subsea 7 [toevoeging kantonrechter: PLGR for Subsea 7 is een work method document m.b.t. een project voor een windmolenpark op zee waarbij elke stap van de aanbesteding is uitgelegd], would be a good one for now.” (…)
- [ex-werknemer 1] :
“Already on it.”
4.43.
Verder staat vast dat [ex-werknemer 1] vertrouwelijke documenten van [partij 1] , waaronder het “Investment Plan [schip 2] ”, heeft gedownload naar zijn Dropbox-account. Het Investplan is opgesteld voor het ontwerp, de (om)bouw en de financiering en exploitatie van [partij 1] ’s nieuwe (tweede) kabellegschip. Dit Investment Plan bevat onder meer technische informatie over de [schip 2] , zoals het draagvermogen, afmetingen, de kranen en apparaten op het schip met hun mogelijkheden. Tevens staat in het Investment Plan de marktpositie en een groot aantal financiële details uitgewerkt.
4.44.
Met de onderzoeksgegevens heeft [partij 1] verder aangetoond dat [LLC] passages uit documenten van [partij 1] één-op-één heeft overgenomen.
4.45.
Voorts zijn in de Beslagen Bescheiden diverse overeenkomsten aangetroffen, zoals;
- Non Disclosure Agreements (“NDA’s") die zijn gesloten tussen [LLC] en derden ten
behoeve van tenders/opdrachten inzake kabellegprojecten alsmede de (financiering
van de) bouw van een kabellegschip;
- Memoranda of Understanding (“MoU’s”) die betrekking hebben op samenwerkingen
met verschillende doelen. Eén MoU betreft een samenwerking om een offshore schip
van de andere partij om te bouwen tot een kabellegschip, met als doel concurrerend
te opereren op de Amerikaanse markt voor inter-array en export kabelprojecten,
evenals cable repair projecten. Een andere MoU betreft een samenwerking met een
partij die een ‘Renewable Energy Supply Chain Provider Consortium’ heeft opgericht.
Dit consortium ontwikkelt supply chain-oplossingen voor Amerikaanse offshore
windenergieprojecten. Op basis van deze MoU zal [LLC] toetreden tot het
consortium, waarbij de kabellegdiensten van [LLC] worden geïntegreerd in de
supply chain-oplossingen van het consortium; en
- Een Letter of Intent (“LOI”) die is gesloten tussen [LLC] en derden en die zien op
de bouw van een concurrerend kabellegschip voor de offshore windmarkt.
4.46.
Vier NDA’s en een MoU die zijn getekend door [partij 2] namens [LLC] dateren uit de periode 20 mei 2022 tot 26 juli 2022. In deze periode waren zowel [ex-werknemer 2] , [ex-werknemer 1] alsook [ex-werknemer 3] nog in dienst bij [partij 1] . In de periode van 13 maart 2023 tot 10 mei 2023 zijn ook nog twee NDA’s en een MoU aangetroffen. Op dat moment waren [ex-werknemer 1] en [ex-werknemer 3] beiden nog in dienst. De LOI en de overige aangetroffen NDA’s dateren uit de eerste helft van 2024 en vallen dus nog binnen de geldigheidsduur van het concurrentiebeding van [ex-werknemer 1] en [ex-werknemer 3] . Tijdens hun dienstverbanden en tijdens de geldigheidsduur van het concurrentiebeding waren [partij 2] en [ex-werknemer 3] aldus al duidelijk bezig met de exploitatie van [LLC] .
4.47.
In tegenstelling tot hetgeen [ex-werknemer 1] en [ex-werknemer 2] beweren, blijkt uit het voorgaande dat hun activiteiten veel verder gaan dan het hebben van een idee en inschrijving in het handelsregister. [ex-werknemer 1] en [ex-werknemer 2] zijn zowel tijdens als na hun dienstverband bij [partij 1] actief bezig zijn (geweest) met het opzetten en de exploitatie van hun nieuwe onderneming met dezelfde bedrijfsactiviteiten als [partij 1] . Ze hebben eerste stappen gezet om een eigen schip te laten bouwen, zij zijn actief op zoek gegaan naar investeerders en zij hebben al meegeboden op tenders.
4.48.
In eerste instantie is sprake geweest van voorbereidende activiteiten c.q. werkzaamheden voor de nog op te richten vennootschap [LLC] . In die fase kan naar het oordeel van de kantonrechter nog niet worden gesproken van concurrerende activiteiten die het bedrijfsdebiet van [partij 1] schaden. Ook kan dan nog niet gesproken worden van nevenwerkzaamheden waarvoor het objectief gerechtvaardigd is die te verbieden. In ieder geval vanaf het online gaan van de website van [LLC] medio 2023 (de kantonrechter gaat uit van: 1 juni 2023) is dit anders. Vanaf dat moment is geen sprake meer van voorbereidende activiteiten maar is sprake van bedrijfseconomische activiteit, die als concurrerende werkzaamheden in het kader van het concurrentie- en nevenwerkzaamhedenbeding is te beschouwen.
4.49.
Ten aanzien van [ex-werknemer 3] moet worden aangenomen dat zij met het de uitvoering van haar werkzaamheden ten behoeve van het indienen van de [exploitant] tenders namens [LLC] het concurrentiebeding heeft overtreden. Eveneens is daarmee sprake van schending van het nevenwerkzaamhedenbeding, aangezien de werkzaamheden zijn uitgevoerd terwijl zij nog in dienst was van [partij 1] .
Schending beding inzake bedrijfseigendommen, geheimhoudingsbeding en
Code of ethics.
4.50.
Tussen partijen staat vast dat [ex-werknemer 1] , [ex-werknemer 2] en [ex-werknemer 3] uit hoofde van hun arbeidsovereenkomsten bij [partij 1] de verplichting hadden om vertrouwelijke informatie, waaronder bedrijfsgeheimen van [partij 1] , geheim te houden (artikel 18) en niet in hun bezit te houden na het einde van hun dienstverband (artikel 19). In de Code of Ethics zijn soortgelijke verplichtingen opgenomen.
4.51.
[partij 1] stelt dat [ex-werknemer 1] , [ex-werknemer 2] en [ex-werknemer 3] zowel de bepaling inzake bedrijfseigendommen als het Geheimhoudingsbeding als de Code of Ethics hebben geschonden door bedrijfsgevoelige informatie te downloaden, naar zichzelf toe te sturen dan wel op andere wijze uit de [partij 1] - omgeving te onttrekken, deze bedrijfsgevoelige informatie te gebruiken, onder andere door deze te delen met anderen en deze informatie te gebruiken om [partij 1] (onrechtmatig) te beconcurreren.
4.52.
[ex-werknemer 1] voert als verweer aan dat hij bedrijfsinformatie heeft gekopieerd zonder dat hij zich dit echt realiseerde, maar bovenal zonder dat hij de intentie had om specifiek deze bestanden mee te nemen, laat staan dat hij daar iets mee wilde doen. Hij heeft de betreffende informatie niet met derden gedeeld. Hij heeft deze bestanden bovendien, direct nadat hem bleek dat hij deze had gedownload, vernietigd. Van alle in beslag genomen stukken is maar 0,28% afkomstig van de dropbox van [ex-werknemer 1] . 80% is vertrouwelijke info van [LLC] . [LLC] heeft bovendien geen belang om gebruik te maken van de beweerdelijke know how van [partij 1] . [LLC] werkt met investment bankers die op hun beurt werken met een eigen investment plan. Zij maken met [LLC] een business plan om een project binnen te halen en vervolgens een schip te kunnen bouwen door een door [LLC] aangewezen bouwer/designer, gebruikmakend van eigen tekeningen en werkmateriaal. Bovendien geldt dat er de laatste jaren zoveel schepen zijn gebouwd dat de techniek van de bekabeling overal beschikbaar is en de informatie daaromtrent voor iedereen toegankelijk. [partij 1] heeft geen octrooi of ander recht op deze kabellegschepen. Alle informatie daarover is publiek verkrijgbaar. Daarnaast geldt dat uit de stukken is gebleken, dat het gedateerde stukken zijn, waar [LLC] niets aan heeft, simpelweg omdat zij zich op een andere markt wil gaan richten. Bovendien betreffen het geen bedrijfsgeheimen. [ex-werknemer 2] en [ex-werknemer 3] hebben bij vertrek geen vertrouwelijke informatie van [partij 1] behouden of verwijderd.
4.53.
Zoals hiervoor in rechtsoverweging 4.41 is overwogen staat vast dat dat [ex-werknemer 1] vertrouwelijke documenten van [partij 1] , waaronder het “Investment Plan [schip 2] ”, heeft gedownload naar zijn persoonlijke dropbox-account (een clouddienst voor het online opslaan van bestanden). Ook werd in de dropbox een mapje “ [partij 1] sourced” aangetroffen. [partij 1] heeft in de dagvaarding een opsomming gemaakt van de aangetroffen documenten. Het gaat om diverse vertrouwelijke en bedrijfsgevoelige documenten, commerciële gegevens en foto’s van [partij 1] , waaronder tientallen procedures van [partij 1] en documenten in dat kader. Daarnaast heeft [partij 1] een grote hoeveelheid aan PowerPointpresentaties, Excelsheets, rapporten en Word-documenten van haarzelf aangetroffen in onderzoeksgegevens. Deze documenten betreffen eveneens vertrouwelijke informatie en bedrijfsgeheimen. Daarmee heeft [partij 1] aangetoond dat [ex-werknemer 1] zich vertrouwelijke informatie van [partij 1] heeft toegeëigend. [ex-werknemer 1] heeft gesteld dat hij deze documenten per ongeluk heeft gedownload maar dat hij ze niet heeft gedeeld c.q. gebruikt. Uit de door [partij 1] overgelegde onderzoeksgegevens blijkt echter het tegendeel. Uit de navolgende chatberichten tussen [ex-werknemer 1] en [ex-werknemer 2] volgt dat [ex-werknemer 2] [ex-werknemer 1] (die op dat moment nog werkzaam was voor [partij 1] ) heeft verzocht om documenten van [partij 1] met hem te delen:
27 februari 2023
[ex-werknemer 2] : “
Can you do me a favour? We need to create a Purchase Order
template for [LLC] . First use will be for the 3D model payment
and the website. Can you create a template/draft one?
[ex-werknemer 1]
: OK - Will give it a bash
[ex-werknemer 2]
: “Cheers. Even if you put the skeleton of it together based off a [partij 1] template, I
can fine tune it later”
8 april 2023
“In preparation of leaving [partij 1] in the coming months, you may want to (carefully)
take some documentation that may be useful for us. Things like method statements
and procedures - PLGR for Subsea 7 would be a good one for now. That way we
can use it for some "inspiration" for our own independent ones”
27 september 2022
[ex-werknemer 1] : “
I REALLY need to get out of [partij 1]
[ex-werknemer 2] :
True although right now it's actually useful having you there before
leaving
[ex-werknemer 2] :
You're gaining the U.S. experience from a Tier One and that'll go a long way.”
15 november 2022
[ex-werknemer 2] : “
Struggling to find the [kenmerk 1] I thought we had on the server
Don't suppose you could save a [kenmerk 2] one to the drive so I can
amend it and reference to [naam 4] ?
Found it! [kenmerk 3] it’s called, rather than [kenmerk 1]
I'm just going to send it through as is. It's too big a document to try
and make anonymous. Not too bothered if [naam 5] see it in all its glory
- will give them a show of what [LLC] does!
[ex-werknemer 1] :
Ok - as long as [partij 1] is in it
[ex-werknemer 2] :
The [partij 1] logo is in it, yes
[ex-werknemer 1] :
Please take that out
The [partij 1] name is still throughout the document
But okay, will do”
4.54.
Uit voorgaande chatberichten volgt dat er ook daadwerkelijk documenten van [partij 1] zijn gebruikt ten behoeve van [LLC] . [partij 1] heeft verder nog talloze voorbeelden gegeven waaruit volgt dat er ook daadwerkelijk documenten van [partij 1] zijn gebruikt ten behoeve van [LLC] . Zo heeft [partij 1] verwezen naar een e-mail met de tekst
“Checking the [partij 1] estimate for reference, I see that this was also set up to do something similar.”waaruit volgt dat [ex-werknemer 1] en [ex-werknemer 2] informatie als referentie voor hun eigen prijsstelling voor een tender hebben gebruikt. Verder heeft [partij 1] een document overgelegd waarin de vergelijkbare passages uit verschillende [partij 1] documenten naast die van [LLC] documenten zijn gezet. Hieruit volgt dat [LLC] passages één-op-één heeft gekopieerd en vervolgens heeft gebruikt in hun aanbiedingen. Daarmee is aannemelijk dat [ex-werknemer 2] ook toegang heeft gehad tot de door [ex-werknemer 1] naar zijn dropbox gekopieerde documenten en heeft [partij 1] voldoende aangetoond dat er wel degelijk gebruik is gemaakt van die documenten ten behoeve van [LLC] .
4.55.
Dat betekent dat onder de gegeven omstandigheden tussen partijen moet worden aangenomen dat [ex-werknemer 1] en [ex-werknemer 2] zowel het beding inzake bedrijfseigendommen, als het geheimhoudingsbeding als de Code of Ethics hebben overschreden.
4.56.
Of de documenten onder de werking van de Wbb vallen, is naar het oordeel van de kantonrechter niet relevant omdat de bedingen zich niet beperken tot bedrijfsgeheimen in de zin van die wet. Voor het aannemen van een overtreding van het geheimhoudingsbeding is ook niet vereist dat (vaststaat dat) [partij 1] als gevolg van de overtreding winst is misgelopen. De kantonrechter gaat niet mee in het standpunt van [partij 2] dat de betreffende documenten geen waarde hebben. [partij 1] heeft voldoende toegelicht dat de betreffende documenten waardevolle informatie betrof en geen algemene informatie was waar een ieder toegang toe had. Ook bijvoorbeeld uit het feit dat [partij 2] bestanden in een dropbox hebben geplaatst, [ex-werknemer 2] vroeg aan [ex-werknemer 1] om bestanden mee te nemen, aan [ex-werknemer 3] een bestand door [ex-werknemer 1] ter beschikking is gesteld als voorbeeld voor een tender valt af te leiden dat de meegenomen gegevens waardevol zijn voor concurrenten en vallen onder de werking van het geheimhoudingsbeding.
4.57.
Ten aanzien van [ex-werknemer 3] staat vast dat zij via de eenmanszaak [B.V. 3] van [ex-werknemer 2] de tender [exploitant] heeft voorbereid en opgesteld. [partij 1] heeft als productie B16.3 het [partij 1] -document Local Content Details in het geding gebracht. Uit het Local content plan van [LLC] inzake [exploitant] blijkt dat daarin passages uit het [partij 1] document vrijwel een-op-een zijn gekopieerd en overgenomen. Gelet op het feit dat het [LLC] document door [ex-werknemer 3] is opgesteld, volgt dat zij bedrijfsgevoelige informatie van [partij 1] gekopieerd heeft naar het [LLC] -document. Ook blijkt uit productie B16.4 dagvaarding dat [ex-werknemer 3] voor [LLC] het Hazard Identification & Risk Assessment (HIRA) document heeft opgesteld, zijnde een risico-analyse voor cable-repair werkzaamheden, waarbij zij eveneens de tekst uit het HIRA-document van [partij 1] vrijwel een-op-een heeft overgenomen. Daarmee staat vast dat [ex-werknemer 3] (tweemaal) het beding inzake bedrijfseigendommen, geheimhoudingsbeding en de Code of Ethics heeft overtreden.
4.58.
Beoordeeld dient vervolgens te worden welke boetes [ex-werknemer 1] , [ex-werknemer 2] en [ex-werknemer 3] verschuldigd zijn geworden met overtreding van de (post)contractuele bedingen.
Boetes overtreding concurrentie- en nevenwerkzaamhedenbeding
4.59.
Artikel 25 van Pro de arbeidsovereenkomsten van [ex-werknemer 1] , [ex-werknemer 2] en [ex-werknemer 3] bevat een boetebeding. Bij handelen in strijd met een van de verplichtingen uit de artikelen 18 tot en met 24, waaronder het geheimhoudingsbeding, de bepaling inzake bedrijfseigendommen, de bepaling inzake nevenarbeid, het concurrentiebeding en de bepaling inzake integriteit
verbeurt de werknemer een boete van € 25.000,- alsmede en boete van € 2.500,-
voor elke dag dat de overtreding heeft plaatsgevonden en voortduurt.
Dubbeling non-concurrentie- en nevenwerkzaamhedenbeding
4.60.
[partij 1] vordert allereerst boetes wegens overtreding van het concurrentiebeding. Volgens [partij 1] ziet dit beding zowel op concurrerende werkzaamheden tijdens het dienstverband als op concurrerende werkzaamheden na het dienstverband. Volgens [partij 2] ziet het non-concurrentiebeding enkel op de periode na het einde van de arbeidsovereenkomst. [partij 2] wijst hiervoor op artikel 7:653 BW Pro. De vraag is dus hoe het non-concurrentiebeding van artikel 21 en Pro het boetebeding van artikel 25 van Pro de arbeidsovereenkomsten moet worden uitgelegd.
4.61.
Voor de uitleg van het non-concurrentiebeding dat in de arbeidsovereenkomsten van [ex-werknemer 1] , [ex-werknemer 2] en [ex-werknemer 3] staat moet gekeken worden naar de letterlijke tekst van dat beding. Er zijn geen aanknopingspunten gesteld of gebleken waaruit volgt dat het de bedoeling van partijen was om een andere invulling te geven aan dit beding dan zoals uit de letterlijke tekst daarvan blijkt.
4.62.
In het concurrentiebeding, zoals opgenomen in de arbeidsovereenkomst, is onder meer vermeld:
Werknemer verbindt zich om zowelgedurende het bestaanvan deze overeenkomst als ookgedurende een periode van één jaar nadatdeze overeenkomst om welke reden dan ook zal zijn geëindigd (…).Dit beding is dus niet uitsluitend een concurrentiebeding is in de zin van artikel 7:653 BW Pro. Op grond van het eerste lid van dat wetsartikel wordt onder een concurrentiebeding namelijk verstaan een “
beding tussen de werkgever en de werknemer waarbij deze laatste wordt beperkt in zijn bevoegdheid om na het einde van de overeenkomst op zekere wijze werkzaam te zijn”. Het concurrentiebeding in de arbeidsovereenkomst ziet ook op de situatie dat de werknemer tijdens het dienstverband de werkgever concurrentie aandoet.
4.63.
Voor zover het concurrentiebeding ziet op laatstgenoemde situatie, is naar het oordeel van de kantonrechter geen sprake van een concurrentiebeding in de zin van artikel 7:653 BW Pro, maar van een verkapt nevenwerkzaamhedenbeding. Voor nevenarbeid is echter ook een nevenwerkzaamhedenbeding in de arbeidsovereenkomsten opgenomen, zie artikel 20 van Pro de arbeidsovereenkomsten. Partijen hebben de afspraken over concurrentie tijdens de looptijd van de arbeidsovereenkomst dus zowel in artikel 20 als Pro in artikel 21 van Pro de arbeidsovereenkomsten opgenomen. Artikel 25 van Pro de arbeidsovereenkomsten stelt een forse boete op overtreding van onder meer artikelen 20 en 21 van de arbeidsovereenkomst. Een redelijke uitleg brengt mee dat concurrentie aandoen tijdens het dienstverband niet dubbel (omdat er 2 bedingen voor zijn opgenomen) maar slechts als in strijd handelen met één bepaling beboet kan worden.
4.64.
Zoals hiervoor onder rechtsoverweging 4.46 is overwogen zijn de concurrentie- en nevenwerkzaamhedenbedingen door [ex-werknemer 1] en [ex-werknemer 2] vanaf de oprichting van de website van [LLC] 1 juni 2023 overtreden.
4.65.
Voor [ex-werknemer 2] geldt dat die overtredingen hebben voortgeduurd tot 1 augustus 2023. Dit, omdat het dienstverband van [ex-werknemer 2] bij [partij 1] is geëindigd per 1 augustus 2022, zodat [ex-werknemer 2] tot 1 augustus 2023 gebonden was aan het concurrentiebeding. Daarmee is [ex-werknemer 2] een boete verschuldigd geworden van 25.000,- plus 152.500,- (61 dagen x € 2.500,-) = € 177.500,-.
4.66.
Voor [ex-werknemer 1] geldt dat die overtredingen van het concurrentie- en nevenwerkzaamhedenbeding zijn aangevangen op 1 juni 2023 en hebben voortgeduurd tot 1 oktober 2024. Dit, omdat het dienstverband van [ex-werknemer 1] bij [partij 1] is geëindigd per 1 oktober 2023, zodat [ex-werknemer 1] tot 1 oktober 2024 gebonden was aan het concurrentiebeding.
Daarmee is [ex-werknemer 1] een boete verschuldigd geworden van € 25.000,- plus 1.217.500,- (487 dagen x € 2.500,-) = € 1.242.500.
4.67.
Voor [ex-werknemer 3] geldt zoals hiervoor onder ro. 4.55 is overwogen dat zij twee keer het nevenwerkzaamhedenbeding heeft overtreden. Daarom is zij een boete van € 50.000,- (2 x € 25.000,-) verschuldigd. Zij is vanaf 1 augustus 2023 (einde van haar arbeidsovereenkomst bij [partij 1] ) tot 1 augustus 2024 gebonden aan het concurrentiebeding. [partij 1] heeft onvoldoende onderbouwd gesteld dat zij in die periode het concurrentiebeding heeft overtreden en is daarom geen verdere boetes verschuldigd.
Boetes overtreding beding inzake bedrijfseigendommen, geheimhoudingsbeding en
Code of ethics.
4.68.
[partij 1] vordert daarnaast boetes van [partij 2] in verband met overtredingen van het beding inzake bedrijfseigendommen, het geheimhoudingsbeding en de Code of Ethics. [partij 1] stelt dat het op grond van die bedingen, kort gezegd, verboden is om documenten, correspondentie en overige zaken die [partij 1] toebehoren in bezit te houden. Hierop gold volgens [partij 1] een uitzondering voor zover en voor zolang dat voor de uitoefening van de werkzaamheden voor [partij 1] was vereist. Bovendien waren [partij 2] verplicht om alle zaken bij het einde van de arbeidsovereenkomst onmiddellijk aan [partij 1] te retourneren.
Eerder (rechtsoverweging 4.41 en 4.51) is al overwogen dat [ex-werknemer 1] zich via een dropbox (een clouddienst voor het online opslaan van bestanden) verschillende documenten van [partij 1] heeft toegeëigend. Ook is overwogen dat aannemelijk is dat [ex-werknemer 2] tot deze dropbox toegang had. De 10 bestanden die zijn aangetroffen zijn commerciële en technische documenten van [partij 1] die in het kader van de bedingen niet gedeeld mochten worden en niet in bezit mochten worden gehouden. Dat betekent dat onder de gegeven omstandigheden tussen partijen moet worden aangenomen dat [ex-werknemer 1] en [ex-werknemer 2] zowel het beding inzake bedrijfseigendommen, als het geheimhoudingsbeding als de Code of Ethics hebben overschreden. Daaruit volgt dat zij de daarop gestelde boete hebben verbeurd. Geoordeeld wordt evenwel dat, omdat het bij de schending van deze drie bedingen om dezelfde gedraging gaat, op gronden van redelijkheid slechts eenmaal de boete op overtreding van de bedingen wordt toegewezen. Dit betekent dat [ex-werknemer 1] en [ex-werknemer 2] elk een boete zijn verschuldigd van € 250.000,- (10 bestanden x € 25.000,-).
4.69.
[partij 1] stelt dat deze boete voor [ex-werknemer 1] en [ex-werknemer 2] vermeerderd dient te worden met een boete van € 2.500,- per dag vanaf het moment dat zij uit dienst zijn getreden, omdat zij de informatie nog steeds onder zich hebben en de informatie zijn blijven gebruiken. De kantonrechter overweegt dat [ex-werknemer 1] en [ex-werknemer 2] niet hebben onderbouwd dat zij de informatie inmiddels hebben verwijderd c.q. vernietigd. Zo lang zij de informatie onder zich hebben overtreden zij het geheimhoudingsbeding. De kantonrechter zal dit deel van de vordering dan ook toewijzen.
4.70.
[ex-werknemer 3] heeft bij de [exploitant] tenders gebruik gemaakt van [partij 1] documenten als voorbeeld. Dit is een overtreding van het beding inzake bedrijfseigendommen, het geheimhoudingsbeding en de Code of Ethics. Daarmee is zij een boete van € 25.000,- verschuldigd geworden.
4.71.
De wettelijke rente over de boetebedragen is toewijsbaar zoals gevorderd.
Beroep op matiging boetes
4.72.
[ex-werknemer 1] , [ex-werknemer 2] en [ex-werknemer 3] hebben verzocht om matiging van de boetes. Volgens hen is sprake een disproportioneel tijdsverloop en een onbillijke onevenredigheid ten opzichte van de salarissen. Bovendien heeft [partij 1] [partij 2] niet gesommeerd de werkzaamheden neer te leggen, waardoor zij niet de gelegenheid hebben gekregen een afweging te maken hun werkzaamheden wel of niet neer te leggen en/of naar de rechter te gaan om in kort geding schorsing te vorderen. [partij 1] stelt de vorderingen pas achteraf in om schrik aan te jagen en [LLC] te schaden.
4.73.
Volgens [partij 1] is er geen aanleiding tot matiging van de boetebedragen. [ex-werknemer 1] , [ex-werknemer 2] en [ex-werknemer 3] hebben de verplichtingen uit hun arbeidsovereenkomst willens en wetens, meerdere malen, verspreid over de periode van jaren, geschonden en met de intentie om de vertrouwelijke te gebruiken voor eigen commercieel gewin. Bovendien heeft [partij 1] er belang bij om met de boete een signaal te laten uitgaan naar andere werknemers van [partij 1] om hen ervan te weerhouden in strijd met de arbeidsovereenkomst te handelen.
4.74.
De kantonrechter overweegt ten aanzien van het beroep op matiging het volgende.
4.75.
Een boete kan op grond van artikel 6:94 lid 1 BW Pro worden gematigd als de billijkheid dat klaarblijkelijk eist en als de toepassing van een boetebeding in de gegeven omstandigheden tot een buitensporig en daarom onaanvaardbaar resultaat leidt. Daarbij moet niet alleen worden gelet op de verhouding tussen de werkelijke schade en de hoogte van de boete, maar ook op de aard van de overeenkomst, de inhoud van het beding en de omstandigheden waaronder het is ingeroepen.
4.76.
Voor matiging van de boetes wegens overtreding van het geheimhoudingsbeding geldt ook een matigingsbevoegdheid, die is vastgelegd in art 7:650 lid 6 BW Pro, en waaruit volgt dat een boete kan worden gematigd als de opgelegde boete de kantonrechter bovenmatig voorkomt.
4.77.
Uit hetgeen hiervoor (zie ro. 4.63, 4.64, 4.65, 4.66, 4.67 en 4.68) is overwogen volgt dat [ex-werknemer 1] , [ex-werknemer 2] en [ex-werknemer 3] bedingen uit de arbeidsovereenkomsten hebben overtreden. Dat leidt tot verbeurte van de volgende boetes:
[ex-werknemer 2] :€ 177.500,00 (ro. 4.63) plus € 250.000,00 (ro. 4.66), vermeerderd met € 2.500,00 per dag vanaf 1 september 2022 (ro. 4.67). Dat komt berekend tot 1 september 2025 neer op € 177.500 plus € 250.000,00 plus € 2.737.500,00 (3 x 365 dagen na 1 september 2022) is
€ 3.165.000,00, te vermeerderen met € 2.500,00 per dagvanaf 1 september 2025;
[ex-werknemer 1]: € 1.242.500,00 (ro. 64) plus € 250.000,00 (ro. 4.66), vermeerderd met
€ 2.500,00 per dag vanaf 1oktober 2023 dat de schending voortduurt (4.67). Dat komt berekend tot 1 oktober 2025 neer op € 1.242.500,00 plus 250.000,00 plus € 1.825.000,00 is
€ 3.317.500,00, te vermeerderen met € 2.500,00 per dagvanaf 1 oktober 2025;
[ex-werknemer 3]: € 50.000,00 (ro. 4.65) plus € 25.000,00 (ro. 4.68) is
€ 75.000,00.
4.78.
De kantonrechter oordeelt het volgende.
4.79.
Toewijzing van de volledige boetebedragen leidt tot een buitensporig en onaanvaardbaar resultaat. Hierbij speelt een rol dat de door [partij 1] gestelde schade als gevolg van het handelen van [ex-werknemer 1] , [ex-werknemer 2] en [ex-werknemer 3] niet concreet is onderbouwd, op een bedrag van € 55.438,33 na. Zonder deze onderbouwing is het op dit moment de vraag welke schade [partij 1] verder gaat lijden, althans dat de schade die [partij 1] gaat lijden een omvang zal hebben die in redelijke verhouding met het boetebedrag staat. Ook speelt een rol dat de boetes in de arbeidsovereenkomsten niet gemaximeerd zijn en niet aansluiten bij het bruto maandsalaris dat [ex-werknemer 1] , [ex-werknemer 2] en [ex-werknemer 3] bij [partij 1] verdienden. Aan de andere kant speelt een rol dat [ex-werknemer 1] , [ex-werknemer 2] en [ex-werknemer 3] willens en wetens de bedingen hebben overtreden en daarmee [partij 1] hebben beconcurreerd met gebruikmaking van, eenvoudig gezegd, “geheime” stukken afkomstig van [partij 1] , maar ook dat [ex-werknemer 1] , [ex-werknemer 2] en [ex-werknemer 3] geen enkele informatie hebben verschaft over hun huidige salarissen/verkregen inkomsten via [LLC] . Daarbij heeft [partij 1] [ex-werknemer 1] vrijwel direct – toen zij vermoedde dat hij mogelijk concurrerend werkte na de ontmoeting op de beurs – laten weten aan hem en [ex-werknemer 2] dat zij aan de arbeidsrechtelijke bedingen gebonden waren. [ex-werknemer 3] is pas later gewaarschuwd omdat haar naam pas uit het onderzoek van DataExpert naar voren is gekomen. Gelet op al deze omstandigheden zal de kantonrechter de boetes matigen tot € 500.000,00 voor zowel [ex-werknemer 1] als [ex-werknemer 2] en € 25.000,00 voor [ex-werknemer 3] .
Onrechtmatig handelen [ex-werknemer 1] , [ex-werknemer 2] en [ex-werknemer 3]
4.80.
[partij 1] voert aan dat de tekortkomingen in de nakoming van de arbeidsovereenkomsten een zelfstandige onrechtmatige daad opleveren jegens [partij 1] . [partij 2] en [ex-werknemer 3] hadden uit hoofde van hun arbeidsovereenkomsten een verplichting om de vertrouwelijke informatie, waaronder bedrijfsgeheimen van [partij 1] , geheim te houden (artikel 18) en niet in hun bezit te houden na het einde van hun dienstverband (artikel 19). Door de vertrouwelijke informatie actief te gebruiken voor het opzetten en exploiteren van concurrerende activiteiten hebben zij niet alleen hun contractuele bedingen geschonden, maar zich ook schuldig gemaakt aan onrechtmatig handelen. Zij hebben zich immers willens en wetens schuldig gemaakt aan het misbruiken van de vertrouwelijke informatie, wat [partij 1] aanzienlijke schade heeft berokkend. [ex-werknemer 1] , [ex-werknemer 2] en [ex-werknemer 3] zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de schade die [partij 1] lijdt als gevolg van de diverse tekortkomingen onder de arbeidsovereenkomsten en de onrechtmatige daad.
4.81.
[partij 2] voeren verweer. Zij betwisten dat zij onrechtmatig hebben gehandeld jegens [partij 1] omdat zij geen vertrouwelijke bedrijfsinformatie hebben gebruikt. Ook is de onrechtmatige daad niet toerekenbaar omdat er geen sprake is van opzet of schuld, want [partij 2] begeven zich in een andere rol op een andere markt en zijn het Nederlandse arbeidsrecht niet machtig. Zij komen uit een rechtssysteem waarin is bepaald dat als je in een andere rol werkzaam bent, van concurrentie geen sprake is. Dit moet mede gezien worden in het licht van het feit dat werknemers van [partij 1] altijd naar concurrenten gaan. Verder betwisten [partij 2] dat [partij 1] schade lijdt als gevolg van het onrechtmatige handelen. Bovendien ontbreekt de causaliteit; de gestelde (proces)kosten zijn namelijk niet een direct gevolg van de vermeende overtredingen. [partij 1] beweert dat zij tenders heeft verloren aan [LLC] , maar [partij 1] heeft op andere tenders geboden dan [LLC] en [LLC] heeft geen tender gewonnen, waardoor zij het bedrijfsdebiet van [partij 1] nimmer heeft kunnen aantasten. Tot slot is niet voldaan aan het relativiteitsvereiste, nu [partij 1] er op uit is haar monopolie positie te versterken en ten doel heeft om de activiteiten van [LLC] te staken; daarvoor is de norm niet bedoeld.
4.82.
De kantonrechter oordeelt het volgende.
4.83.
Uitgangspunt is dat na de looptijd van het concurrentiebeding de werknemer zijn ex-werkgever concurrentie kan “aandoen”. Vanaf dat moment is de werknemer vrij om bij een andere werkgever in dienst te treden of zelf een onderneming te starten. Alleen onder bijkomende omstandigheden kan dan concurrentie onrechtmatig zijn. Dit wordt vaak aangeduid als het Boogaard-Vesta criterium [1] namelijk dat sprake moet zijn van: i) het stelselmatig en substantieel afbreken van ii) het duurzame debiet van de voormalig werkgever dat de werknemer in het kader van de arbeidsovereenkomst heeft helpen opbouwen, iii) met de hulpmiddelen die de werknemer daartoe vertrouwelijk van zijn voormalige werkgever ter beschikking kreeg.
4.84.
Ten aanzien van [ex-werknemer 3] geldt dat zij een concurrentiebeding voor de duur van één jaar had. Dit beding is per 1 augustus 2024 niet langer geldig. Voor haar is weliswaar komen vast te staan dat zij het geheimhoudingsbeding eenmaal heeft overtreden maar daarmee kan niet gezegd worden dat zij stelselmatig gebruik heeft gemaakt van kennis en gegevens verkregen bij haar voormalig werkgever. Daarom oordeelt de kantonrechter dat zij niet voor schade als gevolg van onrechtmatig handelen aansprakelijk is.
4.85.
De kantonrechter is van oordeel dat geen sprake is van onrechtmatige concurrentie door [ex-werknemer 1] en [ex-werknemer 2] . Uit het onderzoek van de beslagen bescheiden is gebleken dat [LLC] op diverse tenders heeft ingeschreven waarop [partij 1] ook heeft ingeschreven, het gaat hierbij om het [project 2] , de tender [project 4] van [bedrijf 8] , de tender [project 5] van [bedrijf 8] en het [project 3] . [partij 1] heeft niet inzichtelijk gemaakt of [LLC] deze tenders heeft gewonnen. Volgens [ex-werknemer 1] en [ex-werknemer 2] is dat niet het geval geweest. [partij 1] heeft ook niet op een andere manier
(voldoende concreet) onderbouwd hoe groot de impact was van het handelen van [partij 2] op haar bedrijfsvoering, zodat niet kan worden vastgesteld of sprake is van het stelselmatige afbreken van het duurzame bedrijfsdebiet. Ook kan niet worden vastgesteld of substantieel afbreuk is of wordt gedaan aan het bedrijfsdebiet van [partij 1] . Hiervoor is mogelijk winnen van een tender onvoldoende. Dit omdat [partij 1] een grote speler is in de markt van onderzeese kabellegging en de drempel om te kunnen spreken van het substantieel afbreken van het duurzame bedrijfsdebiet hoog ligt. [partij 1] heeft dus onvoldoende onderbouwd gesteld dat haar bedrijfsdebiet daadwerkelijk substantieel is aangetast. Dit betekent dat de verwijzing naar een schadestaatprocedure, zoals [partij 1] vordert, moet worden afgewezen.
Schade
4.86.
Ten aanzien van de schade heeft [partij 1] het volgende gesteld. De schade van [partij 1] bestaat onder meer uit directe vermogensschade, zoals verlies van inkomsten en winstderving doordat tenders aan [LLC] zijn toegewezen in plaats van aan [partij 1] . Daarnaast ondervindt [partij 1] nadelige gevolgen voor haar concurrentiepositie en
marktvoorsprong. Immers, [partij 2] konden zich binnen deze zeer korte termijn in dit
werkveld vestigen doordat [partij 2] en [ex-werknemer 3] zich op onrechtmatige wijze de
Bedrijfsgeheimen, althans de Vertrouwelijke Informatie van [partij 1] hebben toegeëigend.
Daarnaast heeft [partij 1] aanzienlijke kosten moeten maken om haar schade te proberen te verhalen en de gevolgen van het wanpresteren en/of onrechtmatig handelen van [partij 2] op te vangen. Op dit moment is echter nog niet duidelijk wat de omvang van de
schade is en zal zijn. Dit zal onder meer afhangen van (potentiële) klanten die ervoor kiezen
[LLC] in te schakelen, terwijl zij anders voor [partij 1] zouden hebben gekozen.
4.87.
[partij 1] heeft in verband met het onrechtmatig handelen van [partij 2] verzocht om een voorschot op de schadevergoeding. Zij stelt dat haar schade in ieder geval € 55.438,33 en bestaat uit de volgende posten:
1. de kosten van DataExpert ten bedrage van € 18.050,18;
2. de kosten van de rechercheur die belast was met de opsporing van [partij 2] ten
bedrage van € 8.137,25;
3. de kosten van de deurwaarder en IT-deskundige die belast waren met de executie
van het Bewijsbeslag ten bedrage van € 12.582,32;
4. de kosten van de software die in het kader van het onderzoek in de Beslagen
Bescheiden is geïnstalleerd ten bedrage van € 1.358,58;
5. de kosten van het onderzoek in de Beslagen Bescheiden ten bedrage van
€ 8.535,-;
6. de buitengerechtelijke incassokosten ad € 6.775,-.
4.88.
De kantonrechter overweegt dat voornoemde kosten moeten worden aangemerkt als kosten in de zin van artikel 6:96 lid 2 sub b en Pro c BW. Naar het oordeel van de kantonrechter zijn deze kosten in redelijkheid gemaakt in verband met het onderzoek naar de mogelijke gevolgen van de hier in geschil zijnde (als onrechtmatig aangemerkte) handelwijze van [partij 2] Deze kosten zullen daarom (als voorschot op de schadevergoeding) worden toegewezen.
Aansprakelijkheid [LLC]
[LLC] profiteert onrechtmatig van wanprestatie
4.89.
[partij 1] stelt dat [LLC] (hoofdelijk) aansprakelijk is omdat [LLC] direct of indirect profiteert van de schendingen van de arbeidsovereenkomsten door [ex-werknemer 1] , [ex-werknemer 2] en [ex-werknemer 3] . Zij verkrijgt hierdoor immers toegang tot cruciale informatie die zij normaal gesproken niet zonder aanzienlijke tijdsinvestering en kosten zou hebben. Dit omvat onder meer strategische marktanalyses, commerciële processen, technische specificaties en klantgegevens, die [LLC] een oneigenlijk concurrentievoordeel opleveren.
De impact hiervan is tweeledig. Ten eerste stelt de onrechtmatig verkregen kennis [LLC]
in staat haar bedrijfsvoering en interne processen sneller en efficiënter in te richten, zonder
de investeringen te hoeven doen die [partij 1] in de ontwikkeling daarvan heeft gedaan. Ten tweede wordt hierdoor het toetredingsproces tot de markt aanzienlijk versneld, waardoor
[LLC] in kortere tijd een positie kan verwerven die onder normale omstandigheden veel
meer middelen en tijd zou vergen. Dit voordeel resulteert in een ongelijk speelveld ten opzichte van [partij 1] omdat [LLC] door deze informatieoverdracht een voorsprong verkrijgt die niet door eigen inspanningen is behaald, maar door schendingen van [ex-werknemer 1] , [ex-werknemer 2] en [ex-werknemer 3] van de arbeidsovereenkomsten.
4.90.
[LLC] voert als verweer aan dat zij geen toegang heeft (gehad) tot de dropbox van [ex-werknemer 1] en de gegevens zijn niet aan derden ter beschikking gesteld en inmiddels vanaf de computer van [ex-werknemer 1] vernietigd. Bovendien heeft [LLC] niets aan de stukken omdat het gedateerde stukken zijn en niet van waarde zijn voor [LLC] , omdat zij zich op een andere markt wil gaan richten. Tot slot is het juist [partij 1] die een ongelijk speelveld creëert; zij kan [LLC] met heel veel geld en machtsvertoon uit de markt duwen. Dit, terwijl [LLC] eerst op zoek moet naar investeerders om een schip te bouwen.
4.91.
De kantonrechter overweegt dat de enkele betrokkenheid van een derde bij wanprestatie in beginsel niet onrechtmatig is. Voor onrechtmatigheid is, naast wetenschap van de wanprestatie bij de derde, ook vereist dat er bijzondere omstandigheden aanwezig zijn (Hoge Raad 28 maart 2014, ECLI:NL:HR:2014:740). Die omstandigheden die hierbij een rol spelen zijn:
- wetenschap van de derde van de inhoud en strekking van de geschonden verplichtingen;
- de ernst en voorzienbaarheid van het nadeel dat de wanprestatie veroorzaakt;
- de mate waarin de derde de wanprestatie heeft beïnvloed.
4.92.
Dat [LLC] wetenschap had van de wanprestaties door [partij 2] staat naar het oordeel van de kantonrechter vast. Dit is namelijk inherent aan het feit dat [LLC] door [ex-werknemer 1] en [ex-werknemer 2] is opgericht en/of dat zij de bestuurders zijn (geweest) van [LLC] . [LLC] was er daarom vanzelfsprekend van op de hoogte dat [partij 2] tegenover [partij 1] gebonden waren aan (één of meerdere) postcontractuele bedingen.
4.93.
Naar het oordeel van de kantonrechter is ook voldaan aan het vereiste van bijzondere omstandigheden. Die bijzondere omstandigheden bestaan eruit dat [partij 2] [LLC] al tijdens hun dienstverband bij [partij 1] hebben opgericht en (concurrerende) bedrijfsactiviteiten ten behoeve van [LLC] hebben ontplooid, waaronder het bieden op dezelfde tenders als [partij 1] . Daarbij zijn vertrouwelijke bedrijfsgegevens meegenomen, waaronder het Investment Plan. Ook is er informatie ook daadwerkelijk gebruikt. Dit blijkt bijvoorbeeld uit het document dat [partij 1] heeft opgesteld (productie B20, vergelijkingsdocument) waaruit volgt dat [LLC] passages van [partij 1] documenten één op één heeft gekopieerd en gebruikt in tenders, maar ook uit producties B12 tot en met B18, waarbij [partij 1] heeft toegelicht dat documentatie, en teksten van [partij 1] door [LLC] zijn gebruikt. [LLC] heeft dit niet althans onvoldoende bestreden. Bovendien beschikten [partij 2] over kennis van het bedrijfsdebiet van [partij 1] . [LLC] heeft zo profijt gehad van de wanprestaties van [partij 2] Dat is onrechtmatig en [LLC] is voor de schade die [partij 1] als gevolg daarvan lijdt aansprakelijk. Dat [LLC] schade heeft geleden heeft zij voldoende aannemelijk gemaakt. Hiervoor wordt verwezen naar de stellingen van [LLC] zoals weergegeven onder ro. 4.82, die onvoldoende gemotiveerd zijn bestreden door [partij 2] . De kantonrechter zal [LLC] daarom veroordelen tot vergoeding van de schade van [partij 1] door dit onrechtmatig handelen onder verwijzing naar de schadestaatprocedure.
Aansprakelijkheid [ex-werknemer 1] , [ex-werknemer 2] , [ex-werknemer 3] en [LLC]
Onrechtmatig gebruik van de bedrijfsgeheimen van [partij 1] – verbod om gebruik te (blijven) maken van de vertrouwelijke informatie en/of de bedrijfsgeheimen (verder) openbaar te maken – vernietiging bedrijfsgeheimen – verbod op inschrijven op nieuwe tenders tot 2032.
4.94.
[partij 1] stelt dat [partij 2] zich zonder toestemming en - voor [ex-werknemer 1] , [ex-werknemer 2] en [ex-werknemer 3] - in strijd met het geheimhoudingsbeding bedrijfsgeheimen van [partij 1] hebben toegeëigend en gebruikt (artikel 2 Wbb Pro). Het begrip ‘bedrijfsgeheim’ is een ruim begrip en kan betrekking hebben op een breed scala aan informatie, waaronder technologische kennis zoals fabricagemethoden en recepturen. Onder een bedrijfsgeheim wordt verstaan knowhow en bedrijfsinformatie die aan drie cumulatieve voorwaarden voldoet (artikel 1 Wbb Pro): de informatie moet geheim zijn; de informatie moet handelswaarde hebben; de houder van het bedrijfsgeheim moet 'redelijke maatregelen’ hebben genomen om de informatie vertrouwelijk te houden. [partij 1] heeft in randnummer 3.99 van de dagvaarding de Bedrijfsgeheimen in een tabel uiteengezet en per bedrijfsgeheim uiteengezet wat de handelswaarde ervan is. Tot slot is van belang dat [partij 1] redelijke maatregelen heeft genomen om de gedeelde informatie vertrouwelijk te houden. Zo bevat artikel 18 van Pro de arbeidsovereenkomsten duidelijk afspraken over vertrouwelijkheid en geheimhouding, artikel 23 een Pro integriteitsbepaling en artikel 25 een Pro boetebeding bij overtreding van voornoemde artikelen. Tevens heeft [partij 1] [ex-werknemer 1] , [ex-werknemer 2] en [ex-werknemer 3] een Code of Ethics laten ondertekenen. Naast deze contractuele maatregelen heeft [partij 1] eveneens ‘technische’ maatregelen genomen om de bedrijfsgeheimen te beschermen. De bedrijfsgeheimen zijn ook digitaal beveiligd en slechts geselecteerde mensen hebben toegang tot deze documenten. Op grond van artikel 2 lid 1 van Pro de Wbb levert het verkrijgen van een bedrijfsgeheim een onrechtmatige daad op (als bedoeld in artikel 6:162 BW Pro) wanneer het bedrijfsgeheim is verkregen door middel van (a) onbevoegde toegang tot of het zich onbevoegd toe-eigenen of kopiëren van documenten, voorwerpen, substanties, materialen of elektronische bestanden waarover de houder van het bedrijfsgeheim rechtmatig beschikt en die het bedrijfsgeheim bevatten of waaruit het bedrijfsgeheim kan worden afgeleid; (b) andere gedragingen die, gezien de omstandigheden, worden beschouwd als strijdig met eerlijke handelspraktijken. [partij 2] hadden geen toestemming.
4.95.
[partij 1] vordert daarom een verbod voor [partij 2] om gebruik te (blijven) maken van de vertrouwelijke informatie en/of de bedrijfsgeheimen (verder) openbaar te maken. [partij 1] vordert verder een gebod voor [LLC] , [ex-werknemer 1] en/of [ex-werknemer 2] en/of [ex-werknemer 3] om de bedrijfsgeheimen te vernietigen uit hoofde van artikel 6 sub f Wbb Pro dan wel op grond van
artikel 19 van Pro de arbeidsovereenkomsten.
4.96.. [partij 2] voeren verweer. [ex-werknemer 1] stelt dat hij de bestanden heeft vernietigd. Verder betreffen het geen bedrijfsgeheimen in de zin van de WBB. [partij 1] heeft geen octrooi of ander recht op de stukken zoals techniek van bekabeling. Het zijn inmiddels ook gedateerde stukken. [LLC] heeft geen belang om gebruik te maken van de know how van [partij 1] . Verder voeren [partij 2] aan dat zij bereid zijn om de door de deurwaarder aangetroffen stukken te vernietigen. Gelet daarop is de prikkel in de vorm van een dwangsom, die volgens [partij 2] qua hoogte disproportioneel is, niet aan de orde.
4.97.
Gelet op hetgeen hiervoor in dit vonnis is overwogen staat vast dat [partij 2] zich vertrouwelijke informatie en bedrijfsgeheimen van [partij 1] hebben toegeëigend en/of hebben gedeeld met derden. In het midden kan worden gelaten of het bedrijfsgeheimen in zin van de Wbb zijn. Het gaat er om dat zij [partij 1] documenten onder zich hadden, waartoe zij – gelet op de geheimhoudingsbepalingen uit hun arbeidsovereenkomsten – niet gerechtigd waren en [LLC] als gevolg daarvan die stukken onrechtmatig onder zich heeft.
4.98.
Gelet daarop zal de kantonrechter [partij 2] verbieden gebruik te (blijven) maken van de vertrouwelijke informatie en/of de bedrijfsgeheimen (verder) openbaar te maken. Daarbij zal het verbod beperkt worden tot de door [partij 1] in randnummer 3.99 van de dagvaarding genoemde documenten.
4.99.
De gevorderde dwangsom zal worden toegewezen met dien verstande dat deze zal worden gesteld op € 500,00 per dag of dagdeel dat de betreffende gedaagde het verbod overtreedt, met een maximum van € 25.000,00.
4.100. [partij 2] hebben zich bereid hebben getoond om alle documenten die afkomstig zijn van [partij 1] – desnoods in het bijzijn van [partij 1] – te vernietigen en hebben gesteld dat zij geen belang hebben bij de stukken. Daarom zal de kantonrechter de vordering tot vernietiging van deze stukken toewijzen. Dit wordt beperkt tot de documenten genoemd onder 3.99 van de dagvaarding. Dat [ex-werknemer 1] de vertrouwelijke informatie en bedrijfsgeheimen van [partij 1] reeds heeft vernietigd wordt door [partij 1] betwist en heeft [ex-werknemer 1] niet onderbouwd, zodat de kantonrechter ervan uitgaat dat de informatie niet is vernietigd.
4.101. Hoewel [partij 2] stellen hun medewerking te willen verlenen aan vernietiging van de stukken acht de kantonrechter, gelet op de eerdere weigerachtige en leugenachtige houding van [partij 2] , een dwangsom als prikkel tot nakoming op zijn plaats. De dwangsom zal worden gematigd tot € 500,00 per dag of dagdeel dat de betreffende gedaagde het gebod niet naleeft een maximum van € 25.000,00.
4.102. [partij 1] vordert verder ten aanzien van deze vernietiging van de stukken dat dit al dan niet in het bijzijn van een door [partij 1] aan te wijzen onafhankelijke deskundige, waarvan de kosten voor rekening van [partij 2] komen, gebeurt. [partij 2] hebben tegen dit deel van de vordering geen verweer gevoerd. Daarom wordt dat toegewezen.
4.103.. Tot slot vordert [partij 1] [partij 2] te verbieden om deel te nemen en uitvoering te geven aan tenders waarop [LLC] zich reeds heeft ingeschreven en die betrekking hebben op de aanleg en installatie van inter-array cables, export cables en interconnectors alsmede zich in te schrijven op tenders die betrekking hebben op dergelijke tenders die lopen tot en met 2032, op straffe van een dwangsom.
4.104. [partij 1] legt aan haar vorderingen ten grondslag dat [partij 2] , zowel uit hoofde van de Wbb, als de onderbouwde onrechtmatige concurrentie en de overeengekomen bedingen in de arbeidsovereenkomsten, het onrechtmatig handelen dienen te staken en gestaakt te houden. Door gebruikmaking van de onrechtmatig verkregen bedrijfsgeheimen en overtreding van de bedingen zoals overeengekomen in de arbeidsovereenkomsten (waaronder het geheimhoudingsbeding en concurrentiebeding) konden [partij 2] hun bedrijf al direct op de markt presenteren als een volwaardige speler. [partij 2] hebben daarmee een jarenlange voorsprong verkregen ten opzichte van een nieuwe speler - een speler die zij zelf zouden zijn geweest als zij niet onrechtmatig zouden hebben gehandeld. Daarom vordert [partij 1] [partij 2] te verbieden om zich tot 2032 in te schrijven op genoemde tenders.
4.105. [partij 2] voeren als verweer aan dat de vorderingen van [partij 1] onredelijk en disproportioneel zijn en geen juridische basis hebben. Een dergelijk breed en langdurig verbod vormt een onacceptabele inbreuk op de vrijheid van ondernemerschap en het beginsel van onschuldpresumptie. Er wordt onherstelbare schade berokkent en een fundamentele inbreuk gevorderd op de vrijheid van ondernemerschap. Dit is een disproportioneel contrast met het gebrek aan aantoonbare schade die [partij 1] op dit moment lijdt.
4.106. Zoals hiervoor reeds overwogen, staat vast dat [ex-werknemer 1] , [ex-werknemer 2] en [ex-werknemer 3] hun nevenwerkzaamheden- en concurrentiebeding en geheimhoudingsbedingen hebben overtreden en dat [LLC] onrechtmatig jegens [partij 1] handelt door daarvan te profiteren. Daarmee ligt een gebod tot staking van de concurrerende werkzaamheden in de rede. De wederzijdse belangen van partijen afwegend, acht de kantonrechter het redelijk dat het [LLC] en [ex-werknemer 1] , [ex-werknemer 2] en [ex-werknemer 3] verboden wordt deel te nemen en uitvoering te geven aan tenders waarop [LLC] zich reeds heeft ingeschreven en die betrekking hebben op de aanleg en installatie van inter-array cables, export cables en interconnectors. Uit het onderzoek van de Beslagen Bescheiden is gebleken dat [LLC] op diverse tenders heeft ingeschreven waarop [partij 1] ook heeft ingeschreven, het gaat hierbij om het [project 2] , de tender [project 4] van [bedrijf 8] , de tender [project 5] van [bedrijf 8] en het [project 3] . De kantonrechter zal het verbod tot deze in het procesdossier genoemde tenders beperken.
4.107. De verder strekkende vordering van [partij 1] , inhoudende een verbod om zich in te schrijven op tenders die betrekking hebben op voornoemde werkzaamheden (de aanleg en installatie van inter-array cables, export cables en interconnectors) die lopen tot en met 2032, hetgeen in feite neerkomt op het volledig stilleggen van [LLC] , acht de kantonrechter een te ver gaande beperking van de ondernemersvrijheid van [ex-werknemer 1] , [ex-werknemer 2] en [LLC] . [partij 1] heeft onvoldoende onderbouwd waarom een dergelijk lang verbod hier gerechtvaardigd is. Dit had wel op haar weg gelegen omdat het neven- en concurrentiebeding van [ex-werknemer 1] , [ex-werknemer 2] en [ex-werknemer 3] inmiddels is geëxpireerd en de commerciële en technische waarde van de documenten waarop de geheimhoudingsbepalingen zagen, mogelijk minder is geworden door het verstrijken van de tijd.
4.108. De gevorderde dwangsom zal worden toegewezen, met dien verstande dat deze zal worden gesteld op € 30.000,00 per dag of dagdeel dat het verbod wordt overtreden met een maximum van € 1.000.000,00.
Rectificatie [LLC] en [partij 2]
4.109. [partij 1] baseert de gebodsvordering tot het plaatsen van een rectificatie op artikel 9 Wbb Pro, omdat hieruit volgt dat de kantonrechter passende maatregelen mag treffen tot verspreiding van informatie over de uitspraak. Om de situatie zo veel als mogelijk recht te zetten, acht [partij 1] een rectificatie passend. [partij 1] vordert daarom om [LLC] op straffe van een dwangsom te gebieden om bovenaan de homepage van hun website www. [LLC] -offshore.com (de “Website”), gedurende drie maanden, een rectificatie op te nemen, conform de tekst die [partij 1] in onderdeel XVIII van het petitum heeft opgenomen.
4.110. Tevens vordert [partij 1] een gebod dat [partij 2] aan de partijen, [bedrijf 6] , [bedrijf 2] ,
[exploitant] , [bedrijf 8] , [bedrijf 7] en [bedrijf 9] , welke partijen betrokken zijn bij het
gebruikmaken van de bedrijfsgeheimen dan wel de vertrouwelijke informatie, een
ondertekende rectificatiebrief verzenden, conform de tekst die [partij 1] in onderdeel XIX van
het petitum heeft opgenomen.
4.111.. In het kader van een belangenafweging oordeelt de kantonrechter dat een veroordeling, strekkende tot rectificatie op de website van [LLC] en het verzenden van een rectificatiebrief aan klanten van [partij 1] , te ver voert. Niet valt in te zien welk rechtens te respecteren belang zij heeft bij een dergelijke rectificatie nu [LLC] al een verbod krijgen opgelegd om werkzaamheden of diensten te verrichten in het kader van de tenders waarop zij zich hebben ingeschreven.
Onrechtmatige concurrentie
4.112. [partij 1] heeft verder nog gesteld dat [LLC] onrechtmatig handelt jegens [partij 1] door op ontoelaatbare wijze met haar te concurreren, waarbij zij gebruik (beter gezegd: misbruik) maakt van de bedrijfsgeheimen althans vertrouwelijke informatie van [partij 1] , dan wel vaninformatie die zij onrechtmatig heeft verkregen uit hoofde van [partij 2] hun dienstverband
bij [partij 1] . Gelet daarop is volgens [partij 1] een ordemaatregel (ex artikel 3:296 BW Pro) aangewezen. Op grond van artikel 22 lid 1 Rv Pro en artikel 162 Rv Pro verzoekt [partij 1] [LLC] te bevelen om volledige openheid te verschaffen over de projecten en opdrachten waarop zij heeft ingeschreven en die aan haar zijn toegewezen, zodat de exacte reikwijdte van het verbod kan worden vastgesteld.
4.113. De kantonrechter constateert dat het door [partij 1] in het lichaam van de dagvaarding opgenomen ordemaatregel niet in het petitum wordt gevorderd, zodat de kantonrechter daarover geen beslissing kan nemen.
Groepsaansprakelijkheid
4.114. Volgens [partij 1] zijn [partij 2] hoofdelijk aansprakelijk voor de schade die [partij 1] lijdt, heeft geleden en nog zal lijden. Zij legt hieraan ten grondslag dat sprake is van groepsaansprakelijkheid als bedoeld in artikel 6:166 BW Pro.
4.115.Van groepsaansprakelijkheid als bedoeld in artikel 6:166 BW Pro kan alleen sprake zijn als minimaal één van de groepsdeelnemers onrechtmatig schade heeft toegebracht. Hiervoor is vastgesteld dat [LLC] onrechtmatig schade heeft toegebracht. Dat [ex-werknemer 1] , [ex-werknemer 2] en [ex-werknemer 3] ook onrechtmatig hebben gehandeld is niet komen vast te staan. Daarom wordt de hoofdelijke aansprakelijkheid afgewezen.
Proceskosten in conventie
4.116. [ex-werknemer 1] , [ex-werknemer 2] , [ex-werknemer 3] en [LLC] zijn in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [partij 1] worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
124,78
- griffierecht
135,00
- salaris gemachtigde
3.462,00
(2 punten × € 1.731,00)
- nakosten
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
3.865,78
4.117. De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
4.118. Ten aanzien van [B.V. 1] , [INC] . en [LTD] . is [partij 1] in het ongelijk gesteld en daarom moet [partij 1] de proceskosten (inclusief nakosten) van hen betalen. De proceskosten van [B.V. 1] , [INC] . en [LTD] . worden begroot op € 3.462,00 (2 punten x € 1.731,00) plus nakosten van € 144,00.
In reconventie:
4.119. Deze zaak heeft een internationaal karakter, omdat [LLC] , [INC] . en [LTD] . niet in Nederland zijn gevestigd. De grondslag voor de vorderingen van [partij 2] is een in Nederland gelegd beslag, waarbij [partij 1] onrechtmatig informatie in haar bezit heeft verkregen. Omdat het door [partij 2] gestelde schadebrengende feit zich in Nederland heeft voorgedaan of kan voordoen is de Nederlandse rechter bevoegd. Verder is omdat de gestelde onrechtmatige handelingen ook in Nederland hebben plaatsgevonden en de schade zich onder andere in Nederland heeft voorgedaan Nederlands recht van toepassing. Partijen zijn het hierover eens.
4.120. [partij 2] vorderen in reconventie – kort samengevat – een verbod voor [partij 1] om van de informatie die zij door middel van het beslag heeft verkregen (productie 2 van de conclusie van eis in reconventie) gebruik te maken en/of aan derden openbaar maken c.q. te delen. Verder vorderen [partij 2] [partij 1] te gebieden om twee personen intern te benoemen die in het kader van deze procedure inzage hebben in de beslagen stukken, onder de toezegging dat het hen is verboden om deze intern danwel aan derden openbaar te maken c.q. te delen. Tot slot vorderen [partij 2] om de stukken te vernietigen. [partij 2] stellen ter onderbouwing van hun vordering het volgende.
4.121. Zoals uit productie 2 volgt betreft het beslag slechts voor 0.28% [partij 1] documentatie en behoort de rest, ruim 99% toe aan [partij 2] . Een heel groot deel van de beslagen bescheiden betreft [LLC] bestanden, maar er is ook veel persoonlijke informatie van [partij 2] ongewenst en onbedoeld bij [partij 1] terecht gekomen. [partij 2] hebben er een groot belang bij dat deze in het kader van onderhavige procedure verkregen informatie niet voor andere doeleinden wordt gebruikt en wordt vernietigd. De informatie van [LLC] betreft evident vertrouwelijke bedrijfsinformatie in de zin van de Wbb. Het zijn NDA’s, waarvan bij voorbaat vast staat dat partijen expliciet vertrouwelijkheid hebben afgesproken, maar ook MoU’s en LOI’s, stukken waarvan de vertrouwelijkheid ook door [partij 1] wordt erkend. Deze informatie is niet algemeen bekend bij of gemakkelijk toegankelijk voor derden. De informatie heeft commerciële waarde, zowel feitelijk als potentieel, omdat zij geheim is. Openbaarmaking van deze informatie zou [LLC] aanzienlijk kunnen schaden door aantasting van haar concurrentiepositie, wetenschappelijk en technisch potentieel en haar zakelijke en/of financiële belangen.
4.122. [partij 1] voert – samengevat – het volgende verweer. [partij 1] betwist dat de informatie van [LLC] als vertrouwelijk kan worden aangemerkt en dat dit bedrijfsgeheimen betreffen in de zin van de Wbb. Zelfs indien zou worden aangenomen dat bepaalde informatie van [LLC] als vertrouwelijk kan worden aangemerkt, geldt dat [partij 2] geen voldoende belang hebben bij hun vordering. [partij 2] hebben niet aannemelijk gemaakt dat [partij 1] de betreffende informatie buiten het kader van deze procedure heeft gebruikt of voornemens is te gebruiken. Veel documenten hebben dezelfde inhoud als documenten van [partij 1] en het zijn dus eigenlijk stukken die van [partij 1] afkomstig zijn. Vernietiging zou bewijspositie [partij 1] schaden.
4.123.. De kantonrechter overweegt het volgende. In artikel 3:296 BW Pro is bepaald dat wie jegens een ander verplicht is iets te geven, te doen of na te laten, daartoe op vordering van die ander, door de rechter wordt veroordeeld. Dit wetsartikel maakt een verbod om iets na te laten of gebod om iets te doen – zoals hier gevorderd – mogelijk bij (dreigend) onrechtmatig handelen. Naar het oordeel van de kantonrechter is van een dergelijk (dreigend) onrechtmatig handelen in het onderhavige geval geen sprake. Anders dan [partij 2] stellen heeft [partij 1] de informatie niet onrechtmatig in haar bezit gekregen. De informatie is bruikbaar geweest voor het opstarten van (onder meer de onderhavige) gerechtelijke procedure tegen [partij 2] en noodzakelijk geweest voor [partij 1] . Zonder deze informatie had [partij 1] haar vorderingen namelijk niet kunnen onderbouwen. Vernietiging van de beslagen bescheiden brengt het risico met zich dat de bescheiden niet langer beschikbaar zijn voor [partij 1] , terwijl zij die bescheiden wellicht nodig heeft in een eventueel te voeren hoger beroep procedure en een eventueel nog in te stellen cassatieberoep. Verder hebben [partij 2] niet duidelijk gemaakt welke hinder zij momenteel ervaren van het bewijsbeslag. Bovendien hebben zij niet aannemelijk gemaakt dat [partij 1] de betreffende informatie buiten het kader van deze procedure heeft gebruikt of zal gaan gebruiken. Er is daarom geen sprake van een (driegend) onrechtmatig handelen, dat een verbod of gebod zoals [partij 2] vorderen noodzakelijk maakt. Gelet daarop worden de vorderingen van [partij 2] afgewezen.
Proceskosten in reconventie
4.124. [partij 2] zijn in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [partij 1] worden begroot op:
- salaris gemachtigde € 432,00 (helft van 2 punten x € 432,--)
- nakosten
€ 144,00
Totaal € 576.00

5.De beslissing

De kantonrechter
In conventie
5.1.
verklaart [partij 1] niet-ontvankelijk in haar vorderingen jegens [B.V. 1] , [INC] . en [LTD] .,
5.2.
veroordeelt [partij 1] in de proceskosten van [B.V. 1] , [INC] . en [LTD] van € 3.606,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [partij 1] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.3.
veroordeelt [ex-werknemer 1] om aan [partij 1] te betalen een bedrag van € 500.000,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 15 oktober 2024 tot de dag van volledige betaling,
5.4.
veroordeelt [ex-werknemer 2] om aan [partij 1] te betalen een bedrag van € 500.000,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 15 oktober 2024, tot de dag van volledige betaling,
5.5.
veroordeelt [ex-werknemer 3] om aan [partij 1] te betalen een bedrag van € 25.000,00 , te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 11 maart 2025, tot de dag van volledige betaling,
5.6.
verbiedt [ex-werknemer 1] , [ex-werknemer 2] , [ex-werknemer 3] en [LLC] gebruik te (blijven) maken van de Vertrouwelijke Informatie en/of Bedrijfsgeheimen zoals genoemd in randnummer 3.99 van de dagvaarding en om deze (verder) openbaar te maken, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 500,00 per dag dat [ex-werknemer 1] , [ex-werknemer 2] , [ex-werknemer 3] of [LLC] het verbod overtreedt met een maximum van € 25.000,00,
5.7.
gebiedt [ex-werknemer 1] , [ex-werknemer 2] , [ex-werknemer 3] en [LLC] de Vertrouwelijke Informatie en/of Bedrijfsgeheimen zoals genoemd in randnummer 3.99 van de dagvaarding, die zij in hun bezit hebben, al dan niet in het bijzijn van een door [partij 1] aan te wijzen onafhankelijke deskundige, waarvan de kosten voor rekening van [ex-werknemer 1] , [ex-werknemer 2] , [ex-werknemer 3] en [LLC] komen, te vernietigen, zulks op straffe van een dwangsom van € 500,00 met een maximum van € 25.000,00,
5.8.
verbiedt [LLC] , [ex-werknemer 1] , [ex-werknemer 2] en [ex-werknemer 3] deel te nemen aan en uitvoering te geven aan de volgende tenders waarop [LLC] zich heeft ingeschreven: [project 2] , de tender [project 4] van [bedrijf 8] , de tender [project 5] van [bedrijf 8] en het [project 3] , zulks op verbeurte van een dwangsom van € 30.000,00 met een maximum van € 1.000.000,00,
5.9.
veroordeelt [LLC] tot vergoeding van de door [partij 1] geleden en nog te lijden schade zoals overwogen in ro. 4.90, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet,
5.10.
veroordeelt [ex-werknemer 1] , [ex-werknemer 2] , [ex-werknemer 3] en [LLC] hoofdelijk tot betaling van
€ 55.438,33, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 11 maart 2025, tot de dag van volledige betaling,
5.11.
veroordeelt [ex-werknemer 1] , [ex-werknemer 2] , [ex-werknemer 3] en [LLC] hoofdelijk in de proceskosten van € 3.865,78, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als zij niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis daarna wordt betekend,
5.12.
veroordeelt [ex-werknemer 1] , [ex-werknemer 2] , [ex-werknemer 3] en [LLC] hoofdelijk tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
In reconventie:
5.13.
wijst de vorderingen af,
5.14.
veroordeelt [ex-werknemer 1] , [ex-werknemer 2] , [ex-werknemer 3] , [B.V. 1] , [LLC] , [INC] . en [LTD] .hoofdelijk in de proceskosten van [partij 1] van € 576,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als zij niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis daarna wordt betekend,
In conventie en in reconventie:
5.15.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
5.16.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. Tilman-Knoester en in het openbaar uitgesproken op 13 mei 2026.

Voetnoten

1.HR 9 december 1955, NJ 1956/157 (Boogaard/Vesta)