ECLI:NL:RBZWB:2026:520

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
28 januari 2026
Publicatiedatum
29 januari 2026
Zaaknummer
24/3579
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 15 AVG
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep ongegrond verklaard tegen inzagebesluit persoonsgegevens FSV op grond van AVG

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Financiën waarin inzage werd gegeven in haar persoonsgegevens die waren opgenomen in de Fraude Signalering Voorziening (FSV). Zij betwistte de volledigheid en begrijpelijkheid van het verstrekte overzicht en vorderde tevens een immateriële schadevergoeding vanwege onrechtmatige verwerking.

De rechtbank oordeelt dat het beroep ontvankelijk is ondanks een foutieve adressering bij de kennisgeving van het bestreden besluit. De minister heeft een overzicht verstrekt dat voldoet aan de vereisten van artikel 15 AVG Pro, met een toelichting op de verwerkingsdoeleinden en persoonsgegevens. Er is geen bewijs dat er meer gegevens zijn dan verstrekt, noch dat documenten moeten worden overgelegd.

De rechtbank stelt vast dat het schadeverzoek niet in het bestreden besluit is behandeld en dat dit ook niet in deze procedure kan worden beoordeeld. De brief van 25 maart 2023 waarin de minister meedeelde dat de registratie in de FSV geen gevolgen had, ligt niet ter beoordeling voor. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en eiseres krijgt geen proceskostenvergoeding.

Uitkomst: Het beroep tegen het inzagebesluit van de minister wordt ongegrond verklaard omdat aan het inzageverzoek is voldaan en het schadeverzoek niet in deze procedure kan worden beoordeeld.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Zittingsplaats Breda
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 24/3579

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 28 januari 2026 in de zaak tussen

[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres

(gemachtigde: mr. I.M. van den Heuvel),
en

minister van financiën

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de inzage van persoonsgegevens op grond van de Algemene verordening gegevensbescherming (Avg). Eiseres is het niet eens met het door de minister verstrekte overzicht. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank of het besluit waarmee inzage is gegeven in stand kan blijven.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de minister heeft voldaan aan het verzoek om inzage en dat in deze procedure geen oordeel gegeven kan worden over het schadeverzoek van eiseres. Eiseres krijgt dus geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. De gegevens van eiseres stonden opgenomen in de Fraude Signalering Voorziening (FSV), een systeem van de belastingdienst. Met de brief van 25 maart 2023 is aan eiseres meegedeeld dat de registratie in de FSV niet is gedeeld met andere organisaties en dat de registratie geen gevolgen heeft gehad bij de belastingdienst. Eiseres komt daarom niet in aanmerking voor een financiële tegemoetkoming.
2.1
Eiseres heeft op 18 juli 2023 gevraagd om inzage in haar persoonsgegevens in de FSV.
2.2
Met het besluit van 28 september 2023 heeft de minister een overzicht van de persoonsgegevens van eiseres die in de FSV waren opgenomen, verstrekt. In een bijlage is een toelichting gegeven op de verstrekte gegevens.
2.3
Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen dit besluit. Met de brief van 18 december 2023 heeft de minister aan eiseres kenbaar gemaakt dat hij voornemens is het bezwaar af te wijzen.
2.4
Met het bestreden besluit van 9 februari 2024 is het bezwaar van eiseres. ongegrond verklaard.
2.5
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. De rechtbank heeft het beroep op 17 december 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres en haar gemachtigde en namens de minister [vertegenwoordiger 1] en [vertegenwoordiger 2] .

Beoordeling door de rechtbankWettelijk kader

3. Het wettelijk kader is opgenomen in de bijlage bij deze uitspraak en maakt daarvan onderdeel uit.
Standpunt eiseres
4. Eiseres heeft zich, zakelijk weergegeven, op het standpunt gesteld dat de beslissing onbegrijpelijk is, geen inzicht geeft op welke feiten en gronden de signalering is gebaseerd (geweest) en dat een toelichting aan de hand van documenten ontbreekt.
Eiseres ziet niet in waarom er geen reden zou zijn om schadevergoeding te betalen nu vaststaat dat de terugvordering van toeslagen, waarvan mag worden aangenomen dat deze mede gebaseerd is geweest op de signalering, niet rechtmatig was. Ten aanzien van de registratie in de FSV is sprake geweest van langdurig en intensief toezicht en is informatie met derden gedeeld. Eiseres heeft gevraagd om vergoeding van immateriële schadevergoeding.
Standpunt minister
5. De minister heeft zich op het standpunt gesteld dat geen aanleiding bestaat om het besluit aan te passen. In de beslissing is bij elk begrip een uitleg gegeven, uit het overzicht blijkt op welke feiten de signalering gebaseerd is en er kan niet meer gedeeld worden dan is gedaan. In de beslissing zijn alle persoonsgegevens opgenomen die bij de registratie zijn aangetroffen. De Avg legt geen verplichting op om documenten te verstrekken. De minister heeft opgemerkt dat als eiseres vragen heeft over de kinderopvangtoeslag zij die vragen daar kan stellen. De minister is verder van mening dat het schadeverzoek niet in deze procedure kan worden behandeld.
Overwegingen rechtbank
Is het beroep ontvankelijk?
6. De rechtbank stelt vast dat het beroep buiten de 6 weken termijn is ingediend. De gemachtigde van eiseres heeft gesteld dat hij het bestreden besluit niet heeft ontvangen. Hij heeft pas via het Werkplein kennis genomen van het bestreden besluit.
6.1
Uit de stukken blijkt dat een kennisgeving van het bestreden besluit aan gemachtigde van eiseres is toegezonden. Bij de adressering is echter een foutieve postcode vermeld. Gelet op deze onjuiste adressering ziet de rechtbank aanleiding om het beroep ontvankelijk verklaren. Dat betekent dat het beroep inhoudelijk zal worden beoordeeld.
Heeft de minister voldaan aan het inzageverzoek?
7. Ingevolge artikel 15, eerste lid, van de Avg heeft de betrokkene recht om van de verwerkingsverantwoordelijke uitsluitsel te verkrijgen over het al dan niet verwerken van hem betreffende persoonsgegevens en, wanneer dat het geval is, om inzage te verkrijgen in die persoonsgegevens, de ontvangers, de bron en de verwerkingsdoeleinden.
7.1
Het is vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) dat degene die stelt dat er meer persoonsgegevens moeten zijn, nadat de verwerkingsverantwoordelijke onderzoek naar die persoonsgegevens heeft gedaan en niet ongeloofwaardig heeft medegedeeld dat er niet meer persoonsgegevens zijn, aannemelijk moet maken dat er wel meer persoonsgegevens moeten zijn. [1] Het is ook vaste rechtspraak dat er geen verplichting bestaat tot het verstrekken van documenten, mits aan het doel van aan het doel van artikel 15, derde lid van de Avg wordt voldaan. [2]
7.2
De minister heeft een overzicht verstrekt van de persoonsgegevens van eiseres die in de FSV waren opgenomen. Dit overzicht bevatte haar BSN-nummer, achternaam en voorletters. Daarbij is vermeld dat de verwerkingsdoeleinden voortvloeien uit het toezicht dat gepaard gaat met de wettelijke taken van de Belastingdienst, namelijk het heffen, uitkeren, innen, uitoefenen van goederentoezicht en het opsporen van delicten die met die taken samenhangen. Het is de rechtbank niet gebleken dat het door de minister verstrekte overzicht onjuistheden bevat of dat over informatie die wel beschikbaar was, geen inzage is gegeven. Dit geldt in het bijzonder voor de reden waarom eiseres in de FSV is geregistreerd. Hoewel de rechtbank de vragen van eiseres bij het verstrekte overzicht begrijpt, is het niet zinvol om de minister opdracht te geven de achterliggende redenen voor de registratie te achterhalen. De minister heeft immers in zijn besluitvorming en op de zitting toegelicht, dat de aanleiding voor de registratie niet te achterhalen is. Hoe onbevredigend dat voor eiseres ook is, de minister hoeft op grond van het inzageverzoek van eiseres geen verder onderzoek te doen naar de reden van haar registratie in de FSV. [3] Gelet hierop bestaat er ook geen aanleiding om te oordelen dat er nog documenten overgelegd moeten worden.
7.3
Ter zitting heeft eiseres nog opgemerkt dat de gegevens uit de FSV gedeeld zijn met het UWV en er daarom meer persoonsgegevens gedeeld zijn. Zij heeft daarbij verwezen naar een bericht van 25 januari 2022, geplaatst op de website van het UWV. In dat bericht staat dat het UWV signalen uit de FSV heeft ontvangen. De rechtbank is van oordeel dat uit dit bericht niet opgemaakt kan worden dat ook gegevens van eiseres met het UWV zijn gedeeld. Eiseres heeft verder ook geen argumenten aangevoerd waaruit blijkt dat er meer persoonsgegevens van haar zijn verwerkt. Eiseres is er daarom niet in geslaagd om aannemelijk te maken dat de minister meer gegevens van haar heeft verwerkt dan is opgegeven in het verstrekte overzicht.
7.4
Uit het voorgaande volgt dat de minister aan het inzageverzoek van eiseres heeft voldaan.
Kan het schadeverzoek in deze procedure beoordeeld worden?
8. Het besluit van 28 september 2023 heeft betrekking op de inzage van persoonsgegevens op grond van de Avg. De rechtbank stelt vast dat in dit besluit geen beslissing is genomen over een schadevergoeding vanwege de onrechtmatige verwerking van deze persoonsgegevens.
8.1
De omvang van het geding in bezwaar is beperkt tot de reikwijdte en de strekking van het besluit van 28 september 2023. Dat betekent dat de minister niet gehouden was om in het bestreden besluit een oordeel te geven over het verzoek om schadevergoeding. Dat de minister in het bestreden besluit geen beslissing heeft genomen over de schadevergoeding is dan ook geen grond voor vernietiging van dat besluit. [4]
8.2
Omdat in het bestreden besluit geen oordeel is gegeven over de schadevergoeding, komt de rechtbank niet toe aan een inhoudelijk oordeel over de beroepsgronden die betrekking hebben op de schadevergoeding.
8.3
Zoals ook ter zitting is besproken, is met een brief van 25 maart 2023 aan eiseres meegedeeld dat de registratie in de FSV geen gevolgen heeft gehad en zij daarom geen recht heeft op een schadevergoeding. De argumenten die eiseres heeft genoemd (langdurig intensief toezicht en het delen van gegevens met derden) op grond van buitenwettelijk begunstigend beleid met verwijzing naar rechtspraak [5] , zien op deze brief van 25 maart 2023. Deze brief ligt echter niet in deze procedure voor, zodat aan de beoordeling daarvan niet wordt toegekomen. Ter zitting is verder gebleken dat de minister op een bezwaar van eiseres tegen de brief van 25 maart 2023 heeft beslist en dat er geen procedure meer loopt. Ter zitting is namens de minister toegezegd dat nog een keer beoordeeld zal worden of eiseres recht heeft op schadevergoeding.

Conclusie en gevolgen

9. Het beroep zal ongegrond worden verklaard. Omdat het beroep ongegrond wordt verklaard krijgt eiseres geen proceskostenvergoeding. Ook krijgt eiseres het griffierecht niet vergoed.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.M.L. van de Sande, rechter, in aanwezigheid van mr. A.J.M. van Hees, griffier op 28 januari 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Wettelijk kader
Algemene verordening gegevensbescherming
Artikel 15
1. De betrokkene heeft het recht om van de verwerkingsverantwoordelijke uitsluitsel te verkrijgen over het al dan niet verwerken van hem betreffende persoonsgegevens en, wanneer dat het geval is, om inzage te verkrijgen van die persoonsgegevens en van de volgende informatie:
a de verwerkingsdoeleinden;
b de betrokken categorieën van persoonsgegevens;
c de ontvangers of categorieën van ontvangers aan wie de persoonsgegevens zijn of zullen worden verstrekt, met name ontvangers in derde landen of internationale organisaties;
d indien mogelijk, de periode gedurende welke de persoonsgegevens naar verwachting zullen worden opgeslagen, of indien dat niet mogelijk is, de criteria om die termijn te bepalen;
e dat de betrokkene het recht heeft de verwerkingsverantwoordelijke te verzoeken dat persoonsgegevens worden gerectificeerd of gewist, of dat de verwerking van hem betreffende persoonsgegevens wordt beperkt, alsmede het recht tegen die verwerking bezwaar te maken;
f dat de betrokkene het recht heeft klacht in te dienen bij een toezichthoudende autoriteit;
g wanneer de persoonsgegevens niet bij de betrokkene worden verzameld, alle beschikbare informatie over de bron van die gegevens;
h het bestaan van geautomatiseerde besluitvorming, met inbegrip van de in artikel 22, leden 1 en 4, bedoelde profilering, en, ten minste in die gevallen, nuttige informatie over de onderliggende logica, alsmede het belang en de verwachte gevolgen van die verwerking voor de betrokkene.
2. Wanneer persoonsgegevens worden doorgegeven aan een derde land of een internationale organisatie, heeft de betrokkene het recht in kennis te worden gesteld van de passende waarborgen overeenkomstig artikel 46 inzake Pro de doorgifte.
3. De verwerkingsverantwoordelijke verstrekt de betrokkene een kopie van de persoonsgegevens die worden verwerkt. Indien de betrokkene om bijkomende kopieën verzoekt, kan de verwerkingsverantwoordelijke op basis van de administratieve kosten een redelijke vergoeding aanrekenen. Wanneer de betrokkene zijn verzoek elektronisch indient, en niet om een andere regeling verzoekt, wordt de informatie in een gangbare elektronische vorm verstrekt.
4. Het in lid 3 bedoelde recht om een kopie te verkrijgen, doet geen afbreuk aan de rechten en vrijheden van anderen.