AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Beroep tegen verlening omgevingsvergunning voor verandering en werking inrichting met geluidsoverlast
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Dongen om vergunninghoudster een omgevingsvergunning te verlenen voor het veranderen van en in werking hebben van een inrichting aan een adres in de gemeente. De inrichting betreft een bedrijf dat pallets produceert en reparaties uitvoert, waarbij ook afvalhout wordt verbrand in een energiecentrale. Eiser klaagde over geluidsoverlast en trillingen veroorzaakt door afzuiginstallaties.
De rechtbank oordeelt dat het college de gevolgen voor het milieu, waaronder geluid, voldoende heeft betrokken bij de besluitvorming. Het college baseerde zich op de Nota industrielawaai gemeente Dongen en een akoestisch onderzoek van een adviesbureau, waaruit blijkt dat de geluidsniveaus binnen de gestelde grenswaarden blijven. Het college heeft bovendien voorschriften verbonden aan de vergunning om naleving van deze normen te waarborgen.
Hoewel eiser aangeeft dat de situatie is verbeterd en hij minder geluidsoverlast ervaart, acht de rechtbank het niet aannemelijk dat onaanvaardbare geluidsoverlast zal optreden. De rechtbank beveelt partijen aan om in gesprek te blijven over het geluidsniveau en mogelijke verdere maatregelen. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de verlening van de omgevingsvergunning wordt ongegrond verklaard.
Voetnoten
1.Op grond van artikel 3.10, eerste lid, onder c, van de Wabo.
2.Gemeenteblad 2024, 489179.
3.Gemeenteblad 2025, 64232.
4.Artikel 1.1, eerste en derde lid, van de Wabo, artikel 1.1, eerste, derde en vierde lid, Wet milieubeheer (Wm).
5.Artikel 1.1, derde lid, Wm. Dit artikel verwees naar artikel 2.1, eerste lid, van het Bor in samenhang met bijlage 1 bij het Bor, onderdeel B en C. Niet in geschil is tussen partijen dat sprake is van de activiteiten die stonden genoemd in onderdeel B, eerste lid, onder a en van de activiteiten die stonden genoemd in onderdeel C onder de volgende categorieën: 2.1, 15,1 en 28.1.
6.Op grond van artikel 1.1, eerste en derde lid, van de Wabo in samenhang met artikel 2.1, tweede lid, van het Bor en bijlage I bij het Bor was de inrichting in ieder geval als vergunningplichtig aangewezen in bijlage 1, onderdeel B, onder a en in bijlage 1, onderdeel C en categorieën 2.7 en 28.10.